nieuws

De Arbiter: Aardbeving of toch ondeugdelijke constructie

bouwbreed 918

De Arbiter: Aardbeving of toch ondeugdelijke constructie
raad van arbitrage De Arbiter

Een silo die na een heftige Groningse aardbeving scheuren vertoont: dan is de schuldige snel gevonden. Of toch niet?

De Arbiter

Vonnissen van de Raad van Arbitrage zijn vaak interessant voor een breder publiek dan alleen de partijen die bij het geschil betrokken zijn. In deze rubriek wordt elke maand een zaak van de Raad besproken.

Deze zaak draait om de verantwoordelijkheid voor scheurvorming in een veevoedersilo. Wat is er gebeurd? Deze sleufsilo is in 2012 in opdracht van een Groningse veefokker gebouwd, opgeleverd in april van dat jaar en vervolgens in gebruik genomen. Op 16 augustus vindt tien kilometer verderop een aardbeving plaats, met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter de krachtigste tot dan toe. In diezelfde maand meldt de boer bij de aannemer dat hij scheuren heeft ontdekt in wanden en vloer van zijn silo.

Aardbeving…

In oktober 2012 stelt de boer de aannemer formeel aansprakelijk en vraagt hem om herstel. Op dat moment lijkt alles nog in de richting van de aardbeving te wijzen. De aannemer zegt dan ook dat herstel nog geen zin heeft: dat zal immers bij de eerstvolgende beving weer teniet worden gedaan. Maar in 2013 volgt onderzoek in opdracht van de NAM en dat wijst een heel andere kant op, namelijk dat de constructie niet zou deugen.

…of ondeugdelijke constructie?

Helaas voor de aannemer steunen in de jaren daarna – want zo lang gaat het duren – ook twee andere onderzoeksbureaus de conclusie van de NAM. De wapening is onvoldoende en ook niet goed aangebracht. Daartegenover staat een onderzoek in opdracht van de aannemer. Daaruit komt dat niet één op één vast te stellen is dat de problemen aan de wapening zouden liggen en dat er toch wel een duidelijke aanwijzing is voor aardbevingsschade.

Naar de Raad

Uiteindelijk wil de opdrachtgever, die al een andere silo heeft laten bouwen, zijn geld voor de eerste silo terug en zijn gevolgschade vergoed. De aannemer wil daar niet van weten en ten langen leste belanden de twee in de eerste helft van 2018 bij de Raad van Arbitrage.

Wapening deugt niet

Gewapend met de onderzoeksresultaten en op basis van zijn eigen bezichtiging op de zittingsdag kan de arbiter maar één conclusie trekken: de wapening deugt inderdaad niet.

Er is maar één net aangebracht, wat leidt tot een wapeningspercentage van 0,186% voor de vloer en 0,134% voor de wanden. Dit is onvoldoende om de gebruiksbelastingen en spanningen ten gevolge van de opgelegde vervormingen (krimp) op te kunnen nemen.

De aannemer had net als in de wegenbouw, qua betontoepassing vergelijkbaar, uit moeten gaan van een wapeningspercentage van 0,35% voor de vloer en 0,26% voor de wanden.

Ook de verdeling van de wapening, met in de wanden alleen in het midden één net en met een dikkere betondekking op de vloerwapening dan aangegeven, maakt het geheel minder effectief. De constructie voldoet niet aan eisen van goed en deugdelijk werk en is de meest aannemelijke oorzaak van de scheuren.

Aannemer met lege handen

De aannemer weet zijn verweer op allerlei punten niet aannemelijk te maken. Hij is tekortgeschoten en daarmee verkeert hij, zoals de opdrachtgever heeft gesteld, in verzuim. Daarom wijst de arbiter de primaire eis – ontbinding van de aannemingsovereenkomst – toe en moet de aannemer de aanneemsom van ruim 39 duizend euro terugbetalen. Daar komt nog ruim 18 duizend euro aan expertise-, proces- en rechtsbijstandskosten bovenop.

Exoneratie

Enig lichtpuntje voor de aannemer is dat hij de meer dan 8 duizend euro aan gevolgschade bij de opdrachtgever niet hoeft te betalen. Hij beroept zich met succes op een exoneratiebeding in zijn algemene voorwaarden dat vergoeden van bedrijfs- en gevolgschade in beginsel uitsluit.


(Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 36.069)

Reageer op dit artikel