nieuws

De Arbiter: Een gebrekkig gefundeerd hoger beroep

bouwbreed Premium 566

De Arbiter: Een gebrekkig gefundeerd hoger beroep
raad van arbitrage De Arbiter

Een aannemer is eerder veroordeeld tot de herstelkosten van een verzakkende tuinmuur. Zijn hoger beroep blijkt al even slecht onderheid als de muur zelf.

De Arbiter

Vonnissen van de Raad van Arbitrage zijn vaak interessant voor een breder publiek dan alleen de partijen die bij het geschil betrokken zijn. In deze rubriek wordt elke maand een zaak van de Raad besproken.

Arbitrage is rechtspraak en net als bij de gewone rechter kunt u ook tegen uitspraken van de Raad van Arbitrage in hoger beroep. Zorg dan wel dat u goed beslagen ten ijs komt. De aannemer in deze zaak ging in hoger beroep tegen zijn veroordeling tot een kleine 23 duizend euro aan herstelkosten voor een verzakkende tuinmuur. (Zie ‘Een scheurende tuinmuur blijkt niet onderheid’ in Cobouw van 17 oktober 2017.) De arbiters in hoger beroep leggen wel andere accenten dan de arbiter in eerste aanleg, maar helaas voor de aannemer verzwakt dat zijn positie alleen maar.

Eerste aanleg in telegramstijl

Hoe zat ’t ook alweer? De bewoners/opdrachtgevers van een in 2009 opgeleverde woning klagen over scheuren in hun tuinmuur. De aannemer wijt dat aan een later en niet door hemzelf aangebrachte tuindeur. Een deskundige van de bewoners concludeert dat het niet aan de deur ligt, maar aan te korte funderingspalen. Hij signaleert ook een verzakking. Als de aannemer weigert de geëiste herstelkosten te betalen, stappen de bewoners naar de Raad van Arbitrage. De arbiter volgt het deskundigenrapport niet op alle punten maar ziet bij de bezichtiging met eigen ogen dat er geen palen zitten waar die volgens de tekening moeten zijn. Daarom wordt de aannemer veroordeeld: hij had moeten laten weten dat hij van de tekeningen afweek en bovendien zijn die palen gewoon nodig.

Onbepaald

In hoger beroep stelt de aannemer onder andere dat de arbiter in eerste aanleg nooit had mogen concluderen dat er geen palen zijn. Die zijn er namelijk wel, maar ergens anders. In reactie daarop stellen de beroepsarbiters om te beginnen vast dat de aannemer zelf continu verwarring zaait over de soort, het aantal en de plek van de gebruikte funderingspalen. Eerst zijn het de twee vibropalen van de tekening. Oh nee, meldt hij later, het gaat om vier houten palen met oplangers. In het beroep gaat het ineens om betonnen prefabpalen, alleen niet op de plek van de tekening. In een latere brief ten slotte zijn de palen toch weer van hout, dit keer echter geen vier maar twee. En wel achterin de tuin, terwijl de funderingsbalk aan de andere kant verankerd zou zijn aan de woning.

Palen voldoen niet

De arbiters baseren zich voor het hoger beroep op de houten palen uit de laatste brief, omdat ook de bewoners daarvan uitgaan. Wel palen dus, maar met deze aanname is de aannemer niet gered. Bij de zitting blijkt immers dat het oorspronkelijke funderingsadvies uitging van een halfsteens tuinmuur. Dat is een
spouwmuur geworden, veel zwaarder dus, maar de aannemer heeft de fundering niet opnieuw laten berekenen. Die voldoet nu niet aan de NEN-normen en wijkt ook duidelijk af van de overeengekomen technische omschrijving. Daarom beroepen de bewoners zich terecht op artikel 15, lid 2 onder a van de toepasselijke algemene voorwaarden: een niet gemelde afwijking van de technische omschrijving en/of tekeningen.

Wel degelijk zetting

Tijdens hun bezichtiging constateren de hoger beroepsarbiters bovendien een hoogteverschil van 5 cm, een naar boven toenemende verwijding van de dilatatie en een kanteling van de tuinmuur. Dat onderstreept nog eens de noodzaak van het door de bewoners voorgestelde grondige herstel en ook daarom blijft het eerdere vonnis in stand. Daarnaast moet de aannemer nu ook van dit hoger beroep de proceskosten en de rechtsbijstandskosten van de opdrachtgever betalen.

(Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 72.129)

Reageer op dit artikel