nieuws

‘Goed investeren in je medewerkers is niet zomaar even gedaan’

bouwbreed 1578

‘Goed investeren in je medewerkers is niet zomaar even gedaan’
UTRECHT - In Utrecht is Rijkswaterstaat begonnen met het aanbrengen van hogesterktebeton op de Galecopperbrug (A12) over Amsterdam-Rijnkanaal. In een gecontroleerde omgeving, een grote tent over de brug, wordt het gewapende ton aangelegd op de ruim 300 meter lange brug. Tot eind 2015 renoveren Rijkswaterstaat en Combinatie Galecom de Galecopperbrug bij Utrecht (A12 over Amsterdam-Rijnkanaal). De brug wordt ondermeer versterkt met bijna zes miljoen kilo staal en tevens verhoogd -gevijzeld - om hoger containervaart onder de brug mogelijk te maken. COPYRIGHT TON BORSBOOM

Duurzame inzetbaarheid: bedrijven in de bouw en techniek zijn er steeds meer mee bezig. Werknemers zitten echter helemaal niet op de gezondheidsscans en vitaliteitscursussen te wachten, zo lijkt het. Maar nog belangrijker: vermijd de term duurzame inzetbaarheid.

We fietsen al elke dag’. ‘Even wennen aan die Chinese cultuur’. Het zijn maar een paar opmerkingen na publicatie van een recent Cobouw-artikel over een nieuw vitaliteitsprogramma van Dura Vermeer. Maar het maakt wel duidelijk hoe vakmannen denken over dit soort initiatieven van bedrijven.

Tjeerd Hobma, algemeen directeur van Volandis, geeft het schoorvoetend toe. “Ja, het klopt, maar weinigen zitten er echt op te wachten. Dit merken we aan de opkomst voor onze DIA (Duurzame Inzetbaarheids Analyse, red). Hoewel deze combinatie van preventief medisch onderzoek (PAGO) en adviesgesprek kosteloos wordt aangeboden door de sector, komt tot nu toe nog maar 40 procent van alle vakmensen in de bouw opdagen. We streven naar een opkomst van 80 procent.”

Ook Josephine Engels, lector Vitaliteit aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, merkt dat het erg lastig is om met duurzame inzetbaarheid mensen in fysiek zware beroepen te bereiken.

“Werknemers met een lagere opleiding, die vaak een fysiek zwaar beroep hebben, zijn vaak slechter in staat duurzaam te werken dan hoger opgeleiden. Hierover zijn verschillende onderzoeken gedaan. Als je geldzorgen hebt, denk je namelijk niet zo snel aan een gezonde lunch, of aan genoeg sporten tussendoor”, legt ze uit.

Bewustzijn onder werknemers om in beweging te komen, is nog onvoldoende

Niettemin steken bouwbedrijven steeds meer energie in het thema duurzame inzetbaarheid, merken zowel Hobma als Engels. Ook al lijkt dat vooral het gevolg van het sectorplan Bouw & Infra, waarin is vastgelegd dat er 120 miljoen euro wordt geïnvesteerd in het langer gezond laten doorwerken van bouwvakkers.

Van de 7500 bedrijven die vallen onder de cao voor bouw en infra, maken er al ruim drieduizend actief gebruik van de anonieme PAGO-data om beleid te maken, laat Hobma weten. En dat aantal is groeiende. “Tegelijkertijd is het bewustzijn onder werknemers om in beweging te komen voor de eigen duurzame inzet nog onvoldoende. We zien dit terug in een lage deelname. De werkgever kan hier een enorm stimulerende rol in spelen.”

Bij sommige bedrijven is er volgens de Volandis-directeur al jaren een opkomst bij het PAGO van 95 procent. “Uit recent onderzoek blijkt dat werkgevers hun medewerkers zeker niet tegenhouden om deel te nemen aan de DIA. Daarover zijn we positief verrast. We zien dat bedrijven zich steeds meer bewust worden dat ze zuinig moeten zijn op hun medewerkers. De hoogconjunctuur en het tekort aan medewerkers, werkt hier natuurlijk ook aan mee.”

‘Ik ben toch gezond waarom zou ik meedoen?’

Maar als steeds meer werkgevers moeite doen voor hun werknemers, hoe kan het dan toch dat vakmensen daar niet echt geïnteresseerd in lijken te zijn? “Ja, dat is lastig te zeggen”, zegt Hobma. “Het meest gegeven antwoord dat wij krijgen van mensen is: ‘Ik ben toch gezond, dus waarom zou ik meedoen?’ Terwijl ’de DIA er juist op gericht is gezond, veilig en gemotiveerd te blijven werken tot aan je pensioen.”

Voldandis-directeur Tjeerd Hobma: “Vermijd de term duurzame inzetbaarheid als je in gesprek gaat met je medewerkers. Anders bereik je ze nooit.”

Toch is het géén reden om helemaal niets te doen, vindt Hobma: “De mensen die we wél in de spreekkamer krijgen bij de arts van de arbodienst en vervolgens aan tafel, zijn vrijwel unaniem zeer positief. Bovendien merken we dat de meesten ook echt aan de slag gaan met hun persoonlijk DIA-actieplan. De een wil meer gaan sporten, een opleiding gaan doen, de ander een werkstresstraining of gaat loopbaanadvies inwinnen. Onlangs realiseerden we de 10.000ste deelnemer. Nu we de aantallen zien toenemen, zien we ook de instroom in deze coachingstrajecten, opleidingen en trainingen bij partners toenemen.”

Bovendien is naast langer blijven doorwerken, werkplezier ook van essentieel belang, vult Engels aan. “Dus het heeft zeker zin om als bedrijf te investeren in duurzame inzetbaarheid. Of eigenlijk in de vitaliteit van medewerkers. Duurzame inzetbaarheid is namelijk een lastig begrip voor werknemers, vooral in de bouw, waar veel laagopgeleide mensen werken. Vermijd die term dus als je in gesprek gaat met je medewerkers. Anders bereik je ze nooit.”

Vraag wat je mensen nodig hebben en doe dat in de taal van de werknemer

Dat is dan ook meteen de allereerste en belangrijkste stap die een bedrijf moet zetten om de werknemers te bereiken: het gesprek aangaan. Vraag wat je mensen nodig hebben. En doe dat in de taal van de werknemer, stelt de lector. “De wensen kunnen heel verschillend zijn. Een werknemer van 65 zal misschien aangeven dat hij of zij minder zwaar werk wil doen. Een kraanmachinist zal eerder aangeven meer in beweging te willen zijn, omdat hij of zij alleen maar zit. Tenzij het werk er écht onder lijdt, kun je als werkgever niet opleggen wat een werknemer nodig heeft. Dat moeten ze zelf aangeven.”

De volgende stap is keuzes bieden. “Veel grote bedrijven hebben de mogelijkheden vaak al geregeld in een goed hr-beleid. Zo niet, zorg dan dat er opties zijn die mensen kunnen doen: zoals sportschoolmogelijkheden, coachingsessies, voorlichtingsavonden, ontwikkelingsmogelijkheden, enzovoorts. Goed investeren in je medewerkers is niet zomaar even gedaan, je bent zeker wel een jaar bezig met inventariseren wat mensen nodig hebben. Maar het is wel belangrijk om het te doen.”

Maar wat als je alleen maar sarcastische opmerkingen naar je hoofd geslingerd krijgt? Als medewerkers helemaal geen zin hebben in trainingen of vitaliteitsonderzoeken? “Gooi het dan op de persoonlijke situatie”, stelt Bianca de Klerk van Uneto-VNI verzekeringen. De dochteronderneming van de brancheorganisatie is al jaren bezig met duurzame inzetbaarheid, maar biedt sinds kort ook hulp aan installatiebedrijven, monteurs en zzp’ers via het Pro-fonds (zie kader). “Maak duidelijk aan de mensen dat gezond blijven werken voor hun eigen bestwil is. Ze willen toch later gewoon op stap kunnen met hun kleinkinderen en niet op bed liggen met rugpijn?”

Oplossingen zijn een combinatie van diverse maatregelen

Volgens De Klerk is voorlichting van essentieel belang. En dan niet alleen van de medewerker zelf, maar ook voor de partner. “Het gaat er niet alleen om wat de werknemer op het werk doet, maar ook wat hij of zij thuis doet.”

Stichting ProFonds

Uneto-VNI Verzekeringen, een dochteronderneming van Uneto-VNI, heeft onlangs stichting Pro-Fonds opgericht. Dit is een stichting om medewerkers, zzp’ers en werkgevers te helpen met invulling te geven aan duurzame inzetbaarheid. De stichting wil hiermee het thema in de installatiebranche en technische detailhandel bevorderen. De stichting is volledig gericht op preventie. Pro-Fonds adviseert werkgevers en medewerkers en biedt preventieve beschermingsmiddelen aan die het werk minder zwaar maken. Denk hierbij aan een exo-skelet voor de rug. Ook kunnen leden van Uneto-VNI gebruikmaken van een scan die inzicht geeft in de vitaliteit van medewerkers, en de brancheorganisatie geeft voorlichting over fit blijven en een gezonde balans tussen werk en privé. Het is de bedoeling dat het verzuimpercentage in de installatiebranche hiermee zal dalen van 4,5  naar 3,5 procent.

Het ei van Columbus bestaat echter niet, stelt Margreet Stok, hoofd afdeling Werkgever en Ondernemer van Uneto-VNI. “Oplossingen zijn een combinatie van diverse maatregelen, de keuze is bedrijfsspecifiek. Tiltrainingen, voorlichtingsavonden, verspreiding van vrije dagen, er zijn heel veel opties die bedrijven kunnen overwegen.”

Een goede invulling geven aan gezond werken begint volgens haar allemaal bij bewustzijn. Van de werknemer en de werkgever. “Als je pas op je 50ste gaat nadenken hoe je duurzaam door je werkleven gaat, ben je eigenlijk al te laat. Het is belangrijk dat je je loopbaan met vertrouwen tegemoet gaat. Werkgevers en werknemers moeten daarover samen de dialoog voeren. Ze moeten er samen uitkomen.”

Steeds meer bedrijven zijn op de goede weg, vinden Hobma, De Klerk, Stok en Engels, maar er kunnen ook nog genoeg stappen worden gemaakt. De Klerk: “Er zijn nog nauwelijks potjes gereserveerd voor preventiebeleid. Bedrijven kunnen nog veel meer kijken naar de winst die ze daarmee kunnen halen op de langere termijn. Een zieke medewerker kost zo’n 200 euro per dag. Terwijl een tilhulpmiddel slechts één keer 1200 euro kost en daarmee kun je veel leed voorkomen.”

Volandis is van plan de opkomst van het aantal medewerkers voor de DIA-onderzoeken naar 80 procent te krijgen. Hobma is ervan overtuigd dat dit moet lukken.

‘Het is van belang om vakmensen te verleiden en te inspireren om zelf werk te maken van veilig en gezond werken’

“Als je lifestyle kunt verkopen met uitgekiende marketing en communicatie, kun je er ook preventieve zorg mee verkopen. Het is van belang om vakmensen te verleiden en te inspireren om zelf werk te maken van veilig en gezond werken. Wij doen dit op diverse manieren samen met partners. Zo organiseren we onder andere pub-quizzen in bedrijven. Hierin werken de deelnemers in spelvorm aan hele praktische vragen rondom veiligheid en gezondheid in hun werk. Op die manier breng je het thema op een leuke manier onder de aandacht.”

Het besef om gezond te werken groeit bij medewerkers bovendien ook langzaam, gelooft Stok. “Door de verhoging van de pensioenleeftijd, denk ik dat wel steeds meer werknemers zich realiseren dat het belangrijk is om gezond en duurzaam te werken.”

Reageer op dit artikel