nieuws

Waarom deze bouwdirecteur in fabriekshuizen investeert: ‘In prototypes kun je niet wonen’

bouwbreed Premium 3022

Waarom deze bouwdirecteur in fabriekshuizen investeert: ‘In prototypes kun je niet wonen’

Hij investeert in woningen die uit de fabriek rollen, vergelijkt innoveren met lopen in de modder en vindt dat bouwbedrijven de regie moeten terugpakken. Cees van Dillen, directeur van één van de oudste Nederlandse aannemers springt op de bres voor de hele sector. “Te veel mensen beïnvloeden het bouwproces.”

Nauwelijks innovatief, geregeld instortingen, ongevallen, vertraging en meerkosten. Terugkerende kritiek op de bouwkwaliteit. Nee, anno 2018 lijkt de Nederlandse bouwsector er niet heel goed op te staan bij de gemiddelde Nederlander.

Het raakt Cees van Dillen (43), directeur van de Van Dillen Groep, sinds 1724 (bijna 300 jaar) een begrip in de regio. De klaagzang is volgens hem onterecht, of in elk geval te eenzijdig.

“Of er in de tijd van mijn voorvaderen beter werd gebouwd? Daar geloof ik niets van. Vroeger ging het ook wel eens mis. Maar ik denk wel dat er dingen anders moeten.”

Spelbepaler

Domineer. Wees als bouwbedrijf spelbepaler. In een paar woorden is dat het verhaal van deze Culemborgse ondernemer. Bepaal als bouwer zelf de productiemethode en laat die niet steeds afhangen van de opdrachtgever.

Onlangs openden zijn hun eerste prefabhal. Met Sustainer Homes en Built4u produceert hij daar kant-en-klare, houten woningen en gevels. Absoluut de toekomst, volgens Van Dillen. Het is topdrukte.

“Maar dat heeft nu vooral nog te maken met een grote inhaalslag van vorige jaren toen er door stijgende bouwkosten veel beslissingen ineens werden uitgesteld. Iedereen heeft daar last van.”

Kwetsbaar

Te afhankelijk van economische omstandigheden. Te vatbaar voor opdrachtgevers, te kwetsbaar voor fouten. Zo beschouwt Van Dillen de huidige bouw.

Daarom die prefabhal. Daarom acht jaar geleden al die afdeling productontwikkeling. Precies om die reden gelooft Van Dillen in een twintig procent linkshandig (creatief) en tachtig procent rechtshandig bedrijf. In een bedrijf dat stabiel genoeg is om lopende processen gladjes te laten verlopen, maar ook tijdig kan inspelen op toekomstige trends.

De bouw innoveert niet. Laat Van Dillen niet lachen.

“We zijn juist superinnovatief. Het probleem is echter dat het ontwerp vaak wordt weggehaald bij de productie. Elke opdrachtgever, heeft zijn eigen architect. En al lijken die projecten nog zo veel op elkaar, elke keer zit de werkvoorbereider daardoor als soort Willy Wortel ieder detail anders te maken. Iedere keer maken we als bouwers een prototype, maar daar kun je niet in wonen.”

Lopen in de modder

En dus innoveren. Al krijg je daar ‘vieze laarzen’ van: “Innoveren is als lopen in de modder. Als we als bouwer iets nieuws bedacht hebben moet iedereen eerst meekijken. En op de bouwplaats moet het daarna weer allemaal anders. Buiten de opdrachtgever en opdrachtnemer om zijn er te veel mensen die het bouwproces beïnvloeden. Dat werkt vertragend en draagt niet bij aan innovatie.”

Plug and play. Met hout, vaste opdrachtgevers en architecten. En met bouwers die weten wat ze willen. Niet terneergeslagen afwachten op weer eens een opdracht, maar met bravoure en betrouwbare producten de roerige markt ‘te slim’ af zijn.  Zo denkt Cees uit Culemborg. Nazaat van een soldaat uit de Duitse legerplaats Dillenburg. Ondernemend, innovatief, vrijgevochten, zoals zoveel Culemborgers. Die vonk wil hij ook in de bouw over laten springen.

Kwaliteitswet

“Bouwers zouden veel meer voor zichzelf moeten opkomen. Zo van; zo maken we het, punt. Als ik een auto koop loop ik toch ook niet de fabriek binnen om te zeggen dat ze de wielen op een andere manier moeten monteren…”

In Den Haag broeden ambtenaren, Kamerleden, belangenbehartigers van gemeenten, bouwers, architecten en toeleveranciers al jaren op nieuwe wetgeving. Van Dillen juicht de nog altijd bediscussieerde wet kwaliteitsborging voor het bouwen toe.

“Maar bouwers moeten straks niet altijd, overal en voor alles aansprakelijk gesteld kunnen worden. Bij aanbestedingen waar het ontwerp voor de opdrachtgever is, moet die verantwoordelijk daar wél volledig blijven. Laatst liet ik puur op risicoaansprakelijkheid voor het ontwerp een project schieten. Na aanbesteding zou die bij ons komen te liggen met omgekeerde bewijslast. Bekijk het maar.”

Tolerantie

In de prefabhal praat de bevlogen en soms ongeduldige Van Dillen aan een stuk door. Hij toont één van de huizen die straks uit de fabriek rolt en gaat ermee op de foto.

“Deze maken wij met Sustainer Homes, een zeer interessante partij van twee sociologen, een architect en een werktuigbouwkundige. En met de directeur (Gert van Vugt) moet je absoluut eens afspreken.”

Wereldwijd wil Sustainer Homes miljoenen van dit type woningen realiseren, zegt Van Dillen. “Ik maak de eerste reis met ze, zodat zij hun uiteindelijke doel kunnen bereiken. Wij helpen ze met verbeterpunten, de tolerantie en dokteren de beste volgorde van monteren uit. Nu zijn we bezig met versie 5.”

Trots toont hij een van zijn andere vondsten. Het is een opvouwbaar houten puntdak, dat scheelt bij het vervoer en maakt het werk ook een stuk veiliger op de bouwplaats. Alsof het maken van huizen kinderspel is. Zo niet saai.

Verrassend saai

Van Dillen glimlacht en knikt: “Prefab saai? Het is vreselijk saai al zeg ik liever: het is verrassend saai. Maar wat maakt dat uit? Saai worden is helemaal niet erg. Het gaat erom dat je als bouwer niet meer verrast wordt. Ondernemerschap is niet, ik heb het beste idee, of het meest originele…ondernemerschap is zorgen voor tevreden klanten. Iets maken waar mensen graag in wonen. Met bewoners die glimlachend voor de voordeur staan.”

Bijna het oudste bouwbedrijf van Nederland. Op naar nog eens 300 jaar. Vrijgevochten én bescheiden.

“Uiteindelijk gaat het niet om mij, maar om de 130 man die hier een vaste baan hebben. ’s Avonds moeten zij naar huis terugkeren met het idee: ‘We hebben het weer goed gedaan. En de mensen voor wie we bouwen zijn gelukkig.’ Dát zouden bouwers vaker moeten zeggen.”


Oudste bouwbedrijf?

Vanuit Culemborg timmert de familie Van Dillen al sinds 1724 aan de weg. Maar daarmee is het niet het oudste bouwbedrijf van Nederland, weet Cees van Dillen (43), de huidige directeur. “De KnaapenGroep is ouder (uit 1652, red).  En Aalbers (sinds 1674, red) ook.”
De getrouwde vader van drie kinderen stamt af van een soldaat die honderden jaren geleden vluchtte vanuit Dillenburg, een Duitse legerplaats, naar Schalkwijk. “Hij of zijn zoon is toen als timmerman begonnen.”
Zo ging dat door van vader op zoon. Van meubels naar houten trappen, van houten trappen naar openbare aanbestedingen. “Mijn vader nam het over toen mijn opa een ongeluk kreeg en profileerde zich als aannemer. Ik maakte vervolgens de stap van bouwmeester naar ondernemer.”


Vier divisies, 45 miljoen euro omzet

De omzet van de Van Dillen Bouwgroep bedraagt in 2018 naar verwachting 45 miljoen euro. Het grootste deel daarvan (35 miljoen euro) wordt gerealiseerd door de projectteams van het bouwbedrijf. Toen Jaap de Windt (zwager van Cees) en Cees van Dillen het bedrijf twaalf jaar geleden overnamen van Arie van Dillen bedroeg de omzet ongeveer 22 miljoen euro, de helft minder. De Van Dillen Bouwgroep bestaat uit Bouwbedrijf Van Dillen, Van Dillen Onderhoud en Beheer, Timmerfabriek Culemborg en Prefab Fabriek Culemborg.

Reageer op dit artikel