nieuws

Waarom een kritisch RIVM-rapport over purschuim nooit het licht zag

bouwbreed Premium 5934

Waarom een kritisch RIVM-rapport over purschuim nooit het licht zag

Eenmalige blootstelling aan de schadelijke stoffen in purschuim kan al zorgen voor jaren van ellende. Het RIVM is in 2015 glashelder over de risico’s van gespoten pur. Het is tegen het zere been van de isolatie-industrie. Na een aanhoudende purlobby blijft er helemaal niets van de kritiek over. De val van een cruciaal pur-rapport. Een reconstructie.

De Gezondheidsraad krijgt in 2018 de opdracht van de Tweede Kamer om de risico’s van gespoten purschuim voor bewoners te onderzoeken. In 2014 deed het RIVM op verzoek van verschillende ministeries ook een poging. Het mislukte. Slachtoffers spreken er schande van en menen dat het onafhankelijke Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu bezweek onder de druk van de isolatie-industrie.

Cobouw maakte een reconstructie op basis van mails, conceptrapporten en commentaren van voor- en tegenstanders op tussentijdse bevindingen van het RIVM. De stukken werden vorige maand openbaargemaakt door het Rijk, na een wob-procedure van de Stichting Meldpunt Purslachtoffers.

De worsteling van het RIVM

2014, zes dagen voor kerst. Gespoten purschuim. Twee componenten. Twee waarheden. “Voor het leven vergiftigd”, zeggen slachtoffers al maanden op tv en in kranten. “Onzin”, pareert de industrie.

Het is om moe van te worden. Daarom is het RIVM ingeschakeld. Om als neutrale partij een informatieblad te maken. Daarmee kunnen GGD’en slachtoffers beter helpen.

“Het vordert gestaag”, mailen de onderzoekers elkaar. Ze moeten het doen met de informatie die er al is. De opdracht wordt desondanks nog iets uitgebreid: “Er zal een hoofdstuk komen waarin we de stoffen die toegevoegd worden aan isolatiematerialen, bespreken. Denk daarbij aan brandvertragers, blaasmiddelen, katalysatoren en biociden…”

Kopers staan nauwelijks stil bij gezondheidsaspecten

Het belang van deze klus is duidelijk. Er is al maanden flink ophef over pur en het gebruik van isolatiematerialen zal de komende jaren alleen maar groeien. Daarbij: Kopers staan bij de keuze voor isolatiematerialen nauwelijks stil bij de gezondheidsaspecten.

En dat zelfs minister Blok op basis van een recent rapport van TNO de risico’s van het populaire purschuim niet kan uitsluiten, spreekt boekdelen: “Informatie is er wel, maar een overzicht ontbreekt”, vat het RIVM de chaos eind 2014 samen.

(tekst loopt door onder de foto)

 ‘Gebruik pur niet in houten vloeren’

Voorjaar 2015. Het pur-probleem krijgt vorm in Bilthoven. De eerste concepten staan op papier. Het RIVM spreekt niet meer over een ‘informatieblad’ maar over een verkenning en baseert zich op tientallen bronnen. Twee pagina’s gaan uitsluitend over de risico’s van pur. 

“Blootstelling aan de componenten kan leiden tot luchtwegklachten en huidreacties (zowel irritatie als sensibilisatie)… De kans op blootstelling is het grootst als er kieren zijn in vloeren naar de kruipruimten…” “Nooit bij houten vloeren gebruiken”, staat ook nog in een kanttekening.

Concept na concept

Meer passages duiden op de, eerder in andere rapporten beschreven, risico’s van pur. Concept na concept verschijnt, het is nog puur voorspel nog puur voor intern gebruik. Onderzoekers reageren op elkaars bevindingen.

“Het stukje over bewerken en verwijderen van pur is erg belangrijk. Dit geeft namelijk aan dat er ook na het aanbrengen iets mis kan gaan. Mogelijk zelfs na jaren”, schrijft een van hen.

Ja, er zijn losse eindjes. Maar een significant spoor van enige twijfel, valt niet bij het RIVM te bespeuren. Meerdere bronnen wijzen erop: “eenmalige blootstelling kan al kan leiden tot sensibilisatie.” Dan ben je dus altijd kwetsbaar voor stofjes in parfum, en nieuwe meubels.

Het concept is klaar. ‘Schiet er maar op’

April 2015. Het RIVM zet een punt achter het cruciale rapport. Nou ja punt, eerder een komma. Belanghebbende partijen mogen er nu op schieten. Vriend en vijand doen dat. Het beladen stukje tekst op nauwelijks 30 a4’tjes blijkt voer voor de ‘wolven’. De kritische passages staan er nog gewoon in. Maar het gaat de criticaster niet ver genoeg.

“Weinig bekend over stoffen in pur?” Atie Verschoor fronst haar wenkbrauwen en weet niet wat ze leest in het conceptrapport van het RIVM. “Registreren is zelfs verplicht”, schrijft ze terug in een reactie.

Verschoor is van de stichting Expertise centre environmental medicine (Ecemed). Wekelijks staan er ‘purslachtoffers’ aan haar bureau. De industrie zaagt aan haar stoelpoten: “Zij is onbetrouwbaar en verdient geld over de ruggen van slachtoffers en jaagt ze ten onrechte hun huizen uit”, maken ze haar klein.

Atie Verschoor dringt al jaren aan op een verbod

Verschoor laat zich niet kisten en toont zich ijverig. Ze wil aantonen dat er wel degelijk informatie is over de stoffen die in pur-mengsels zitten.

“In een mengsel zitten stoffen die ernstige oogschade kunnen veroorzaken”, geeft ze het RIVM mee. “Kijk maar, ik heb het zelf gevonden. En in een ander pur-mengsel zit een stof die schadelijk kan zijn voor de vruchtbaarheid van een ongeboren kind.”

‘Zwak rapport’

Ook de isolatie-industrie (Nederlandse Vereniging voor Polyurethaan Hardschuim-fabrikanten, NVPU) laat zich gelden. Ook die is kritisch, maar net iets anders.

Er staat iets op het spel. Er zijn al claims van slachtoffers en bovendien wordt er gewoon geld verdiend met pur. Risicovol? Het is nooit aangetoond.

“Zwak”, “vol onvolkomenheden en onbekendheden.” De isolatielobby maakt gehakt van het speurwerk van het RIVM. “De burger noch de branche wordt hiermee geholpen. Zeker in een tijd waarin alles op alles moet worden gezet om energie te besparen…”, reageert de isolatiewereld.

Het RIVM toont zich nederig

3 juli 2015. Verzet. Oeps. Wat nu? Het RIVM trekt zich de kritiek aan en slaat een andere weg in. De ‘arbiter van de Volksgezondheid’ zoekt de dialoog.

“Het feit dat er veel discussie is… heeft ons doen inzien dat een formeel RIVM-rapport op dit moment niet de geschikte vorm is om het onderwerp maatschappelijk verder te helpen…”, laat het betrokken partijen weten. Het concept wordt een “discussiestuk”. Vijf maanden later zal dat besproken worden met alle belanghebbende partijen.

Verzet isolatielobby houdt aan

1 februari 2016. Ruim een jaar onderweg. Het RIVM blikt terug op een “bijzonder nuttige bijeenkomst” waarin het rapport, slash, discussiestuk, is besproken met alle belanghebbenden.

De isolatie-industrie is minder enthousiast en wil nog een schriftelijke commentaarronde. “Dat zou een herhaling van zetten zijn”, reageert het RIVM koel en het deelt ook een tikje uit aan de industrie: “Help ons aan informatie over de samenstelling en uitdamping van pur-materialen”, klinkt de haast wanhopige oproep.

Weer slaat de isolatielobby terug. Ongevraagd, geeft het toch weer advies. Nou ja, advies.

‘Globaal en oppervlakkig’

“Het discussiestuk is globaal en oppervlakkig, en moet nog flink onder handen worden genomen. Weinig bekend over de samenstelling van onze producten? Onzin.”

De maanden daarna zijn van hetzelfde ritueel. Nog tot zeker twee keer toe laat het NVPU (isolatiebond) in brieven en mails aan het RIVM geen spaan heel van het rapport, waarin nog altijd belastende passages staan over pur.

Andersom blijft het RIVM de pur-industrie vragen om de ‘giftige geheimen’ van hun producten nou eindelijk eens prijs te geven.

Eindrapport als lege huls

26 augustus 2016. Het rapport is klaar. De strijdbijl lijkt begraven. Alle gehekelde kritische noten ook. Dit rapport, dit informatieblad, deze verkenning zo u wilt, moest de risico’s van gespoten purschuim objectief weergeven, moest afrekenen met dat ‘eeuwige’ welles-nietes-spel,’ maar dat is volgens het RIVM niet gelukt.

“Aantonen dat er een bedreiging is voor de Volksgezondheid, is met de informatie die we hebben, niet mogelijk gebleken.”

’43 bronnen verdwenen’

Mei 2018. Stichting Meldpunt Purslachtoffers vindt dat het RIVM een grote draai maakte, vraagt zich af waar 43 van de eerder genoemde 53 bronnen zijn gebleven in het eindrapport, en stelt het Rijk in 2018 aansprakelijk voor alle geleden schade door pur. Het RIVM weerspreekt dat het niet was opgewassen tegen de industrie.

“De conclusies in het eindrapport zijn altijd hetzelfde gebleven”, reageert het RIVM op de bovenstaande reconstructie (zie hele reactie onderaan de tekst).

Of de purbranche nu wel transparanter is over schadelijke stoffen in pur, kan het RIVM niet overzien. “Daar hebben we geen zicht op.”

Het instituut wijst op het belang van werken volgens de in 2013 aangescherpte richtlijnen. Meerdere slachtoffers en oud-verwerkers zeggen tegen Cobouw dat ook gecertificeerde bedrijven zoals Pluimers zich niet aan de regels houden.

Oud-minister Blok op de foto met Jenny Pluimers, directeur van isolatiebedrijf Pluimers. Dat bedrijf wordt door veel slachtoffers als boosdoener van problemen gezien.

Oud-minister Blok zei daarover in 2013 dat alle isolatiebedrijven dienrichtlijnen zo snel mogelijk moeten volgen. “Ook de niet gecertificeerde.” Tot op de dag van vandaag is dat niet waargemaakt: de regels staan namelijk niet in het Bouwbesluit. De huidige minister Ollongren wil daar na de zomer verandering in brengen naar aanleiding van artikelen in Cobouw.

Medisch protocol

In plaats van het informatieblad kwam er een medisch protocol. GGD’en kunnen aan de hand daarvan mogelijke pur-slachtoffers begeleiden.

Tegenstanders hekelen dat protocol, omdat het voor de helft is gefinancierd door de isolatie-industrie. Het RIVM stelt dat GGD’en prima met het protocol uit de voeten kunnen. Ook signaleert het RIVM dat het aantal meldingen met pur de afgelopen jaren flink is afgenomen.

Over het aantal meldingen van purslachtoffers bestaat discussie. Minister Ollongren telt er vier in 2015 en 2016. Stichting Meldpunt Purslachtoffers deed navraag bij alle GGD’en in Nederland en telt er minimaal 30.

Of pur schadelijk is voor de volksgezondheid is nog steeds niet duidelijk. De industrie schermt met een rapport van TNO, maar ook de onderzoekers daarvan kunnen risico’s niet uitsluiten als verwerkers de regels aan hun laars lappen.


Reactie RIVM op vragen van Cobouw: ‘onduidelijk wat er precies in pur zit’

Jullie moesten een informatieblad maken voor GGD’en. Dat kwam er nooit. Waarom is zo’n informatieblad eigenlijk belangrijk?
“Het programma Gezondheid en Milieu, (centrum Veiligheid RIVM) heeft de opdracht van het ministerie van VWS om GGD’en (behoefte gestuurd) te ondersteunen bij actuele en relevante thema’s. Een informatieblad is een middel om snel informatie bij elkaar te bundelen om de GGD’en op de hoogte te brengen. Op de site van het RIVM zijn hier verschillende voorbeelden van te vinden.”

Jullie concludeerden uiteindelijk na een maandenlange zoektocht dat er onvoldoende informatie was om tot een informatieblad te komen voor PUR. Is objectief vast te stellen, wanneer je het ‘opgeeft’?  
“Dat hangt van de vraagstelling af. In dit geval ontbrak het aan informatie over de precieze samenstelling van de isolatiematerialen en de emissies van stoffen. Zonder deze informatie zou een informatieblad geen extra informatie toevoegen aan wat reeds bekend was bij de GGD’en. Zoals eerder aangegeven, voerden wij deze opdracht uit op basis van literatuur uit openbare bronnen. Het RIVM heeft geen metingen verricht. TNO had enkele jaren daarvoor, in opdracht van NUON een uitvoerig onderzoek gedaan naar pur-isolatie. Bij het RIVM-literatuuronderzoek is hier gebruik van gemaakt en deze rapportage van TNO is bekend bij de GGD.”

Bij dat onderzoek van TNO is vooral gekeken of veilig werken met pur mogelijk is. Bij slachtoffers is vaak juist  niet volgens richtlijnen gewerkt. Kunnen jullie iets zeggen over de mogelijke gevaren als niet volgens de richtlijnen is gewerkt?
“Die vraag naar de mogelijke gezondheidseffecten van het niet zorgvuldig aanbrengen, is niet generiek te beantwoorden. Dat hangt af van welke stoffen vrijkomen en de hoeveelheid van die stoffen. Zoals eerder gemeld is, is het bekend dat bij het maken van PUR-schuim isocyanaten worden gebruikt die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Van isocyanaten is bekend dat deze bijvoorbeeld overgevoeligheidsreacties / sensibilisatie voor deze stoffen kunnen veroorzaken. Of en in welke mate dergelijke stoffen vrijkomen hangt af van de gebruikte samenstelling en de wijze van aanbrengen. Wat ook niet bekend is, is de precieze samenstelling van isolatiematerialen en wat er vrijkomt bij (verkeerd) gebruik. Het is daarom met de gevonden gegevens niet mogelijk te bepalen aan welke stoffen en in welke mate mensen worden blootgesteld wanneer pur onvoldoende zorgvuldig wordt aangebracht en of die blootstelling in die situatie zal leiden tot een effect op de gezondheid. Uit voorzorg is het dan ook vooral belangrijk om bij het plaatsen van het isolatiemateriaal de gebruiksvoorschriften van het product te volgen en de juiste beschermende maatregelen te nemen.”

Het uitvoeren van metingen in woningen lijkt cruciaal om de pur-waarheid te achterhalen. Dat was nu niet de opdracht. Doen jullie altijd uitsluitend studies op basis van beschikbare, wetenschappelijke informatie?
“De inzet van het RIVM op een onderwerp hangt heel erg af van de opdracht die we daarvoor hebben gekregen van de opdrachtgever. Bij het verkennende onderzoek naar isolatiematerialen en gezondheid was dit nou eenmaal de vraag.”

Zijn jullie aanbevelingen in jullie uiteindelijke rapport (zoals eenduidige, heldere informatievoorziening over risico’s, een registratiepunt voor slachtoffers) overgenomen door de industrie?
‘De aanbevelingen die in het rapport vermeld staan, zijn opgesteld tijdens de workshop in/door subgroepen van deelnemers. De aanbevelingen zijn dus de uitkomsten van de LEF-sessie en en zijn dus geen aanbevelingen van (uitsluitend) het RIVM. Het rapport is aangeboden aan de ministeries van IeM en VWS. Het is aan de ministeries om vervolgstappen te nemen op dit onderwerp.”

Jullie begonnen voortvarend. Uiteindelijk waren er lege handen. Waarom bleef dat informatieblad uit? 

“…De eindconclusies vanuit concept-versies en de definitieve rapportages zijn het gehele traject gelijk gebleven. En het doel van het rapport was het informeren van de GGD-medewerkers, zodat zij meldingen van burgers over gezondheidsklachten na pur-isolatie in behandeling kunnen nemen. In de periode dat het RIVM bezig was met dit briefrapport is er door het Arbeids Dermatologisch Centrum VUmc, de Polikliniek Mens en Arbeid AMC en de GGD Groningen een protocol opgesteld voor klachten die mogelijk te maken hebben met pur. De GGD’en geven zelf aan dat ze met het RIVM briefrapport tezamen met het pur–protocol (waar de GGD ook zelf aan heeft bijgedragen) voldoende informatie hebben om meldingen van gezondheidsklachten na pur-isolatie in behandeling nemen. Met andere woorden, vanuit de GGD is er geen behoefte voor meer informatie. Overigens hebben wij van de secretaris van de ad hoc GGD expertgroep PUR vernomen dat er de laatste jaren, voor zover bekend bij de GGD expertgroep PUR, weinig tot geen meldingen meer zijn binnengekomen bij GGD’en.”

Wie heeft uiteindelijk besloten dat er geen informatieblad kwam, maar een medisch protocol (deels gefinancierd door de industrie) en dat het rapport na een jaar van discussie toch moest worden aangepast?
“Het RIVM doet onafhankelijk onderzoek. Het RIVM heeft zelf, tijdens het project besloten om een workshop te organiseren. (de LEF sesssie). Na deze workshop heeft het RIVM zelf besloten om het project af te ronden met een rapportage, waarbij ook de uitkomsten van de workshop beschreven waren. De rapportage is via de de website van het RIVM beschikbaar. Het RIVM is niet betrokken geweest bij de keuze om een medisch protocol op te stellen.”

Reageer op dit artikel