nieuws

Ronde tafel: ‘Misschien heeft de bouwsector wel behoefte aan een disruptie’

bouwbreed Premium 1893

Ronde tafel: ‘Misschien heeft de bouwsector wel behoefte aan een disruptie’

De bouw moet innoveren om een antwoord te hebben op de snelle veranderingen in de markt. Maar volgens experts gaat dat nog lang niet snel genoeg. Tijdens een rondetafelsessie werd wel duidelijk dat technologie op zichzelf niet tot innovatie leidt. Bouwbedrijven moeten veel meer investeren in sociale en logistieke innovatie.

Waar bedrijfssectoren als de industrie, retail en dienstverlening in de afgelopen twintig jaar een enorme transformatie hebben ondergaan door de komst van automatisering en internet, hanteert de bouw een  businessmodel dat niet tot nauwelijks afwijkt van vijftig jaar geleden. Op het gebied van nieuwe technologie is er zeker wat veranderd, zoals de enorme toename van prefab en de toepassing van BIM. Maar technologie is nog geen innovatie, stelt de Rotterdamse hoogleraar Henk Volberda.

Samen met een aantal deskundigen uit de sector is hij te gast bij het innovatiecentrum Digibase van VolkerWessels om te praten over de oorzaak van die geringe innovatiekracht en wat eraan te doen is. Hij zit aan tafel met directeur Peter van der Horst van bouwbedrijf Sprangers, Jan Fennema van bouwsoftwareontwikkelaar Construsoft, business development-adviseur Rolf Bax van Enurgey en René de Groot, directeur van Digibase.

Met Digibase wil VolkerWessels de ontwikkelingsslag voor de eigen bedrijven faciliteren door het ontwikkelen van bedrijfsstrategieën en het verder ontwikkelen van innovaties. Volgens De Groot is het broodnodig om die innovatieslag te maken. “Voor de bouwsector was de bouwcrisis ingrijpend, maar dat was een conjunctuurcrisis. Er zit volgens mij een nog veel grotere crisis aan te komen: het schreeuwend tekort aan geschoold personeel. We komen er nu achter dat we dit probleem niet kunnen oplossen met het opleiden van meer mensen alleen. We moeten het proces heel anders gaan inrichten.”

Volberda ziet een vergelijking met de industrie. “We hebben jarenlang gedacht dat de maakindustrie uiteindelijk helemaal naar lagelonenlanden zou verdwijnen. Dat is niet gebeurd door een enorme investering in procesinnovatie. Dat kan in de bouw ook.”

“Er is nog geen Amazon of Airbnb in de bouw”

Maar voorlopig is de consensus aan tafel dat de innovatiekracht van de bouwsector in vergelijking met andere sectoren vrij laag is. Volberda: “Ook de productiviteit is achtergebleven. Grofweg is de innovatieslag in de bouw in drie scenario’s onder te brengen: het Factory-scenario, waarbij alles in prefab wordt gebouwd, het Digi-scenario, waarbij alles digitaal en met robots wordt gemaakt en het Groene scenario, waarbij de bouwsector volledig duurzaam wordt en duurzame producten bouwt. Maar innovatie draait om nieuwe producten die je in de markt zet. In veel sectoren is die transformatie gepaard gegaan met een disruptieve innovatie: een vinding of een manier van werken die de hele markt op zijn kop zet. Maar er is nog geen Amazon of Airbnb in de bouw.”

Volgens bouwer Van der Horst heeft technologie wel degelijk bijgedragen aan ingrijpende procesveranderingen. “BIM heeft de organisatie van ons bedrijf enorm op zijn kop gezet. Oude rollen vallen weg en worden ingenomen door nieuwe rollen. Het vraagt van onze hele organisatie een aanpassing in houding en gedrag. Dat is een ingrijpend proces.”

Ook softwaremaker Fennema ziet dat: “die transparantie, waar we het in de bouw zo vaak over hebben, is ècht nodig als je BIM op een succesvolle manier wilt inzetten. En dat zien we ook. Het gevolg is dat het voor alle partijen duidelijker wordt wat de werkelijke kosten zijn. De vreemde verdienmodellen die sommige partijen nog wel eens toepasten, zijn eruit.”

“Wat mij echt verbaast is dat er in de bouw geen winst wordt gemaakt”

Toch is de mogelijkheid van een disruptie een motivatie zijn om de innovatiesnelheid op te voeren. Want als de bouwsector niet zelf zorgt voor een sneller en goedkoper bouwproces, dan komt er wellicht een partij met een vernieuwend businessmodel die grote delen van de sector overneemt. Volgens Bax, zelf afkomstig uit de automatisering, kan de bouw op het gebied van businessmodel nog veel leren van ander sectoren. “Het valt me op hoe moeizaam het proces van samenwerking soms gaat. Dat kan echt veel beter. Maar wat mij echt verbaast is dat er in de bouw helemaal geen winst wordt gemaakt! Dat is funest voor je innovatiekracht.”

Dat vindt Van der Horst ook. “Het heeft ons veel tijd en geld gekost om te investeren in de organisatie en in de digitale vernieuwing. Dat ging veel verder dan BIM; we werken als directie met een “war room” waarin we bijhouden wat de stand van zaken is, en in welke processen we nog vernieuwingsslagen kunnen maken. Maar voor een bedrijf van 200 man is het lastiger dan voor grotere bedrijven. Een procent van onze omzet zet relatief weinig zoden aan de dijk. Voor VolkerWessels betekent dat percentage dat ze een innovatiecentrum kunnen optuigen.”

Het valt me op hoe moeizaam het proces van samenwerking soms gaat

Maar volgens De Groot zegt de schaal van de investeringen niet veel over innovatie. “De houding van je medewerkers en partners is veel belangrijker. In hoeverre zijn mensen bereid mee te gaan in een verandering? En kan je aan genoeg nieuwe mensen komen die zich sneller kunnen aanpassen? Dat is de grootste uitdaging.” Maar Volberda waarschuwt ervoor de oplossing te zoeken in nieuw bloed: “Het probleem is dat nieuwe, frisse mensen zich in een ouderwetse bedrijfscultuur heel snel aanpassen. Dan gaan ze ook die oude, starre regels volgen en heb je er nog weinig aan.”

Bax: “Als ik naar die bedrijfsprocessen in de bouw kijk, dan denk ik: waar zijn de vrouwen eigenlijk? Die zijn bijna helemaal afwezig! Ik kan me best voorstellen dat bepaalde fysieke functies in de bouw minder aantrekkelijk zijn voor vrouwen. Maar neem nou eens een werkvoorbereider. Dat is een functie die vraagt om organisatorisch en consciëntieus werken. Ik durf de stelling wel aan dat vrouwen beter zijn uitgerust voor dat werk.”

“Misschien heeft de bouw wel behoefte aan disruptie”

Toch leeft in de bouwsector nog steeds het gevoel speciaal te zijn en dat bepaalde economische wetten niet voor de bouw gelden. Dat kan een dure misvatting zijn, meent Volberda: “De uitdaging ligt in de supply chain. We zien in sommige deelsectoren zoals de starterswoningen al dat er partijen zijn die het Dell-model toepassen: je haalt gewoon een schakeltje ertussenuit.”

De Groot: “Ik hoor nog steeds te vaak het adagium: ‘ieder bouwwerk is uniek’. Als je dat vol blijft houden, wordt je nooit innovatief. Ik denk dat meer druk van buiten, een verandering in de klantvraag, kan zorgen voor een sterkere innovatieslag. Misschien heeft de bouwsector wel behoefte aan een disruptie.”

Volgens Van der Horst is het soms ook lastig om een bouwproject innovatief aan te pakken, als een opdrachtgever niet mee kan of wil in die innovatieslag. Maar volgens Volberda is het een denkfout om een gebrek aan innovatie bij de opdrachtgever of afnemer te leggen. “Stel dat een autofabrikant dat zou zeggen, dan was er nooit wat veranderd in de auto’s waarin we rijden. Dat de klant op kosten selecteert, is volkomen logisch.”

“Nu alles in beweging komt staan we er middenin”

De experts zijn het erover eens dat de innovatiekracht vooral gevonden moet worden in de organisatie, zowel binnen de eigen muren als binnen de sector als geheel. Bax: “Er is veel winst te halen, maar het gaat in de eerste plaats om samenwerking.” Volberda: “bij innovatie denken mensen meestal eerst aan technologie, maar dat is maar een klein onderdeel. Opleiden, co-creatie en leiderschap zijn minstens zo fundamenteel.

Volgens Van der Horst is dat ook waar zijn bedrijf de komende jaren op inzet. “het vinden van strategische partners, ketensamenwerking en procesoptimalisering spelen een centrale rol. Wij willen als bouwer ons meer profileren als regisseur in de keten. Het gaat om vertrouwen, in onszelf en onze partners.”

We zien in sommige deelsectoren zoals de starterswoningen al dat er partijen zijn die het Dell-model toepassen

De Groot ziet dat de vernieuwingen veel vragen van de medewerkers in de bouw. “Maar ze moeten er klaar voor zijn. Mensen roepen vaak: wat verandert er veel! Maar dat is vooral onzekerheid. Er gaat nog veel meer veranderen.”

Volgens Fennema blijft de bereidheid om best practices met elkaar te delen een noodzakelijk element. “Je ziet dat mensen steeds meer geloven in openheid en delen: een goed idee moet je niet voor jezelf houden. Wat dat betreft leven we in een prachtig tijdperk in de bouw: het heeft lang stilgestaan, maar nu alles in beweging komt staan wij er middenin!”

(foto: Herbert Wiggerman)

Reageer op dit artikel