nieuws

Van scheikundige naar projectleider: ‘De bouw kan voor de energietransitie jong talent gebruiken’

bouwbreed 877

Eigenlijk heeft Sanne van Leeuwen (31) een scheikundige achtergrond, maar toch heeft ze in slechts vier jaar tijd de bouwwereld helemaal eigen gemaakt. Als projectleider bij TNO stuurt ze onder andere ontwikkelingsprogramma’s op het gebied van circulair bouwen aan.

Van scheikundige naar projectleider: ‘De bouw kan voor de energietransitie jong talent gebruiken’

Slechts vier jonge mensen (van de veertig medewerkers) werken er op de afdeling InnovationCentrum Bouw van TNO en daar is Van Leeuwen er een van. Toch slaat de scheidkundige elke dag haar mannetje. Niet voor niets werd ze binnen een jaar projectleider.

Je komt uit een hele andere wereld dan de bouw. Wat vind jij van deze sector?
“Ik vind de bouw geweldig. Het is zó tastbaar. Ik vind mijn werk ook heel leuk omdat het zo multidisciplinair is. De ene dag werk ik met energiedeskundigen aan de verduurzaming van de bestaande bouw, de andere dag met materiaalkundigen aan de ontwikkeling coatings. Er komen diverse expertises en disciplines bij elkaar en dat maakt het zo interessant.”

CV
Naam:
Sanne van Leeuwen
Leeftijd:
31 jaar
Functie: Projectleider bij TNO
In dienst sinds: sinds 2014 in de bouw, bij TNO begonnen als trainee in 2013, dus nu bijna 6 jaar in dienst
Opleiding: Master (Drs.) in scheikunde aan de Universiteit Utrecht, afgestudeerd in 2012
Missie: een duurzame gebouwde omgeving waarin kwaliteit en veiligheid geborgd zijn.

Is er dan niets dat waarvan je denkt: dat moet anders?
“Jawel. Er zijn zovéél spelers in de bouw en dat maakt het soms moeilijk om te innoveren. In projecten wordt vaak nog in wisselende consortia samengewerkt. Als je met vaste partners werkt, kun je veel meer van elkaar leren en denk ik dat er veel sneller geschakeld kan worden. We horen dit steeds vaker van toeleveranciers dat het voor hen prettig werkt in bijvoorbeeld de ontwikkeling van gevelsystemen om direct samen te werken met vaste partners. Vooral op het gebied van de energietransitie is dit van wezenlijk belang.”

Draag jij hieraan bij?
“Ja, dat denk ik wel. In projecten ben ik een verbindende factor tussen partijen. Ik breng een brede blik in. Misschien ook wel omdat ik van buiten de bouw kom.”

Komt dat ook niet omdat je (relatief) jong bent?
“Nou ja, ik denk dat jongeren samenwerken en multidisciplinaire vraagstukken wel meer meekrijgen tijdens hun opleiding. Ze leren tegenwoordig veel beter dat niet alleen vakinhoud, maar ook veel andere zaken van wezenlijk belang zijn voor de bouw.”

Werken er volgens jou genoeg jongeren in de bouw?
“Dat valt tegen. Ik merk dat de gemiddelde leeftijd in veel directies van bouwbedrijven erg hoog ligt. Diversiteit is belangrijk in een organisatie, ook in de top. Hoe willen jongeren bijvoorbeeld wonen? In Nederland zijn er niet veel grote gezinnen meer zoals in eerdere generaties. Een ontwikkeling als bijvoorbeeld tiny houses is iets wat meer aansluit bij de jongere doelgroep. Van dat soort ontwikkelingen moet je wel op de hoogte blijven.”

Dus de bouw heeft nog wel meer jong talent nodig?
“Ja, dat denk ik wel, zeker gezien grote ontwikkelingen als de energietransitie die nu spelen. Ik denk dat jong talent vooral nodig is voor de frisse blik. Maar alleen jong talent werkt niet, ervaring en continuïteit is ook van groot belang. Je hebt een combi nodig.”

Merk jij wat van ‘The War on Talent’?
“Ja, met enige regelmaat word ik gevraagd of ik interesse heb in een nieuwe baan. Dit gaat via recruiters of via bedrijven zelf.”

Wat vind je daar eigenlijk van?
“Het is natuurlijk best leuk om benaderd te worden en te weten dat je goed in de markt ligt. Maar ik heb geen behoefte aan een nieuwe baan, dus dat laat ik dan ook weten.”

Jij zit bij TNO dus goed op je plek?
“Jazeker. Zoals ik al zei vind ik het multidisciplinaire geweldig aan mijn baan. Daarnaast krijg ik veel vrijheid in mijn werk. Ik heb veel contacten door de hele organisatie heen, dat komt omdat ik op diverse afdelingen heb gewerkt. Dat maakt het erg leuk.”

Is dat het geheim om jong talent aan te trekken: vrijheid in het werk bieden?
“Ja, een bepaalde vrijheid bieden is erg belangrijk. Het is belangrijk dat je gestimuleerd wordt, en dat er ruimte is om je te ontwikkelen.”

En een goed salaris dan?
“Dat werkt ook mee, maar dat is niet het belangrijkste. Ook flexibele werktijden, ontwikkelkansen en goede arbeidsomstandigheden zijn belangrijk.”

Moeten bedrijven jongeren op een andere manier benaderen om ze enthousiast te maken voor de bouw?
“Ja, ik denk wel dat dat nodig is. Ga gastcolleges geven, leg contact met lectoren en studieverenigingen, dat kan een enorm verschil maken. Ik ben er ook mee bezig hoe we studenten met affiniteit voor de bouw kunnen bereiken. TNO organiseert wel een open dag, maar die is gericht op een vijftal studierichtingen die als ‘schaarse doelgroepen’ gekenmerkt zijn. Helaas profileren we ons op deze dag nog niet met de interessante uitdagingen van de bouwsector. Dus misschien is het tijd voor een eigen open dag voor Bouw.’’

Werk jij over twintig jaar zelf eigenlijk nog in de bouw?
“Oe, dat is een lastige vraag. Ik heb geen idee wat ik over tien of twintig jaar doe. Op dit moment blijf ik in ieder geval wel. De bouw is heel tastbaar en het draagt bij aan de maatschappelijk context. Dat maakt dat ik het nu erg interessant vind om in deze sector te werken.”

 

 

Reageer op dit artikel