nieuws

EIB-prognose: bouw dendert ondanks personeelstekort en stijgende bouwkosten in 2019 in volle vaart door

bouwbreed Premium 2935

EIB-prognose: bouw dendert ondanks personeelstekort en stijgende bouwkosten in 2019 in volle vaart door
Amersfoort, foto: ANP, Dijkstra

De bouw dendert ondanks de personeelstekorten en de stijgende bouwkosten ook in 2019 in volle vaart door, blijkt uit de prognoses van het Economisch Instituut voor de Bouw. Duurzaamheid wordt de belangrijkste drijvende kracht voor groei.

“Rooskleurig”, noemt Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw de vooruitzichten voor de bouw voor de komende jaren. “Zonder meer een positief beeld.” De winstgevendheid is over de hele linie verbeterd, de orderportefeuilles zijn goed gevuld, de werkgelegenheid trekt aan en de sector boekt bevredigende vooruitgang bij het opleiden van een nieuwe lichting werknemers. “Het is ook gunstig dat het zo breed in de bouw goed gaat.”

Een paar jaar geleden voorspelde Van Hoek een “gouden decennium” voor de bouw. “Dat lijkt er aardig op”, zegt hij nu in zijn werkkamer met uitzicht op het Vondelpark in Amsterdam. “De groeicijfers zijn indrukwekkend.” Afgelopen jaar groeide de bouwproductie met 6,5 procent. “Dat is 4 miljard euro productie.” Dat zijn imposante cijfers. “In 2019 gaan we de productie van voor de crisis overtreffen.”

Schade is bij woningbouw nog niet ingehaald

Sinds 2015 is voor de bouw de weg omhoog begonnen. “We hebben vier jaar van hoge groei achter de rug. Voor 2019 verwachten we ook weer een hoge groei: 5 procent en in 2020 4,5 procent.” Na 2020 zal de groei wat afvlakken tot zo’n 2,5 procent. “Dat is een heel natuurlijk gegeven. We kwamen uit een heel diep dal. We waren na de crisis steeds aan het inhalen. Maar dat inhalen is wel zo’n beetje geweest.”

Prognose bouwproductie. Bron: EIB

 

Alleen in de woningbouw is de schade nog niet ingehaald. De afgelopen jaren zijn er minder woningen gebouwd dan er huishoudens bijgekomen zijn. “We zitten we nog niet op het structurele productieniveau dat nodig is om de huishoudensgroei bij te houden.” Afgelopen jaar werden 65.000 nieuwe woningen opgeleverd. In 2019 verwacht het EIB slechts duizend meer: 66.000. In 2020 70.000. Pas in 2021 worden er meer woningen gebouwd dan er huishoudens bijkomen. Dan wordt 75.000 gehaald, het aantal dat minister Ollongren in de woonagenda noteerde. “De woningmarkt verkrapt het komende jaren dus nog verder”, zegt Van Hoek. “Er is maar één remedie: meer aanbod. Want het is schaarste dat de prijzen opdrijft.”

Pas op de plaats voor vergunningen. Tijdelijk volgens Van Hoek

Dat het aantal opgeleverde woningen maar beperkt groeit, zou je niet zeggen als je naar de bouwvolume in euro’s kijkt. De nieuwbouwproductie van woningen nam vorig jaar met 9 procent toe, in 2019 wordt 5,5 procent groei verwacht. “De groei van de productie is stevig, maar de groei van het aantal woningen had wel wat harder gekund”, meent Van Hoek. De stijging van de bouwproductie zit hem volgens Van Hoek in het feit dat er meer geld per woning uitgegeven wordt. “De kwaliteit stijgt vanwege hogere duurzaamheidsambities en door de aantrekkende economie nemen ook op andere terreinen de kwaliteitseisen toe.” Zo zullen kopers volgens hem bij een groeiende economie eerder geneigd een dakkapel of serre te nemen.

Blijft  het aantal opgeleverde woningen achter vanwege het personeelstekort of het gebrek aan locaties? “Het beeld is dat er op dit moment nog onvoldoende locaties om geprognosticeerde aanbod te halen. Het is lastig om vast te stellen wat de precieze invloed is geweest in het afgelopen jaar. Wat opvalt is dat de vergunningen voor nieuwe woningen niet verder zijn gestegen. Dat was wel de verwachting.” Het aantal vergunningen bleef in 2018 steken op 70.000, hetzelfde aantal als in 2017. “Er is vorig jaar een pas op de plaats geweest. Maar wij denken dat het een tijdelijke vertraging is.”

Het is volgens Van Hoek goed mogelijk dat bouwbedrijven wat minder proberen de vergunningen “los te trekken” bij gemeenten, want ze hebben het druk genoeg met andere projecten. Maar wat ook kan meespelen is dat de gemeenten onvoldoende personele capaciteit hebben om de vergunningen tijdig af te handelen. Het omzetten van bouwplannen naar gasloos bouwen vergt ook tijd, net zo goed dat binnenstedelijk bouwen complexer is en daardoor trager, waardoor nieuwe vergunningen wat de bouwers betreft even kunnen wachten.

Gasloos bouwen

Gasloos bouwen

Van corporaties moeten bouwers het in 2019 niet hebben

Gasloos bouwen en andere vormen van duurzaam bouwen zijn ook redenen waarom de nieuwbouwproductie (in euro’s) sneller stijgt dan het aantal opgeleverde woningen. Woningen worden snel 15.000 euro duurder als de woningen van het gas afgehaald worden.

Buiten kijf staat dat de stijgende bouwkosten invloed hebben, maar wat is de samenhang tussen kosten, prijzen en winstgevendheid in de bouw? Onderzoek van het EIB hiernaar loopt op dit moment. Van Hoek wil alvast een tipje van de sluier oplichten. De zogeheten aanbestedingsindex stijgt de laatste jaren sneller dan de bouwkostenindex. Met andere woorden: de prijzen die woningbouwers overeenkomen met de opdrachtgevers groeien (nog) harder dan de kosten die bouwers voor hun kiezen krijgen. Dat verklaart tegelijk dat de winstgevendheid in de bouw volgens Van Hoek “betekenisvol is verbeterd” de laatste jaren. Het is lang geleden dat een gemiddelde nettomarge van 3 procent (2017) is  gehaald. Kleine bouwers zijn winstgevender dan grote. Van Hoek: “Dat komt omdat grote bouwers van veel inhuurkrachten gebruik maken. Als het slecht gaat in de markt, gaan de kosten van inhuur omlaag. Nu de markt aantrekt, gaan de kosten van inhuur omhoog.”

De bouwkosten blijven maar stijgen

De bouwkosten blijven maar stijgen

Terwijl de winstmarges van kleine bouwers de laatste jaren snel stijgen, blijven die van grote bouwers om deze reden wat achter. “Zzp’ers hadden veel last in de crisis. Nu het weer goed gaat met de bouw, hebben ze veel profijt.”

Van corporaties moet de bouw het ook in 2019 niet hebben. Althans wat betreft nieuwbouw. “Corporaties bouwen nog niet zoveel.” Vorig jaar werden voor de sociale huisvesters maar vergunningen voor slechts zevenduizend woningen afgegeven. Wel is er een stijgende lijn. In 2019 worden 11.000 woningen vergund, en dat loopt op naar 20.000 in 2023. Volgens Van Hoek is er bij de corporaties op korte termijn genoeg investeringscapaciteit. “Op lange termijn is het een ander vraagstuk. Als je alle woningen energieneutraal of nul-op-de-meter wil maken, wordt het ingewikkelder.”

Transformaties over hoogtepunt heen

“Niet zo uitbundig” groeit volgens Van Hoek het werk in herstel en verbouw van woningen, zeg maar de renovaties en het onderhoud. Een verklaring is dat het aantal transformaties van kantoren naar woningen over zijn hoogtepunt heen is.

Duurzaamheid wordt een zeer belangrijke drijvende kracht voor de burgerlijke en utiliteitsbouw de komende jaren. “Dat wordt een van de grootste bronnen van groei.” Zo moeten kantoren voor 2023 getransformeerd worden naar label C. Als de wensen van de klimaattafels omgezet worden in actie, zou dat minstens 2 miljard euro per jaar aan productie moeten opleveren in de woningbouw. “Op jaarbasis is dat 2 procent meer bouwproductie. Dat is best veel. Zonder duurzaamheid zou je een vrij vlak beeld hebben op middellange termijn.”

Wat het EIB ook vertrouwen gft ten aanzien van de woningbouw is dat de groei robuust is. “Die niet helemaal afhankelijk van vergunningen. De orderportefeuilles zijn goed gevuld. Als het tegenzit, kun je daar op interen. Verder zijn de woningmarktcondities gunstig met hoge prijzen en een lage rente. Het aantal opgeleverde woningen zal echter nog moeten stijgen om meer evenwicht tussen vraag en aanbod te verkrijgen.” Alles bij elkaar genoeg redenen om aan te nemen dat de woningbouw de komende jaren nog stevig kan doorgroeien.

Woningbouw is niet de enige motor meer waarop de bouw drijft

Gunstig voor de bouw is dat de woningmarkt sinds vorig jaar niet meer de enige motor is waarop de sector draait. Ook de utiliteitsbouw en de infra groeien fors. “Utiliteitsbouw heeft een goed jaar achter de rug. Vooral de marktsector trekt aan. Dat zie je terug in bedrijfsgebouwen en logistieke gebouwen.” De kantorenmarkt trekt de komende jaren naar verwachting ook fors aan. De leegstand is jaren niet zo klein geweest. Gecombineerd met een aantrekkende economie zorgt dat voor meer vraag naar nieuwe kantoren.

De inframarkt heeft ook te maken met een “stevige groei”, als was die groei iets minder dan gedacht. “Maar als het meezit gaan we volgend jaar bij de investeringen naar dubbele cijfers.” Hoe dat komt? “Wat in het vat zit, verzuurt niet”, zegt Van Hoek. De overheden, en met name het Rijk hebben meer geld te besteden en ook beschikbaar gesteld dan gedacht aan wegenbouw, spoor- en waterbouw. Ook de wens om meer te doen met circulariteit zal zich vertalen in hogere bouwvolumes.

Hogere versnelling had gekund als er meer personeel was

Hoe zit het met het personeelstekort? In welke mate remt dit de bouw? De arbeidsmarkt is niet het blok aan het been geweest zoals door sommigen werd gevreesd. “De productiegroei is in 2018 versneld ten opzichte van 2017 en extra werkgelegenheid heeft stevig aan die groei bijgedragen.” De werkgelegenheid groeide met 3,5 procent. Dat zijn 16.000 nieuwe banen. “Het is bevredigend dat we er goed in slagen om de arbeidscapaciteit uit te breiden. Sterker dan in andere sectoren.” Bedrijven lukt het om mensen weg te trekken uit andere sectoren. “Ook lukt het zeer goed om personeel vast te houden. “Je ziet dat er heel weinig uitstroom uit de bouw is, terwijl er wel veel instroom is.”

Van remmen lijkt dan nog maar in beperkte mate sprake, al zou de bouw zonder de personeelsschaarste waarschijnlijk naar een nog hogere versnelling kunnen schakelen, denkt Van Hoek. “We slagen er goed in om de arbeidscapaciteit uit te breiden, maar nog niet in het tempo zoals de vraag loopt. Dus neemt het aantal vacatures toe en zie je de orderportefeuilles oplopen. De bouw realiseert minder productie dan dat er vraag is.”

Personeelstekort

Personeelstekort

De spanning op de arbeidsmarkt loopt de komende jaren op. Het EIB ging er een paar maanden geleden vanuit dat de sector de komende jaren 94.000 mensen nodig heeft. Dat aantal heeft dat aantal opgeschroefd naar 106.000. “De productie groeit harder dan gedacht. Vooral duurzaamheid speelt daarbij een rol”, verklaart Van Hoek. “De grootste uitdagingen op de arbeidsmarkt liggen in 2019 en 2020. “De opleidingen komen wel op gang, maar dat gaat geleidelijk. Het duurt even voordat mensen productief zijn.” Buitenlandse arbeidskrachten zullen volgens hem belangrijk blijven.

Interessant is dat de bouw volgens het EIB beter uit de crisis is gekomen. “De productie is terug op het niveau van 2008, maar het arbeidsvolume ligt 10 procent lager. Dat betekent dat we een 10 procent hogere productiviteit hebben. Het gaat om structurele productiviteitsgroei. Je praat wel degelijk over efficiencyverbeteringen. Niet spectaculair misschien, maar goed: we hebben wel de crisis gehad. Als je het in historisch perspectief ziet, zitten we wel op een stevig productiviteitsniveau.”

Reageer op dit artikel