nieuws

Small is beautiful – Waarom een bouwbedrijf niet te groot moet zijn

bouwbreed 4356

Small is beautiful – Waarom een bouwbedrijf niet te groot moet zijn

De allergrootste bouwers houden al jaren minder winst onder de streep over dan middelgrote bouwers. Het verschil loopt op tot 1,5 procent winstmarge.

De grootste tien bouwers van Nederland behalen veel minder winst dan de nummers 11 tot en 50, blijkt uit een analyse van de winstcijfers van de Cobouw50, de vijftig grootste bouwbedrijven van Nederland. De top 10 behaalde in 2017 een nettowinstmarge van 1,8 procent. De bedrijven in de staart van de Cobouw50 zitten boven de 4 procent. Een trendlijn langs de nettomarges geeft duidelijk aan dat grotere bedrijven gemiddeld 1,5 procent minder winst halen dan middelgrote bedrijven. In de Cobouw50 hebben de acht grootste bedrijven een omzet van meer dan 1 miljard euro. De nummers 22 en verder komen niet boven de 200 miljoen euro.

Hoe kleiner hoe robuuster

Small is beautiful, ook in de bouw. Hoe kleiner, hoe robuuster. Opvallend is dat in de tien jaar dat Cobouw samen met accountant PwC het best financieel presterende bouwbedrijf bepaald, het altijd middelgrote bouwers zijn die winnen. Dit jaar was dat Coen Hagedoorn Bouwgroep. De jaren ervoor zagen we onder andere HSB, De Vries en Verburg, Hemubo, Ten Brinke Group en Vastbouw de prijs winnen. De meeste winnaar hebben een omzet van tussen de 150 en 200 miljoen euro.

Hoofdredacteur Theo van Vugt van Cobouw zei het vorige maand al gekscherend, maar met een serieuze ondertoon bij de uitreiking van de Cobouw Award aan het financieel best presterende bouwbedrijf: “Je kunt maar beter een omzet van rond de 200 miljoen euro hebben”. Coen Hagedoorn Bouwgroep heeft omzet 157 miljoen euro, een winstmarge van 3,9 procent en staat nummer 30 in de Cobouw50. ‘s Lands grootste bouwbedrijf BAM kwam niet verder dan een winstmarge van 0,2 procent.

Goud geld verdienen zonder de twee slechtste werken

Hebben grote bouwers grotere uitglijders, en is dat de verklaring voor de matige winstcijfers? BAM (Cobouw50 nummer 1) en VolkerWessels (Cobouw50 nummer 2) hadden zware problemen met de zeesluis in IJmuiden. Zonder dat project zouden de bouwconcerns een veel hogere winstmarge gescoord hebben. Maar ook onderin de Cobouw50-ranglijst zijn er bleeders. Peter van der Horst, topman van Sprangers (nummer 43, winstmarge 0 procent) zei daar laatst het volgende over. “Het resultaat van een bouwbedrijf wordt bepaald door de twee slechtste werken. Dat is niet alleen bij Sprangers zo, dat geldt in de hele bouwwereld. Als je die projecten weghaalt, zou iedere bouwer goud geld kunnen verdienen. Maar je weet vantevoren nooit welke twee projecten het zijn.”

Veel wijst erop dat middelgrote bouwbedrijven beter te managen zijn, alleen al omdat de directie zicht houdt op de projecten. “We doen ons best om zo min mogelijk hiërarchische structuren te hebben”, zei Jan Hagedoorn van Coen Hagedoorn Bouwgroep onlangs in een interview. Secretaresses? Die hebben ze niet. “Je moet je eigen zaken regelen. Je kan toch zelf wel een afspraak maken, of niet?”

Projecten lopen in de soep

Ook HSB wil niet te groot worden. “We hadden 20 procent meer werk kunnen aannemen, maar dat willen we niet”, zei André Vos in september tegen Cobouw. “Je moet je altijd afvragen: wat kunnen we aan, hebben we de mensen er voor? Als je te veel werk aanneemt, lopen projecten in de soep, gaan je marges omlaag en vertrekken je mensen.”

Wie wil er in de bouw nog heel groot zijn? “We kunnen de concurrentie met de hele groten aan”, zei Hans Meurs, directeur van Vorm (omzet 327 miljoen, winstmarge 7 procent) na de crisis tegen Cobouw. Middelgroot is groot genoeg.

Reageer op dit artikel