nieuws

Instituut Bouwrecht 50 jaar: “Juristen kunnen bouwproces verlammen”

bouwbreed Premium 2327

Instituut Bouwrecht 50 jaar: “Juristen kunnen bouwproces verlammen”
DEN HAAG- Monica Chao Duivis en Hugo van het Instituut voor Bouwrecht

Het Instituut voor Bouwrecht bestaat 50 jaar. Het juristenbolwerk drukt een stempel op het bouwrecht en bouwregels als de UAV. TU Delft-professor Monika Chao is inmiddels al ruim 20 jaar directeur van het Instituut. Zij ziet de rol van juristen in de bouwwereld veranderen. Een beetje stoffig? “Nee zeg, eerder onmisbaar”.

Het Instituut is in 1968 in het leven geroepen om onafhankelijk onderzoek over bouwrecht te initiëren en stimuleren. De UAV is daar het bekendste voorbeeld van. Chao waakt over een gedegen aanpak, waarbij elke stap is afgewogen, te motiveren, maar ook klopt met de bouwpraktijk. Alles uiteraard juridisch waterproof. Veertien prangende vragen aan de IBR-directeur over de afgelopen en komende vijftig jaar.

Abraham gezien! Tijd voor een feestje?
“Zeker. We verwachten dinsdag 18 december ruim 200 juristen in Den Haag en presenteren meteen een bijzonder boek over bouwjuristen.”

Wat is de meerwaarde van het Instituut voor Bouwrecht?
“Het IBR is het enige onafhankelijke platform waar alle ontwikkelingen in de praktijk en in de regelgeving samen komen op het gebied van bouwrecht. Dat is uniek in een sector. Een tweede centrale rol is dat het Instituut de plek is waar zowel privaat- als publiekrechtelijk onderzoek gecombineerd en afzonderlijk samenkomen. En daar mag ik dan leiding aan geven.”

Wat gaat het Instituut de komende tien jaar zeker aanpakken?
“De meest ingrijpende ontwikkelingen zijn natuurlijk de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging in de Bouw. Ons Instituut – en waarschijnlijk mijn opvolger – zal die ontwikkelingen met argusogen volgen en gevraagd en ongevraagd zijn mening geven. Wel gemotiveerd natuurlijk, maar er zijn wel zorgen over de uitvoerbaarheid en de houdbaarheid.”

Stijgt of daalt het aantal bouwgeschillen bij de rechter?
“Dat is moeilijk te zeggen. Bij de Raad van Arbitrage is bekend dat het aantal voorgelegde geschillen is gedaald, maar bij de rechter lijkt er sprake van een stijging te zijn. Maar niet alle uitspraken komen op rechtspraak.nl, dus we weten het niet precies.”

Waar gaan de meeste geschillen over? Tenderfase? Meerkosten?
“Ook daarvoor is volgens mij, geen systematisch onderzoek beschikbaar. Mijn indruk als arbiter en raadsheer is, dat heel veel geschillen zijn terug te voeren op slechte communicatie. Zowel in geschrift als mondeling. Daar kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers nog een wereld winnen.”

Is mediation kansrijker dan een kort geding?
“Dat vind ik lastig. Er zitten haken en ogen aan beide procedures. Mediation verlangt dat partijen daarvoor open staan. Dat zal soms niet zo zijn. Maar de gang naar de rechter of raad van arbitrage is ook best ingrijpend en hakt er best hard in bij de mensen om wie het gaat. Die impact wordt nog wel eens onderschat.

De uitspraken van de kort geding rechter zijn erg scheef: Driekwart is in voordeel opdrachtgever: Kan die praktijk nog veranderen?
Die onevenwichtige verdeling lijkt er wel te zijn bij de uitspraken in kort geding, maar ook daar ontbreken harde cijfers. Ik pleit al jaren voor onafhankelijk, systematisch onderzoek naar de redenen voor scheefgroei, die er op zich wel lijkt te zijn. Kernvraag is waarom dat zo is.”

Zou de bouwpraktijk niet beter af zijn zonder juristen?
“Het hangt er helemaal vanaf waar en wanneer de juristen worden ingezet. Juristen hebben volgens mij een dienende functie. Zij moeten luisteren naar wat cliënten en partijen willen en dat op hun juridische merites beoordelen. Zonder daarbij juridische bezwaren te vroeg in te brengen, waardoor niemand meer iets durft te doen. Dan werken juristen verlammend voor een soepel bouwproces.”

Wat zijn de juridische valkuilen voor nieuwe integrale contracten of juist de bouwteams?
“De grote valkuil voor DBFMO-contracten is de complexiteit. Het is bijna onmogelijk duidelijke afspraken over kosten en handhaving vast te leggen, terwijl tegelijk behoefte is aan flexibiliteit. De contracten hebben een zeer lange looptijd, dus de behoefte om dingen aan te passen is logisch, maar juridisch uiterst gecompliceerd. Aan de andere kant van het contractenpallet staat het bouwteam. Een valkuil bij het bouwteam kan de ‘gunfactor’ zijn, waarbij de opdrachtgever mentaal niet meer vrij staat ten opzichte van de aannemer die een prijsaanbieding mag doen. Ze zijn al zover gekomen, dan is het wellicht moeilijk om het uitvoeringscontract niet meer te gunnen aan hem.”

CV Monika Chao

Monika Chao-Duivis (1953) studeerde Nederlands recht, hoofdrichting privaatrecht, in Leiden van 1980 tot 1984. In 1996 promoveerde zij op het onderwerp: Dwaling bij de totstandkoming van de overeenkomst, een onderzoek naar de eigenlijke en oneigenlijke dwaling. In 1997 trad zij aan als directeur van het Instituut voor Bouwrecht en in september 2004 werd zij benoemd tot hoogleraar Bouwrecht aan de TU Delft, waar zij in september 2005 haar inaugurele rede, Causaliteit als bron van verbintenissen uitsprak. Chao ontving in 2013 de Award Legal Woman of The Year.

Zijn de risico’s voor bouwers nu te groot en te onvoorspelbaar?
“Dit is geen juridische vraag, ik laat het antwoord graag aan de deskundigen.”

Wat is de kans van slagen van het traject ‘Beter Aanbesteden’?
“De praktijk van het aanbesteden zal ongetwijfeld beter worden. Vergeet niet dat het enkele feit dat zo breed wordt aanbesteed al een enorme verbetering is. Dat was tien jaar geleden nog volstrekt anders. De koudwatervrees is inmiddels wel verdwenen. Een verbetering waarbij de bouw, ondanks de bouwfraude, altijd een cruciale rol heeft gespeeld. Met de aanbestedingsreglementen was de bouw zijn tijd ver vooruit.”

Zal de praktijk dan ooit veranderen?
“Drie dingen zijn volgens mij belangrijk om de praktijk te verbeteren. Ten eerste moet de overheid er alles aan doen om het aanbesteden in administratieve zin te vereenvoudigen. Ten tweede moeten aanbestedende diensten zich houden aan de proportionaliteitseisen, dus redelijke procedures en redelijke voorwaarden stellen. En ten slotte is meer bijscholing nodig voor alle inkopers die zich bezighouden met het uitschrijven en beoordelen van tenders.”

Hoe anders zou de bouwpraktijk eruit zien zonder UAV en UAV-gc?
“Minder goed dan nu. Met meer gedoe en meer onduidelijkheid. Onderschat niet het belang van algemene voorwaarden. Het is een zeer efficiënt mechanisme, dat partijen veel tijd en geld bespaart, omdat de spelregels van meet af aan duidelijk zijn. In de basis zijn de voorwaarden paritair opgesteld en bevorderen een evenwichtige relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Maar de neiging om daar eenzijdig van af te wijken is zorgelijk. Dat verbreekt meteen het evenwicht en dat is jammer.”

Wat zijn de drie belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen 50 jaar?
“Voor het privaatrechtelijk bouwrecht wijs ik allereerst op de ontwikkeling van nieuwe contractmodellen naast het traditionele model. Denk aan het bouwteam en het ‘design and build’ model met de UAV-gc 2005. Ook de aandacht voor goede verhoudingen binnen het contractuele denken, is een opvallende trend. De allianties liepen daarbij voorop. Relatief nieuw is het ketendenken en de aandacht voor circulair ontwerpen en bouwen. Al deze trends zullen ook komende jaren nog een groot stempel drukken op de bouwpraktijk.”

Reageer op dit artikel