nieuws

Top-10 bouw: orderboek puilt uit, marge blijft dun

bouwbreed 8738

Top-10 bouw: orderboek puilt uit, marge blijft dun

De tien grootste bouwondernemingen van Nederland hebben vorig jaar meer winst geboekt dan het jaar ervoor. Maar om over naar huis te schrijven is het rendement nog altijd niet. Kan de aanzwellende stroom nieuwe opdrachten de winstmarge opkrikken?

Nu de bouwsector al weer enige tijd de wind in de zeilen heeft, nemen de omzetten in rap tempo toe. Tenminste dat zou je verwachten. Niets is echter minder waar. Althans, bij de grootste bouwers van ons land. Zij boekten over 2017 gezamenlijk een omzet van 24 miljard euro, bijna 800 miljoen minder dan in het jaar ervoor. Oftewel: een daling van 3 procent.

Dat valt op te maken uit het financiële overzicht dat Cobouw jaarlijks opstelt op basis van de jaarrekeningen van betreffende bedrijven.

Is de omzetdaling het gevolg van een incidentele terugval bij een van de bouwondernemingen uit het lijstje? Zeker niet. Maar liefst vijf ondernemingen uit de top 10 zagen vorig jaar de bedrijfsopbrengsten teruglopen. Naast baggeraars Boskalis en Van Oord zijn dat BAM, Heijmans en Ballast Nedam.

Voor de baggerbedrijven geldt dat zij kampen met de voortdurende malaise op hun specifieke werkterreinen. Na jaren van ongekende groei, hebben zij nu al een paar jaar te maken met tegenwind en moordende concurrentie. Bij zowel Boskalis als Van Oord resulteerde dat in 2017 in een omzetverlies van ongeveer 10 procent.

Probleemprojecten

Daarmee deden ze het echter nog altijd beter dan Heijmans. De Brabantse bouwer leverde ruim 21 procent aan omzet in – het meeste van alle bedrijven in de top 10. ‘Probleemprojecten’ als de Westfrisiaweg, RIVM en de Energiefabriek deden Heijmans besluiten om zich terug te trekken op de Nederlandse markt. Diverse buitenlandse activiteiten werden verkocht, met een omzetdaling als logisch gevolg.

Ook bij Ballast Nedam ligt, zoals bekend, de oorzaak voor de omzetdaling in financiële rampspoed. De Nieuwegeinse bouwer kwam door kostenoverschrijdingen op het infraproject Maasvlakte-Vaanplein in ernstige geldnood, moest onderdelen verkopen om overeind te blijven en kwam uiteindelijk in handen van het Turkse Renaissance. Hoewel de nieuwe eigenaar van Ballast Nedam inzet op een omzet van 1,5 miljard, kon afgelopen jaar niet worden voorkomen dat de bedrijfsopbrengsten met een kleine 50 miljoen terugliepen.

Daardoor is Ballast Nedam op de ranglijst ingehaald door Van Wijnen, dat vorig jaar de omzet met ruim 7,5 procent wist op te voeren. Alleen TBI deed het met een stijging van dik 8,5 procent nog beter.

Stijgende winst

Tegenover een dalende omzet stond een stijgende winst. De tien grootste bouwers van Nederland verdienden over 2017 samen bijna 430 miljoen euro, 10 procent meer dan het jaar ervoor. Een derde van die totale winst werd behaald door één onderneming: VolkerWessels. Verbazing behoeft dat overigens niet. Het aannemingsconcern uit Amersfoort presteert op dat vlak al jaren bovengemiddeld.

Dat kan niet gezegd worden van Ballast Nedam. Als enige van het tiental koplopers leed de onderneming verlies. Voor Ballast Nedam geldt dat het alweer voor het zesde opeenvolgende jaar rode cijfers schreef.

De grootste winstklap vorig jaar kreeg evenwel BAM. De bouwer uit Bunnik leverde ruim 73 procent in, mede als gevolg van de tegenvallers op het project zeesluis IJmuiden. BAM bleef daarmee Boskalis (-45 procent) en Van Oord (-13 procent) ruimschoots voor.

De meeste vooruitgang boekte TBI. De Rotterdammers bogen het verlies van 16,7 miljoen uit 2016 om in een winst van 10,6 miljoen.

Marge gemiddeld onder 1 procent

De dalende omzet en de stijgende winst zorgden, als vanzelf, voor een verbetering van gemiddelde winstmarge. Die steeg van 1,57 naar 1,78 procent. Dat lijkt mooi, maar als de cijfers van de bovengemiddeld renderende baggeraars niet worden meegerekend, ligt de marge nog altijd onder de 1 procent: 0,95 procent om precies te zijn.

Het meest achter bleven Ballast Nedam (-6 procent), BAM (0,19 procent) en TBI (0,62 procent). Van de pure bouwers deed VolkerWessels het opnieuw het beste met een marge van 2,57 procent. De kloof met Boskalis, dat een marge had van meer dan 10 procent en Van Oord (5,25 procent) is echter nog heel groot.

De vraag voor de grote bouwconcerns is hoe te profiteren van de oplevende bouwmarkt. Dat er stijgende omzetten aankomen, dat lijkt wel duidelijk. De tien koplopers in de sector startten dit jaar met 37,5 miljard euro aan werk op de plank. Dat is maar liefst 3 miljard meer dan een jaar eerder. Een dergelijke stijging van het orderboek is al jaren niet meer voorgekomen en geeft aan hoe sterk de bouw momenteel aantrekt.

Risico’s mijden

Gaat dat ook direct leiden tot hogere winstmarges? Bij de presentatie van de jaarcijfers hebben veel van de bouwers aangegeven dat wel te verwachten. Na de zeperds van afgelopen jaren zijn ze risicovolle projecten gaan mijden. Dat kunnen ze ook makkelijker omdat er meer werk op de markt is gekomen waardoor ze selectiever konden aannemen.

Daar staat echter tegenover dat de bouwkosten snel stijgen. Die zullen in bepaalde gevallen doorberekend kunnen worden aan opdrachtgevers, maar zeker niet altijd. Bovendien hangen tegenvallers in de lucht als gevolg van de toenemende personeelsschaarste.

Voor BAM en VolkerWessels geldt bovendien dat het zeesluis-project alweer nieuwe tegenvallers heeft opgeleverd. Dat zal hoe dan ook een drukkend effect hebben op de marge.

Reageer op dit artikel