nieuws

Mislukte aanbesteding: Tweede Kamer dringt aan op verplichte compensatie

bouwbreed Premium 3118

Mislukte aanbesteding: Tweede Kamer dringt aan op verplichte compensatie

Bij een mislukte aanbesteding krijgt nu niemand de tenderkosten vergoed. De inschrijvers draaien volledig op voor de kosten omdat opdrachtgevers bewust compensatie uitsluiten en de gang naar de rechter blokkeren. Oneerlijk, oordeelt de Tweede Kamer.

Dinsdagmiddag heeft het parlement een motie aangenomen van VVD en CDA om verplichte compensatie bij mislukte aanbestedingen te regelen. Staatssecretaris Mona Keijzer belooft het onderwerp toe te voegen aan het lopende onderzoek naar tenderkosten.

800 mislukte aanbestedingen, 1 x kosten vergoed

De Tweede Kamer stelde het onderwerp aan de kaak naar aanleiding van de evaluatie van de aanbestedingswet en het traject Beter Aanbesteden. Directe aanleiding was een onderzoek van bureau Significant: Van alle tenders mislukt 3 tot 5 procent. Tussen 2013 en 2015 gaat het om 866 mislukte aanbestedingen, waarbij slechts bij 1 tender een vergoeding is betaald.

Het percentage mislukte tenders klimt momenteel omhoog door de aantrekkende bouw en de achterblijvende budgetten. Regelmatig moet een tender worden overgedaan en dan zijn opnieuw extra tenderkosten te verwachten. Dat geldt bijvoorbeeld voor het theater in Den Bosch, het Feringa Lab van de universiteit Groningen of de renovatie van museum Arnhem.

Bewust uitgesloten

Bijna alle opdrachtgevers zetten in de beruchte kleine lettertjes een passage dat bij een mislukte aanbesteding niets wordt vergoed. Daar wordt meestal een extra clausule aan toegevoegd dat het verboden is daarover naar de rechter te stappen. De praktijk is dus dat de inschrijvers volledig voor de kosten opdraaien en geen cent vergoed krijgen. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat onredelijk.

De staatssecretaris gaat nu aan de slag met verschillende scenario’s om die praktijk te doorbreken. Het ligt voor de hand om een passage op te nemen in de verplichte Gids proportionaliteit. Het is lijkt noodzakelijk om opdrachtgevers expliciet te verbieden om zo’n passage op te nemen, mogelijk aangevuld met een richtlijn voor een redelijke vergoeding.

Bierviltje werkt niet meer

De staatssecretaris kijkt al sinds afgelopen najaar naar de mogelijkheden voor een verplichte vergoeding bij hoge tenderkosten. Het is een van de grote frustraties die bleek uit de inventarisatie van het traject Beter Aanbesteden. In de praktijk blijkt dat veel ondernemers bij voorbaat afhaken en niet eens meer meedingen bij overheidsprojecten.

Tenderkosten van 30 tot 40 miljoen euro die in rook opgaan als je naast de opdracht grijpt. Het gebeurt bij alle grote (infra)projecten, zoals A16, Afsluitdijk of zeesluis IJmuiden. Het maakt veel bouwers kieskeurig om in te schrijven bij grote projecten.

Maar een ‘bierviltje’ volstaat ook allang niet meer voor kleine bouwprojecten. Gemeenten en waterschappen vragen ook voor rotondes, theaters of baggerprojecten steeds vaker een plan van aanpak, een risicobeheersplan of een stake-holder-inventarisatie. Alleen degene die het beste plan schrijft, wint de opdracht. De andere inschrijvers staan met lege handen, maar hebben wel fikse kosten gemaakt.

Tendertoerisme

Het ministerie bekijkt de mogelijkheden van een verplichte tendervergoeding. Een lastig traject, want die verplichte vergoeding leidde in het verleden tot ‘tendertoerisme’: partijen die bewust ongeldige offertes indienden, maar wel de vergoeding opstreken. Tegelijk zijn alle partijen het eens dat het onredelijk is om hoge offerte- en ontwerpkosten te moeten maken zonder dat daar een redelijke vergoeding tegenover staat.

Reageer op dit artikel