nieuws

The Green Village is proeftuin voor innovaties

bouwbreed Premium 1262

The Green Village is proeftuin voor innovaties

Op de campus van de TU Delft is een terrein ingericht als proeftuin voor duurzame innovaties. Dit terrein, The Green Village genoemd, is een openluchtlaboratorium waar onderzoekers van verschillende kennis­instellingen en het bedrijfs­leven gezamenlijk nieuwe technologieën voor woon- en werkomgeving kunnen uittesten. The Green Village heeft ruimte nodig, niet alleen om te kunnen experimenteren, maar ook om te ontdekken hoe innovaties binnen de regels voor bouwen en wonen moeten passen.

De gemeente Delft stelde, vooruitlopend op de Omgevings­wet die vanaf 2021 geldt, voor dit terrein als experiment een flexibel Omgevingsplan op. The Green Village past binnen de duurzaamheidsprincipes van de gemeente Delft. Om het terrein te kunnen gebruiken als proeftuin zijn knellende regels tijdelijk uitgezet om de innovatie te versnellen. Hier worden real life modellen gebouwd in een openluchtlaboratorium, dat voor iedereen toegankelijk is. Op het terrein wordt vrij geëxperimenteerd met bijvoorbeeld innovatieve energiewinning of nieuwe bouwmethoden zonder dat hiervoor vergunningen nodig zijn. Het platform The Green Village is een initiatief van de TU Delft in samenwerking met de Stichting Green Village. Die wordt onder meer ondersteund door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de Provincie Zuid-Holland.

Innovatie versnellen

Hubert Linssen is manager Bouw en Realisatie bij The Green Village. Hij legt uit dat The Green Village innovatie wil versnellen voor een duurzame toekomst. Actueel zijn onderwerpen als duurzame energietransitie, een klimaatadaptieve stad, duurzame mobiliteit, digitalisering en circulaire economie. Daarbij wordt door de overheid gesteld dat in 2030 de helft van de primaire grondstoffen moet worden her­gebruikt. “The Green Village is een omgeving waar wetenschappers, technici, bedrijven, burgers en de overheid op één plek samenkomen. Gezamenlijk wordt snel inzicht verkregen in de werking van innovatie in de systeemcontext. Door bij elkaar te zitten, wordt ook snel duidelijk welke belemmeringen moeten worden weg­genomen om innovatie te kunnen opschalen naar de markt.”

Volgens Linssen zijn versnelde innovaties nodig om de bebouwde omgeving toekomst­bestendig te maken. “We weten namelijk helemaal nog niet hoe snel die transities gaan”, zegt hij. “We weten wel dat die transities beter kunnen. En we weten ook dat heel veel stakeholders hierbij betrokken zijn en dat iedereen een bijdrage moet leveren. De overheid doet al heel veel, maar de vraag is of dat genoeg is. Deze uitdaging vraagt om nieuwe samenwerkingsverbanden voor het ontwikkelen en toepassen van innovatieve technologieën. “Inspiratie en ideeën zijn er genoeg, maar het gaat vooral om de gedragen implementatie van nieuwe en betaalbare technologieën. En voor dat laatste is het juist nodig om concrete stappen in te zetten”, geeft hij aan.

Waterstof als alternatief

De samenwerken tussen bouwpartijen kan nog veel intensiever en efficiënter. Daar zijn al goede voorbeelden van. Linssen noemt het project van de netbeheerders Stedin, Enexis en Alliander. Die hebben op het terrein van The Green Village, geheel volgens de richtlijnen, een aardgasnetwerk aangelegd, waar waterstof doorheen moet gaan. “In het lab is al met waterstof in dit soort leidingen getest. Wanneer we van aardgas af willen, wordt nu veel gekeken naar elektrische alternatieven voor verwarmen, zoals met een warmtepomp. In dit project willen de netbeheerders onderzoeken of waterstof een bruikbaar en haalbaar alternatief is voor aardgas. Daarbij wil men bekijken of het door bestaande leidingen kan worden getransporteerd. En voor sommige wijken en woningen kan dit een goed alternatief zijn voor het aanleggen van elektriciteitskabels.”

Linssen geeft aan dat een aantal cv-ketelfabrikanten nu bezig is met het ontwikkelen van een cv-ketel voor waterstof. “Hier wordt niet alleen onderzocht hoe het door netneheerders veilig kan worden getransporteerd, maar ook hoe je bijvoorbeeld een huis kunt verwarmen en kunt koken op waterstof. Zo heb je een groot deel van de keten bij elkaar op een terrein,” zegt Linssen.

Regelluw

Omgevingsplan vervangt bestemmingsplan

In het nieuwe kabinet is de Omgevingswet van I&M naar BZK verhuisd. Binnenlandse Zaken heeft het terrein van The Green Village aangewezen als experiment voor de Omgevingswet. Deze wet houdt in dat het bestemmingsplan in 2021 plaatsmaakt voor het Omgevingsplan, waarin alle regels staan die te maken hebben met de leef­omgeving. De nieuwe wet vervangt dus alle wet- en regelgeving voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water. Ook regels op het gebied van gezondheid en verkeer maken deel uit van het Omgevingsplan. Door de nieuwe Omgevingswet krijgen gemeenten meer bestuurlijke ruimte om eigen keuzes te maken bij het opstellen van het Omgevingsplan. Dat betekent dat ideeën van bewoners en ondernemers hiervoor meer ruimte krijgen.

De gemeente Delft kreeg het voor elkaar dat het terrein van The Green Village onder de Crisis- en herstelwet valt. Dat bekent dat het gebied niet onder het Bouwbesluit valt. “De overheid biedt deze ruimte, omdat ze het belang inziet van dit soort experimenteeromgevingen”, zegt Linssen. “Innovaties die op het terrein van The Green Village worden getest en gedemonstreerd, hoeven nog niet aan alle regels te voldoen. Experimenten mogen mislukken en business­modellen hoeven nog niet helemaal helder geformuleerd te zijn.” Wel moeten de testen aan allerlei veiligheidsvoorwaarden voldoen. “Veiligheid staat hoog in het vaandel”, benadrukt Linssen.

NEN is ook aangesloten bij The Green Village, om na te gaan hoe eventuele belemmeringen in de regelgeving, zoals normeringen, tijdelijk kunnen worden uitgezet. Linssen laat een tekening zien van een klimaattoren die onderdeel uitmaakt van een onderzoek naar een passief klimaatsysteem. Een consortium van partijen als Van Dorp Installaties, TU Delft, Priva, Hunter Douglas ontwikkelde deze case om hun passief klimaatsysteem te kunnen optimaliseren. “Deze innovatie houdt voor deze stakeholders in dat nieuwe techniek wordt getest, gedemonstreerd en gevalideerd om die versneld op de markt te brengen. Met deze validatiestap kun je makkelijker de eerste lichting launching customers overtuigen.” Als de test klaar is, wordt het gebouw of de testruimte weer opgeruimd en maakt het plaats voor de volgende innovatie.

Inspirerende plek

Het braakliggende, groene grasveld verandert lang­zamerhand in een ingerichte bouwkavel met nieuwe  paviljoengebouwtjes. Hierin zetelen onder meer het co-creation centre en het kantoor van The Green Village.  Ook staan er woningen waarin de studenten wonen die hier hun eigen onderzoek met de innovaties uitvoeren. “Sinds de opening van ons kantoor op het terrein in juni 2017 zijn er ongeveer 14.000 bezoekers geteld, waaronder geïnteresseerde burgers, scholieren, studenten, buitenlandse delegaties, ministers, talloze bedrijven en zo’n veertig gemeentes”, zegt Linssen. Het is noodzakelijk dat iedereen inziet dat er deze tijd intensief moet worden samengewerkt om innovaties betrouwbaar en betaalbaar te maken.

“The Green  Village is er dan ook voor iedereen.” Linssen spoort iedereen aan om samen te werken. “We helpen iedereen die hun waardepropositie van hun innovatie wil verhogen. Dat lukt door partijen te koppelen, inzicht te geven in onderzoekssubsidies, gezamenlijk belemmeringen in kaart te brengen en door de faciliteiten van het terrein aan te bieden”, aldus Linssen.

Rondleiding over het terrein van The Green Village

De Hardt Hyperloop

The Green VillageDe inmiddels wereldberoemde hyperloop van Hardt Hyperloop wordt op het terrein van de The Green Village verder ontwikkeld en getest. De hyperloop is een energiezuinig en supersnel vervoermiddel voor personen dat werkt als een buizenpost. Hardt Hyperloop ontwikkelt een snelle en energiezuinige manier van personen­vervoer. De hyperloop is een netwerk van bijna vacuümbuizen waarin voertuigen worden getransporteerd. De voertuigen, waarin circa zestig personen kunnen zitten, zweven, met snelheden van rond de 1000 kilometer per uur, autonoom op een magneetveld direct naar hun eindbestemming, zonder tussenstops. Onderzoek heeft laten zien dat de route Amsterdam-Frankfurt in 53 minuten kan worden afgelegd. De hyperloop verplaatst zich door elektriciteit. Door het vacuüm in de buis is er bijna geen luchtweerstand waardoor met extreem weinig energie, hoge snelheden worden behaald.

De hyperloop is sneller dan het vliegtuig, comfortabeler dan de trein en het beste alternatief voor het milieu. De testfaciliteit op het terrein, ontwikkeld door de startup Hardt Hyperloop uit Delft, is een 30 meter lange full-scale testfaciliteit met een diameter van 3,2 meter waar op lage snelheden de bijna-vacuüm zweef-, stabiliseer en switchsystemen op volwaardige schaal worden getest. Deze technologieën worden inmiddels klaargestoomd voor de testfaciliteit. Het testen wordt eind maart 2019 succesvol afgerond. De Hardt Hyperloop is in het afgelopen jaar enorm gegroeid. Sinds de oprichting in 2017 zijn inmiddels twintig medewerkers in dienst. De technologische ontwikkeling van de hyperloop wordt uitgevoerd binnen het consortium met partners Tata Steel, Royal IHC, Koninklijke Bam Deutsche Bahn, Continental en Engie. Hardt is eveneens kartrekker van het standaardisatie- en regulatieproces van de hyperloop in Nederland en Europa.

RADD

Het Researchlab Automated Driving Delft (RADD) experimenteert met automatisch vervoer in levensechte situaties waarvoor het terrein van The Green Village ruimte biedt. Het RADD richt zich op duurzame elektrisch aangedreven, automatische voertuigen en levert hiermee een bijdrage aan de energietransitie naar het gebruik van duurzame energie in Nederland en Europa: de scope van de onderzoeksgroep. Er is nog veel onderzoek nodig om van automatisch rijden dagelijkse praktijk te maken. Veel onderzoek gebeurt met computermodellen in testlaboratoria. Testen zoals inpassen van automatisch gestuurde voertuigen in het mobiliteitssysteem en de wisselwerking met overig verkeer, hebben fysieke ruimte nodig om goed inzicht te krijgen. Op het terrein van The Green Village in Delft wordt getest met levensechte situaties.

Als de testen succesvol zijn, mag het voertuig de openbare weg op. De initiatiefnemers van RADD zijn de TU Delft, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de gemeente Delft en Provincie Zuid-Holland. Het RADD is onderdeel van Fieldlab Automatisch vervoer Last Mile, een samenwerking tussen overheden, mkb-bedrijven en kennisinstellingen. Binnen Nederland wordt ook samengewerkt met Helmond, Eindhoven en Wageningen. Ze hebben de ambitie om gezamenlijk een internationaal onderzoeks- en praktijkgebied voor automatisch vervoer te ontwikkelen voor betere bereikbaarheid en efficiënte vervoer­systemen.

Het huis van de toekomst

Het ‘huis van de toekomst’ staat als prototype van een woningconcept met geïntegreerde duurzame oplossingen op het terrein van The Green Village. Dit huis, ook wel de prêt-à-loger-woning genoemd, is een voormalig rijtjeshuis uit het Westland dat op het terrein van The Green Village weer is opgebouwd. Het huis, dat zijn eigen energie opwekt, wordt bewoond door studenten van de TU Delft. Het laat zien hoe rijtjeshuizen tot nul-op-de-meter kunnen worden getransformeerd, waarbij de leefkwaliteit van de bewoners aanzienlijk toeneemt.

Het huis kan als voorbeeld dienen voor de oplossing van de 1,4 miljoen rijtjeswoningen die ook op deze manier energieneutraal kunnen worden verduurzaamd. Verschillende energiezuinige maatregelingen zijn toegepast. De daken en gevels zijn voorzien van bouwelementen waarin zonne­cellen zijn geïntegreerd, zoals na-isolatiepanelen en geïntegreerde zonnecellen in glas. Verschillende bouwpartijen ondersteunden vier jaar geleden de ontwikkeling van het huis van de toekomst. Onder andere ERA Contour, Hazenberg Bouw en Koopmans Bouwgroep leverden een bijdrage aan de bouw van de woning. Putman Installaties en Solar Compleet leverden een bijdrage aan klimaatinstallaties.

Reageer op dit artikel