nieuws

Arbeidsinspecteur Michel: ‘Weer eentje gevallen, weer eentje vingers afgezaagd, daar baal ik van’

bouwbreed 6210

Arbeidsinspecteur Michel: ‘Weer eentje gevallen, weer eentje vingers afgezaagd, daar baal ik van’
Michel Schenk inspecteur van Sociale Zaken

Veel amputaties, afgezaagde vingers en handen. En doden. Arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW worden dagelijks geconfronteerd met ernstige bouwongevallen. En het is nog maar het topje van de ijsberg. “Botte pech? Daar geloof ik niet in.”

Jee. Wat een muffe lucht. Wat zit er in die tas?”, vraagt zijn vrouw. Nietsvermoedend stapt ze naast hem in de auto. “Niets bijzonders”, reageert Michel Schenk, alsof zijn neus bloedt.

In het begin zei hij het nog weleens tegen haar: “zwaargewond, vingers, of jong, zonder echt op inhoud in te gaan.” Nu houdt hij werk en privé gescheiden. Ze hoeft niet alles te weten. Ergens moet je een grens trekken. Dit keer is het de tas. Bewust laat de bouwinspecteur niet het achterste van zijn tong zien. Dat doet hij na een dodelijk ongeval eigenlijk nooit.

Hard en kil? Zo is het nou eenmaal. Als geen ander kan Michel dat weten. Elke week is het raak. Overal kun je bouwers betrappen op fouten. Veel daarvan moet hij nog laten lopen ook. Hoe schrijnend dat ook klinkt: hij heeft er vaak geen tijd voor.

Tekst loopt door onder de foto

Lauren en Hardy van de vallende trappen

Ja, dat doet zeer. Het liefst wil hij de hele bouw behoeden voor ongelukken. In plaatst daarvan gaat veel van zijn tijd ‘op’ aan onderzoek. Twintig doden in 2017? Het verbaast hem niets. Nooit zag hij cijfers van bouwongevallen verbeteren.

“Niets bijzonders?”, probeert zijn vrouw het nog een keer. Zijn gedachten malen. Jarenlang werkte hij als uitvoerder in de bouw. Aan grote woningbouwprojecten in Duitsland. Wat was dat lastig. Projecten afstemmen met al die aannemers uit diverse landen. Iedereen zijn eigen bouwgewoonten. Juist dan gaat het vaak mis. Tijdens dat afstemmen. Tijdens de voorbereiding.

Laurel en Hardy

‘‘Alsof ze helemaal niets leren”, hoorde hij vanochtend zijn oudere collega’s denken. “Net zoals bij Laurel en Hardy en die trappen die steeds omvallen.” Sommigen van hen worden met de jaren cynischer. Michel begrijpt ze wel, maar wil er niet in meegaan.

De 48-jarige optimist heeft maar één doel: feiten verzamelen. Om de toedracht van ongevallen in beeld te brengen. Daar is hij voor aangesteld. Meedogenloos? Nee. Maar liever gaat hij geen emotionele banden aan met slachtoffers of nabestaanden.

“Je sport heel veel”, zegt zijn vrouw over de ‘relaxte’ manier waarop hij met zijn soms ingrijpende werk omgaat. En hij heeft steun aan zijn collega’s. Dag en nacht kunnen ze elkaar bellen na zo’n dag als vandaag. “En heel eerlijk: dan gooien we er echt alles uit.”

‘Monteur. Levenloos. Oorzaak onbekend.’ De melding kwam zoals gebruikelijk van de werkgever aan de politie. “Wat is de status”, vroeg hij nog even. De nuchtere, maar betrokken West-Fries stuurt zijn bolide in de richting van de bouwplaats. Het zal er zoals gebruikelijk een chaos zijn.

Tekst loopt door onder de foto

Veiligheidsinspecteur in de bouw

Inspecteur Michel Schenk: bouwer zat fout, klinkt vaak het harde oordeel. Dat maakt me boos. Foto: Eran Oppenheimer

“Blijf scherp”, houdt hij zichzelf voor. “Focus.” “Ik ben geen hulpverlener. Als ik aankom, doet de aard van het ongeval er gek genoeg voor hem niet meer toe. Gevallen is gevallen, vingers eraf is vingers eraf”, het gaat om de toedracht.

Meer over veiligheid:

Meer over veiligheid:
Leuk is het nooit, een dode. Veel liever handhaaft hij fouten voor het te laat is. De meeste ongevallen zijn volgens hem te voorkomen. Botte pech? Hij gelooft er niet in. Zelfs één moment van onachtzaamheid hoeft je je leven niet te kosten, is zijn stellige overtuiging.

Hij parkeert zijn auto en krijgt gelijk: paniek. Links een commandowagen, voor hem een halfbedekt lichaam, om hem heen emoties. Michel probeert de rust te bewaren. Moet voorkomen dat bewijs verloren gaat.

Bouwers zijn eerlijk

Soms kun je dat niet voorkomen. Bijvoorbeeld als het lichaam verplaatst moet worden. Kijken. Hij neemt de tijd. Trof de werkgever alle voorzorgsmaatregelen?

Hij spreekt getuigen. Boze bouwvakkers, verdrietige bouwers, bedeesde bouwers, geschrokken bouwvakkers. Natuurlijk zetten ze hem weleens bewust op het verkeerde been, maar meestal weten ze kort na een traumatische ervaring niet eens waar Michel naar op zoek is, als ze zich al bewust zijn van zijn aanwezigheid.

Bouwers zijn bovendien to-the-point: om niet te zeggen: te eerlijk. “Die kap zat er niet op.” “Shit, dat is misgegaan”, floepen ze er dan uit voor ze in de gaten hebben dat het belastende informatie is.”

Deze situatie is raadselachtig. Geen omvallende wanden, geen diepe duikeling, zoals jaren geleden. Voor zijn ogen zag hij eens een betontimmerman naar beneden kukelen. Hij maakte een kopgevelsteiger los… Nooit zal hij dat beeld vergeten.

‘Hoofduitvoerders denk na’

Toen al stuurde Schenk op veiligheid. Probeerde hij de juiste mensen op de juiste plek te zetten en bouwvakkers anders naar dingen te laten kijken. Ze zelf te laten nadenken.

Hoofduitvoerders hebben die verantwoordelijkheid, vindt hij. Zij overzien alles. Zij weten wat er op een dag gebeurt en gaat gebeuren. Maar te vaak schuiven zij problemen door naar de jongens op de werkvloer. En dat zijn nou juist mensen die direct aan de slag willen gaan, om te laten zien dat ze daadwerkelijk bezig zijn geweest.

Tekst loopt door onder de foto

Dagelijks ernstige ongevallen in de bouw

Soms maakt hem dat boos. Bijvoorbeeld als iemand zich weer eens vergat aan te lijnen. Te lange lijnen gebruikt of valdempers die niet werken. Of dan lijkt alles geregeld, maar dan kan de bouwvakker zich nergens aan vastmaken.

“Bouwvakker zat fout”, klinkt vaak het harde oordeel. Juridisch klopt dat meestal wel, maar Schenk maakt zich er kwaad over. Hij signaleert dat juist kantoormedewerkers, werkvoorbereiders en uitvoerders vaak beter moeten weten: waarom plaatsen zij geen omheiningen bij die levensgevaarlijke afgrond? Gebruiken ze niet de juiste rolsteigers?

Onbenutte veiligheidsvoorzieningen

Of zoals ze dat in zijn wereld noemen: waarom treffen zij niet vaker collectieve voorzieningen? Het hoeft misschien niet altijd, maar waarom zou je ‘prachtige’ uitvindingen, zoals die leuningen voor het veilig aanbrengen van kanaalplaatvloeren, links laten liggen, als je daarmee misschien wel levens kunt redden? Ze zijn al jaren op de markt. Er zijn er pas twee verkocht.

Lees alles over

Lees alles over
Schenk blijft zoeken. Wat is er met het slachtoffer gebeurd? Waarom leeft hij niet meer? Houdt het verband met die fabriek en die schadelijke stoffen. Maakte iemand een fout? Met een beetje pech komen hij en nabestaanden er pas over een jaar of drie achter.

Ondanks het feit dat hij meestal binnen een uur al genoeg informatie heeft, volgt het echte werk daarna pas: weken, maanden, soms zelfs jaren van onderzoek. Het is de grote frustratie van nabestaanden en slachtoffers: waarom moet het zo lang duren?

Vooral vegen

Schenk snapt dat onbegrip. Maar bewijzen dat een ongeval is gegaan, zoals hij vermoedt dat het gegaan is, is nou eenmaal lastig. Zijn laatste rapport was negenduizend pagina’s dik.

Dat raakt zijn frustratie. Dat vrijwel al zijn tijd opgaat aan onderzoek naar het ‘kalf dat al verdronken is’. Zijn drive is juist zorgen dat iedereen in de bouw ‘s avonds veilig thuiskomt. Schenk wil ongevallen voorkomen, maar in plaats daarvan ‘veegt’ hij vooral.

Wanneer houdt het nou eens op? De bouw zit in de lift, maar Michel vreest voor meer ongevallen. Loop maar eens met hem mee naar een willekeurige bouwplaats: hij wijst je zo op drie levensgevaarlijke situaties.

Wat er in de tas zit

Michel kijkt naar de tas. Hij heeft zijn vrouw net afgezet. Natuurlijk weet hij waar die tas vandaan komt. Er zit wel degelijk een verhaal aan. In de tas, die hij zojuist heeft opgehaald bij de politie, zitten een shirt, trui, sokken en schoenen met stalen neuzen. Van de bouwvakker die hij tot vanochtend niet kende en na vanochtend nooit meer zal leren kennen.


Een verleden als bouwer

Michel Schenk werkte zelf jaren bij diverse woningbouwers als hoofduitvoerder. Als arbeidsinspecteur wil hij het verschil maken. “Primair is ons werk gericht op het vaststellen van een mogelijke overtreding van de arbowet bij een ongevalsonderzoek. Maar ik probeer werkgevers en werknemers meer mee te geven. Hoe gevaarlijke situaties te voorkomen in de toekomst? Lees een handleiding, praat met elkaar, los het op. Dwing je zelf anders na te denken over waar je mee bezig bent.” Vaak is een ongeval ingegeven door een aaneenschakeling van kleine fouten, zegt Schenk.

 

Naschrift
Michel Schenk is slechts één van de honderden arbeidsinspecteurs die Nederland heeft. Of het er genoeg zijn? In elk geval is duidelijk dat er meer misgaat op de bouwplaats dan deze ambtenaren kunnen verwerken. Of zoals Michel dat zegt: “we zijn vooral aan het vegen”. Na het lezen van dit verhaal blijft de lezer vermoedelijk achter met vragen. Zijn de regels wel streng genoeg? Is na een ongeval voldoende duidelijk wie waar aansprakelijk voor is? Hoe vaak komt het tot een veroordeling? Cobouw blijft zoeken naar antwoorden en gaat de discussie over onveilige bouwplaatsen graag met u aan. Voor vragen, opmerkingen of tips kunt zich wenden tot journalist Thomas van Belzen. Via het mailadres Thomasvanbelzen@vakmedianet.nl


Meer persoonlijke verhalen over bouwongevallen

Bouwveiligheid is één van de thema’s waar Cobouw consequent aandacht aan schenkt en zal blijven schenken. Met nieuws, achtergronden en persoonlijke verhalen zoals deze:

Dit is Haiko, één van de twintig bouwdoden uit 2017
Aron overleefde een ernstig ongeval en wil dat trauma anderen besparen
Bertus en Hennie snakken naar het einde: bouwvakkers worden geen tachtig

Reageer op dit artikel