nieuws

Bas Weber (PwC): ‘Het lerend vermogen in de bouw is nog wel een issue’

bouwbreed Premium 882

Bas Weber (PwC): ‘Het lerend vermogen in de bouw is nog wel een issue’
18-10-2018 Amsterdam Bas Weber van PWC Cobouw 50 Foto: Guido Benschop

Elk jaar onderzoekt Bas Weber van accountants- en advieskantoor PwC met zijn team welke bouwers de beste financiële performance laten zien. Cobouw vroeg hem naar de stand van zaken in de bouw. Belangrijkste conclusie: het tekort aan talent wordt groter en duurzaamheid staat echt overal op de agenda, maar ja… die uitvoering.

We spreken hem op de ochtend dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) het langverwachte rapport over de instorting van de parkeergarage in Eindhoven publiceert. Een schok gaat door de bouwwereld. De bouw wordt immers verweten dat het niets leert van de ongelukken die gebeuren. De OVV spaart niemand. De hele sector maakt fouten die echt niet meer kunnen. Bas Weber heeft het rapport nog niet gelezen, zegt hij, als we hem vragen wat zijn reactie is op de bevindingen. Weber: “Ik herken dat beeld niet. Als je kijkt naar hoe serieus er in de sector met veiligheid wordt omgegaan. Het belang van veiligheid staat echt nummer één op de lijst. Ze praten er niet alleen over, ook in de uitvoering nemen bouwers het serieus. Het verbaast me echt.”

En toch gaat het in de praktijk vrij vaak fout…
Weber: “Zijn het geen incidenten? Als ik bij bouwers over de vloer kom, dan vind ik echt dat ze serieus proberen veiligheid handen en voeten te geven. Ook in projectteamoverleg is het prioriteit nummer één. Elk ongeluk in de bouw is er natuurlijk één te veel.”

Vorig jaar hadden we ook een gesprek over de door jullie samengestelde Cobouw top50 en toen luidde de uitkomst dat het met de omzetten de goede kant op gaat, maar dat de marges nog sterk achterblijven. Eigenlijk is er niets veranderd…
“Het is niet zo dat er weinig gebeurt in de bouw. Inderdaad: de omzetten zijn gestegen. De orderboeken zijn gevuld en gegroeid. Cash-posities zijn verbeterd. Net als het rendement. Marginaal weliswaar, maar toch verbeterd. Het is nog steeds te laag, maar ik kijk er positief naar. Heel veel gaat beter op financieel vlak. Onderliggend zijn de onderwerpen die ertoe doen, zoals digitalisering, circulair bouwen en de krapte op de arbeidsmarkt, nog altijd urgent.”

Bas Weber: “De gemiddelde leeftijd bij een bouwbedrijf zou 43 jaar zijn. Dat is te hoog.” (Foto: Guido Benschop)

Je noemt vaak de arbeidsmarkt als grootste probleem van de bouw.
“Ja, dat is nog altijd zo. Er zijn vooral te weinig technisch geschoolde mensen. En de instroom van jongeren met een technische opleiding is te laag. De vergrijzing zorgt op den duur voor problemen. De gemiddelde leeftijd bij een bouwbedrijf zou 43 jaar zijn. Dat is te hoog. Bij het technisch personeel ligt die leeftijd nog hoger. Terwijl er tegelijkertijd door de digitalisering andere vaardigheden worden gevraagd. De mensen die er nu werken, weten daar vaak niet genoeg van. En tegelijkertijd ligt bij digitalisering en vernieuwing de sleutel tot de noodzakelijke verduurzaming. Ik was zeer gecharmeerd van het rapport van de VN over circulariteit. Met de vraag of we wel in staat zijn om de duurzaamheidsdoelstellingen van 2050 te realiseren. Dat is voor de bouw echt heel belangrijk, want men moet zich serieus gaan bezig- houden met dit onderwerp om de opwarming op anderhalve graad te houden. Wat ze nu doen is wellicht te weinig om aan alle doelstellingen te voldoen. Dat houdt me wel bezig.”

Duurzaamheid staat toch ook op de agenda?
“Ja, ik denk het wel. Ze moeten wel. Want de klanten vragen erom. De opdrachtgevers kijken naar de modellen tot verduurzaming en kunnen het niet negeren. Grote bedrijven winnen de tenders ook niet als ze er niet mee bezig zijn. Het gebeurt gewoon. Dat heeft alleen niet op korte termijn effect op de margeverbetering. Maar je wint geen tender meer zonder aandacht voor duurzaamheid.”

Hoe krijgen we die margeverbetering dan wel voor elkaar?
“Ik vind dat bouwbedrijven nog veel klantgerichter moeten worden. Ook bouwers vinden wel dat ze nu moeten laten zien welke toegevoegde waarde ze leveren met de projecten in infra, woning- en utiliteitsbouw. Ze moeten laten zien dat ze inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen, die iedereen heel relevant vindt. Maar ze zijn onvoldoende in staat om die toegevoegde waarde te laten zien. Bouwers worden nu te veel gezien als de leverancier van arbeid, asfalt, beton en staal. En niet als de leverancier van toegevoegde waarde. Daar zit wel de kans om de marges te verhogen.”

Welk profiel heeft de bouwer die wel boven die 1,5 procent marge uitsteekt?
“Op dit moment doen de bouwers in woningbouw het goed. Dat heeft alleen weinig te maken met hun organisatie, cultuur of focus. Die markt draait gewoon goed. Ze gaan mee op de golf. Ik denk dat standaardisatie het verschil maakt. Bouwers die dat proces goed beheersen, doen het beter. Maar je ziet tegelijkertijd dat de wereld waarin zij moeten acteren steeds complexer wordt. Veel bouwbedrijven kopen heel veel in bij onderaannemers. Maar je ziet dat die relaties vaak niet zo heel strak georganiseerd zijn. Dat is zelden een soepel lopend proces. Je kunt makkelijker standaardiseren als je een echte samenwerking aangaat met je leveranciers. Daar is nog een slag te halen in de keten.”

Bas Weber

Bas Weber (44) leidt het bouwcluster van PwC. Hij werkt sinds 2007 bij PwC. Daarvoor werkte hij bij BearingPoint en KPMG Consulting. Over de cultuur in de bouw, zegt hij: “De bouw is erg slecht in het vieren van successen. Marketing is ook niet zo sterk ontwikkeld. De negatieve issues worden overbelicht en de successen worden niet getoond. En dat is jammer, want er worden wel heel mooie dingen gedaan”.

Zijn er stappen gemaakt op BIM-gebied? Eerder zei je dat je het nog zelden in de bouwkeet zag.
“Ja. Veel bouwers hebben er een strategisch speerpunt van gemaakt. Er wordt veel in geïnvesteerd. Ook in de bouwkeet, om daar de technische capaciteiten te hebben om het te gebruiken. We zijn er nog niet, maar er wordt wel werk van gemaakt. Ik zie meer BIM-mensen op de bouwplaats acteren en daar is hun waarde ook het grootst.”

Veel stappen, maar het heeft allemaal geen impact op de margeverbetering.
“Nee, maar het beweegt wel.”

Is er te weinig coördinatie op de bouwplaats? Zoals de OVV beweert?
“Bouwen is complex. Ik vind dat er wel coördinatie is op de bouwplaats. Maar als je niet kunt standaardiseren, blijft het complex. En dan vallen er zaken tussen wal en schip en gaat het fout. Maar er zit wel een grote verantwoordelijkheid aan klantzijde. In tenders zie je vaak heel complexe onderdelen. Ik denk soms: kun je dat wel aan de markt vragen? Er worden vaak duurzaamheids- en financiële criteria gesteld, die niet meer realistisch zijn. Door nauwer samen te werken, moet dat beter gaan. Tussen opdrachtgever en bouwer. En tussen bouwer en onderaannemers. Anders is die duurzaamheidsopgave ook niet te halen.”

Staat de bouw er beter voor dan een jaar geleden?
“Ja, financieel wel. Een beetje. Zijn ze echter voorbereid om invulling te geven aan de grote maatschappelijke thema’s, zoals verduurzaming, dan zeg ik: nog niet. Bouwers willen wel, maar kunnen ze het ook? En zijn ze voorbereid op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt? Nee, dat is ook nog niet zo. Dat zijn twee onderwerpen die me wel zorgen baren.” En dan tot slot: “Het lerend vermogen over projecten heen is in de hele sector ook een issue. Er worden in afzonderlijke projecten goede dingen gedaan, maar dat doorvertalen naar andere projecten lukt vaak niet.”

Reageer op dit artikel