nieuws

De Arbiter | Leg het nakomen van een planning bindend vast

bouwbreed Premium 913

De Arbiter | Leg het nakomen van een planning bindend vast

Een hoofdaannemer stelt zijn onderaannemer mede-aansprakelijk voor het te laat opleveren van een sluisproject. Juridisch gezien ligt dat echter niet zo helder.

Dat de onderaannemer bij zijn elektrotechnische en werktuigbouwkundige werk aan dit sluisproject her en der uit de planning is gelopen, staat in deze zaak niet ter discussie. De hoofdaannemer heeft zijn voornamelijk bouwkundige werkzaamheden overigens ook niet op tijd uitgevoerd.

Een en ander leidt tot een te late oplevering. Daarna ontstaat er een conflict. De hoofdaannemer stelt dat hij schade heeft geleden door de vertraging en wil de helft daarvan afwentelen op de onderaannemer. Die wil daar niets van weten. (Partijen zijn het over meer zaken oneens, maar die behandelen we hier niet.)

De hoofdaannemer weigert de eindafrekening van de onderaannemer te voldoen. Die pikt dat niet en stapt – uiteindelijk – naar de Raad van Arbitrage.

Wie is hier de baas?

De arbiters buigen zich allereerst over de aard van de overeenkomst. Om te beginnen beantwoorden ze een aloude vraag: wie was hier eigenlijk de baas? De hoofdaannemer vindt dat er niet zozeer sprake was van een hiërarchie. Iedere partij zou gelijkelijk verantwoordelijk zijn geweest voor zijn eigen deel van het werk. De arbiters volgen die redenering niet. Partijen hebben immers een overeenkomst van onderaanneming gesloten. Daarom had de hoofdaannemer de leiding (art. 7:751 BW) en was hij ook alleen verantwoordelijk tegenover de opdrachtgever. Nergens is vastgelegd dat daarvan zou worden afgeweken.

Contractuele rangorde

Verder blijkt de rangorde in de contractstukken uit de al genoemde overeenkomst van onderaanneming. Die overeenkomst staat bovenaan. Daaronder komen, op gelijke hoogte, de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer, de basisovereenkomst tussen hoofdaannemer en opdrachtgever en de stukken die genoemd zijn in de overeenkomst van onderaanneming. Vervolgens de UAV-GC 2005. (En tot slot de UAV 1968 en de ABB 1960, die in de algemene voorwaarden worden genoemd.)

Dit betekent dat als iets in een hoger geplaatst stuk is geregeld, een afwijking daarvan in een lager geplaatst stuk niet geldt. Bepalingen over het overschrijden van de bouwtijd zijn terug te vinden in diverse beschikbare stukken. Die bepalingen moeten dus in de juiste rangorde worden gezet. Vervolgens kan gekeken worden of hogere bepalingen eventueel aanvulling nodig hebben vanuit lagere.

Niet vastgelegd

De opleveringsdatum, die in de basisovereenkomst met de opdrachtgever staat, was volgens de arbiters voor iedereen duidelijk. Maar of en in hoeverre het niet halen daarvan (ook) de schuld van de onderaannemer zou zijn, is niet vast te stellen. Zeker waar de hoofdaannemer zelf ook uit de planning is gelopen.

In de contracten is het nakomen van de planning door de onderaannemer nergens bindend vastgelegd. Uit de afspraken blijkt eerder een inspanningsverplichting. Als de hoofdaannemer dan toch een vordering op de onderaannemer had willen krijgen, had hij hem bij vertraging bijtijds in gebreke moeten stellen.

Niet gemaand

De hoofdaannemer kan zich ook niet beroepen op de boete voor te late oplevering in de basisovereenkomst (‘back-to-back’). De overeenkomst van onderaanneming gaat vóór en die verwijst naar de algemene voorwaarden (art. 18) van de hoofdaannemer. Daarin staat dat de hoofdaannemer bij een dreigende vertraging zijn onderaannemer kan (en moet) aanmanen. Hij heeft de onderaannemer echter tot na de oplevering op geen enkel moment in gebreke gesteld of aangemaand.

De schadeclaim van de hoofdaannemer – die hij overigens niet weet hard te maken – wordt afgewezen. Naast de proceskosten moet hij vrijwel de gehele rekening van de onderaannemer en diens rechtsbijstandskosten betalen.

(Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 35.732)

Reageer op dit artikel