nieuws

Hoogleraar VU Amsterdam: ‘Wet kwaliteitsborging rijp voor sloop’

bouwbreed Premium 1304

Hoogleraar VU Amsterdam: ‘Wet kwaliteitsborging rijp voor sloop’
Hoogleraar Richard Neerhof. Foto: Eran Oppenheimer

De Eerste Kamer doet er verstandig aan tégen de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen te stemmen. Dat stelt Richard Neerhof, hoogleraar bestuursrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij waarschuwt voor “enorme gevechten over de vraag wie straks waar verantwoordelijk voor is.”

Anderhalf jaar nadat de stemming in de senaat op het allerlaatste moment werd afgeblazen, worden er hele weddenschappen om afgesloten. Stemt de Eerste Kamer voor of tegen de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen?

Vanmiddag komt de commissie bijeen om de procedure te bepalen. Vermoedelijk komt er eerst een schriftelijke vragenronde. Daarna een derde debattermijn. En daarna: stemmen.

Het belooft hoe dan ook spannend te worden. Minister Ollongren rekent op een meerderheid, maar dat deed haar voorganger Plasterk in de zomer van 2017 ook. Toen ging het mis. Er zijn wel dingen anders nu: Dit keer heeft de minister wel de gemeenten achter zich. Toch zijn er ook al tegengeluiden.

Applaus

In de bouwsector klinkt echter niet uitsluitend applaus. Bouwend Nederland vindt dat bouwbedrijven straks te makkelijk voor van alles en nog wat opdraaien. Maxime Verhagen vraagt zich bovendien af of de bezwaren van 2017 in de Eerste Kamer daadwerkelijk van tafel zijn. Anderen vinden weer dat de wet die de bouwkwaliteit een impuls moet geven niet ver genoeg gaat: hoezo eerst alleen de minst risicovolle bouwwerken?

Ook Richard Neerhof, hoogleraar bestuursrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam is nog altijd niet gecharmeerd van het wetsvoorstel. “Met het Bestuursakkoord is duidelijker geworden welke informatie gemeenten krijgen bij de aanvraag van een vergunning (risicobeoordeling) en bij de oplevering (oplevertoets bevoegd gezag). Dat maakt het makkelijker voor ze om te handhaven.”

Toch ziet Neerhof vooral een bureaucratisch monster. “Ik zeg weleens: waarom al die poppenkast? Waarom een toelatingsorganisatie van de overheid, waarom schrijf je als wetgever voor hoe private kwaliteitsinstrumenten eruit moeten zien en dan laat je de gemeenten ook nog eens meekijken. Uiteindelijk gaat het erom hoe er wordt gebouwd.”

Dubbele boodschap

Met dit voorstel spreekt de minister zichzelf ook tegen, vindt de hoogleraar. “Aan de ene kant zeg je dat de markt meer verantwoordelijkheid moet nemen, maar aan de andere kant kadert ze dat direct publiekrechtelijk in. Daardoor dreigt er een log bureaucratisch orgaan te ontstaan, met extra kosten. Je zegt tegen de markt: je moet het zelf doen, maar ik geloof je niet.”

Neerhof adviseert de minister opnieuw te beginnen. “Sloop die toelatingsorganisatie (organisatie die namens overheid kwaliteitssystemen moet goedkeuren, red) eruit. En ook de wettelijke regeling van kwaliteitsborgers en instrumenten. Anders krijg je een enorm gevecht straks over wie waar verantwoordelijk voor is: de aannemer, de kwaliteitsborger, de aanbieder van het kwaliteitsborgingsinstrument, de toelatingsorganisatie of de gemeente. Als je zegt dat private partijen zelf verantwoordelijk zijn, moet je ze ook prikkelen die te nemen.”

Bouwadvocaat Remco Smith vindt dat het huidige voorstel niet ver genoeg gaat met privatisering van het bouwtoezicht. Na bestudering van het Bestuursakkoord met gemeenten signaleert hij bovendien dat gemeenten “wel een hele flinke vinger in de pap houden.”

Investeren in gemeentelijk bouwtoezicht

Smith: “Dat het bestuurlijke bouw- en woningtoezicht nu problemen kent is duidelijk; het aantal instortingen in de bouw lijkt de laatste jaren te stijgen. Wil je echter de gemeente een aanzienlijke rol in de bouwtoezicht laten hebben, en daar lijkt het bestuursakkoord wel van uit te gaan, dan zal je moeten investeren in de bouwtoezicht. Zeker als je zo duidelijk stelt, zoals in het bestuursakkoord staat: publiek toezicht is onmisbaar. Dan zal je dus flink moeten investeren in het publieke toezicht.”

Te duur? Waarschijnlijk wel. Te bureaucratisch? Waarschijnlijk wel. Toch adviseert de bouwadvocaat de Eerste Kamer wel mee te gaan in dit voorstel. Met de kanttekening dat er goede pilotprojecten moeten komen.

Aedes, koepelorganisatie van Nederlandse corporaties, is het daar mee eens. Ook zij juicht de komst van de wet (die anderhalf jaar geleden werd af geserveerd) toe.

“Dankzij deze wet wordt het bouwtoezicht verbeterd en komen er onafhankelijke kwaliteitscontroleurs’, zegt Aedes-voorzitter Marnix Norder. “Bovendien komt de aansprakelijkheid voor constructiefouten en gebreken daar te liggen waar hij hoort, namelijk bij de aannemer.”

Proefprojecten

Norder is ook blij met het Bestuursakkoord tussen gemeenten en de minister. “Zonder steun van de gemeenten voor het nieuwe stelsel, zou het niet werken. Met de extra proefprojecten die tot invoering in 2021 worden uitgevoerd, kan de werking van het nieuwe stelsel nog verbeterd worden.”


De komende weken volgt Cobouw dit dossier op de voet. Heeft u vragen, opmerkingen of invalshoeken voor verhalen: mail thomasvanbelzen@vakmedianet.nl

Reageer op dit artikel