nieuws

‘Kartelvorming? De concurrentie is moordend op de mortelmarkt’

bouwbreed Premium 3401

‘Kartelvorming? De concurrentie is moordend op de mortelmarkt’

De concurrentie op de kartelgevoelige betonmortelmarkt is moordend, zeggen nieuwe spelers tegen Cobouw. “Leveranciers met grondstofgerelateerde moederbedrijven bieden onder de prijs aan. Ze verdienen niet aan de molen, maar aan de heenreis.”

Het is grijs en wordt snel hard. Vrijwel iedereen in de bouw gebruikt het. Betonmortel. Dagelijks duizenden mixers vervoeren het vanaf de ruim tweehonderd centrales in Nederland.

Er zijn grote spelers, en kleintjes. En het is als diesel of benzine; er zijn nauwelijks smaakverschillen. En dus ligt kartelvorming constant op de loer.

De mortelbranche wordt al jaren in de gaten gehouden door de Nederlandse mededingingsautoriteit ACM. Bijna kwam het in 2006 tot torenhoge boetes, maar na verweer van de industrie, verdwenen die in 2008 als sneeuw voor de zon.

Twee jaar geleden nam de ACM weer verdachte praktijken waar. Wederom op grote schaal. Dit keer maakte het afspraken met zeven leveranciers.

‘Het maakt de klant niets uit welke mixer op zijn bouwplaats komt’

“Pak jij die opdracht, (die ligt buiten mijn bereik) dan pak ik die van jou. Hebben we allebei een mooie prijs.” Een planner van Mortelcentrale Cuijk weet wel hoe het er op de markt aan toe ging: concurrenten speelden elkaar geregeld opdrachten toe, als de transportafstand te groot was.

“Dat kon ook makkelijk. Het maakt de klant namelijk niets uit welke mixer er op zijn bouwplaats komt.”

Hij snapt wel dat de ACM er bovenop zit. “Maar”, voegt hij er direct aan toe: “dit speelde zich vooral in het verleden af.”

Is kartelvorming in mortelland inderdaad geschiedenis? Mededingingsautoriteit ACM zal dat niet volmondig zeggen, maar ziet wel vooruitgang bij de zeven spelers waarmee het in 2016 afspraken maakte. Ze trokken zich terug uit verschillende centrales. En geven nieuwkomers meer ruimte toe te treden op de relatief gesloten markt.

Het zicht op de totale Nederlandse markt blijft troebel. En niet alleen omdat die uit tal van mortelmarktjes bestaat vanwege de aanvoerafstand van maximaal 50 kilometer. Je moet kijken in cirkels.

De Leeuwarder Beton Centrale is een van de nieuwkomers op de markt. Foto: LBC

Bovendien hadden de meeste leveranciers in 2016 helemaal niet de behoefte om met de billen bloot te gaan. Hoe zij zich nu gedragen, is onduidelijk.

Slecht onderhandelbare prijzen

Bouwers trekken ook in twijfel of de situatie op de mortelmarkt is verbeterd, blijkt uit een rondgang van Cobouw.

“De prijzen van mortel zijn vaak vergelijkbaar en slecht onderhandelbaar”, klinkt het in meerdere delen van het land.

Een bouwdirecteur in het westen noemt mortel een restproduct: “De echte handel zit in zand en grind. Daar moet je eens naar kijken.”

Bouwers kennen de verhalen van vroeger. “Kwam er een nieuwe speler, dan was die zo weer verdwenen. Opgekocht en weggesaneerd door de concurrent.”

Weinig onderhandelruimte, het wekt verbazing. Nieuwkomers komen juist weer makkelijker de markt op, stelde de ACM vorige maand nog. De 37-jarige Henk Dam kan erover meepraten. In Akkrum opende hij in 2015 een nieuwe centrale.

Dam probeert “centjes te verdienen”, maar ervaart dat het lastiger is dan hij verwachtte. De prijzen zijn ondanks de betere bouwtijden, niet best. Hoe kan dat?

“Ik zie collega’s gewoon onder de prijs verkopen. Dat kunnen ze doen, omdat ze een grondstofgerelateerd moederbedrijf hebben. Zij verdienen niet aan de mortel, maar aan de afzet van cement, grind en zand. Niet aan de molen, maar aan de heenreis.”

Hij noemt een voorbeeld. “Iedereen heeft cement nodig en vrijwel iedereen koopt dat bij ENCI. De eeuwige hamvraag is: Betaal ik meer voor cement dan mijn concurrenten?”

De cowboys van het Noorden

Dam, ook wel de cowboy van het noorden genoemd, heeft het idee de mortelwereld ‘schoner’ is geworden. Zijn vader had 25 jaar geleden ook een centrale, toen was dat wel anders.

Die centrale werd opgekocht en weggesaneerd. “Weer een concurrent minder.”

Het weerhield Dam junior er niet van om anderhalf jaar geleden de draad weer op te pakken met een opgepimpte centrale uit Berlijn. “Het is druk zat, maar de prijs is nogmaals aan de lage kant. (85 euro per kuub). Een klein tientje erbij, zou wel fijn zijn.”

De ‘cowboys van het noorden’, Henk Dam senior en Henk Dam junior. “Concurrenten bieden onder de prijs aan.” Foto: Alex de Haan

De concurrentie is moordend. “Franeker, Drachten, Lemmer, Leeuwarden, Sneek… Teken een straal van 50 kilometer rondom Akkrum en je telt zeker tien centrales.”

Ondanks de lage prijzen, begrijpt hij wel dat bouwers nauwelijks onderhandelingsruimte ervaren.

“Vroeger was die er veel meer. Maar dat kwam juist ook door die omstreden afspraken die centrales maakten. Die leverden bouwbedrijven ook voordelen op. Nu heb ik trouwens minder het idee dat er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Toch vind ik het goed dat de ACM een oogje in het zeil houdt. Als je samen één centrale deelt, is één plus één drie.”

Moordende concurrentie? Lage prijzen? Je vraagt je af waarom Dam een nieuwe centrale begon. “We handelden in oude betonplaten van Russische vliegvelden en uit Oost-Duitsland. De aanvoer daarvan droogde op, dus we moesten wel. En we denken dat wij ons wel kunnen onderscheiden. We spreken de Friese taal en bovendien leveren we het hele pakket. Ook heipalen. We doen ons eigen ding.”

Groene centrales

Theo Pouw laat zich ook niet afleiden door gedoe. De Utrechtse recycelaar maakt beton van puin en brekerzand en heeft twee ‘duurzame’ betoncentrales. In Almere komt er deze maand ééntje bij. Zijn zoon Alexander Pouw gaat die runnen.
Een warm onthaal zal de ‘groene’ nieuwkomer in Flevoland niet krijgen.

“Een duurzame betoncentrale? Wat een verkooppraat”, scanderen traditionele betondeskundigen in de lokale media. Alexander Pouw wil er geen woorden aan vuil maken. “Veel weerstand? Lees de krant maar, dan kun je zelf je conclusies trekken.” Pouw gelooft heilig in het nieuwe avontuur. “Hier stond een oude centrale, dat biedt perspectief. En de gemeente wil meer duurzaam bouwen. En er moet veel gebouwd worden.”

Veel weerstand? Lees de krant maar, dan kun je zelf je conclusies trekken.

Is de mortelmarkt gezond? “Nee”, vindt nog een andere nieuwkomer Frederik Hoekstra, “de markt is onvoldoende hersteld.” Een half jaar geleden opende hij de Leeuwarder Beton Centrale. De ligging aan het water is perfect, de mortelmaker heeft zelfs eigen zand, grind én binnenschepen, maar…

“Het is aanpoten geblazen. De explosieve afzetstijging is in het noorden gewoon nog niet aan de orde. Dat meet ik ook af aan de zand- en grindhandel. Vijf procent erbij, dan nog eens vijf, meer is het niet.” “Continuïteit is eerst nodig”, vult hij aan. “Daarna stabiliseren de prijzen.”

Hoekstra geeft zichzelf twee jaar de tijd om op te starten. Met de ACM houdt hij zich niet bezig. Liever gaat hij uit van eigen kracht: korte lijntjes, weinig overhead, een kleinschalig familiebedrijf.

“Of ik word weggekeken. Die indruk heb ik niet. Ik ben ook veel te klein om een bedreiging te zijn.” Afspraken met derden zegt hij niet te hebben. Op een calamiteitencontract na, met een back-upcentrale. “Als je een order hebt van 300 kuub ton, en de fabriek valt na 100 ton stil, kun je de klant niet laten zitten.”

Aanbieders zat

Is de mortelbranche vrij van corruptie? De ACM die onlangs ook een onderzoek startte naar de trage aansluiting van nutsvoorzieningen, blijft bij haar standpunt. “De zeven partijen vertonen beterschap.” De onderliggende, vertrouwelijke stukken wil de ACM echter niet delen. “Dat kan het vertrouwen met de zeven partijen die vrijwillig afspraken met ons maakten schaden.”

Buitenlandse mededinging-autoriteiten schijnen de ‘zachte’ aanpak van de ACM (geen boetes, maar afspraken) te loven. Feit is wel dat de ‘kartelpolitie’ in 2006 geen grip kreeg op de mortelbranche.

Het zijn geen grote praters, in dit wereldje. Kartelvorming? Het is er niet of men zwijgt erover. “De ACM had twintig jaar geleden moeten ingrijpen”, stelt Eric van Schaijk, directeur van Multibeton. “Nu speelt het niet meer.”

In Vianen opende Van Schaijk onlangs een nieuwe centrale. Hij levert niet aan de markt, maar maakt er zelf kolommen, wanden en vloeren van. “De mortelmarkt schimmig? Ik vind van niet. Er zijn genoeg aanbieders. Ook van grondstoffen.” Op nog meer nieuwkomers zit hij echter niet te wachten. “Alsjeblieft niet. Dan komt de prijs wéér onder druk te staan. Er zijn al zoveel aanbieders. Nog steeds staan centrales stil. Allemaal hebben ze honger.”

Radiostilte

De zeven mortelleveranciers die afspraken maakten met de ACM, willen Cobouw geen openheid van zaken geven. Hoe hard je ook bonst, de deur blijft dicht. Ook het stomheid, de overkoepelende branche-organisatie onthoudt zich van commentaar. Een van de zeven directeuren staat ons wel te woord, maar wil niet met naam en toenaam genoemd. “Lage marges? Dat komt door de sterk gestegen kosten van personeel en diesel.”

“Het druk, druk, druk.” Na een aarzeling wil een planner van Mortelcentrale Cuijk wel iets kwijt. “Ik snap eigenlijk niet dat wij meedoen aan de afspraken met de ACM. Wij hebben één centrale en niets te verbergen.” Nog altijd speelt zijn centrale soms opdrachten door. “Wij zitten net onder Nijmegen, dus als ik een vracht heb voor Amsterdam, dan doe ik dat. Het enige verschil met vroeger is dat we er nu transparant over zijn. Pfff. Een hoop papierwerk.”


ACM tevreden

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is tevreden over de eerste geboekte resultaten sinds het in 2016 afspraken maakte met de zeven leveranciers. Mebin, Cementbouw, Dyckerhoff Basal. Bruil Beton & Mix Groep, Rokramix, Agar Holding, Rouwmaat Groep.

– Een aantal ondernemingen verkocht hun aandeel in gezamenlijke betonmortelcentrales.
– Zonder noodzaak een werk door een concurrent laten uitvoeren, komt niet meer voor.
– Centrales registreren aard en inhoud van contracten met concurrenten.
– Nieuwkomers kunnen eenvoudiger tot de markt toetreden.
– Op een aantal locaties wordt nu mortel geproduceerd, waar dat eerst contractueel niet mocht.

Ruimte voor verbeteringen is er wel per bedrijf. “De één moet “ incidentele samenwerkingen” beter vastleggen, de ander moet contacten met concurrerende betonmortelbedrijven beter registreren. Weer een ander moet duidelijker zijn over samenwerkingen tegenover opdrachtgevers. De volgende controle van de ACM volgt over 2 jaar.

Reageer op dit artikel