nieuws

De gereedschapskist voor versterking van de breedplaatvloeren is nog akelig leeg

bouwbreed Premium 1761

De gereedschapskist voor versterking van de breedplaatvloeren is nog akelig leeg

Er moeten meer methoden worden ontwikkeld ter versterking van de breedplaatvloeren. Daarvoor pleit vakvereniging VNconstructeurs. Want een jaar na de instorting van de
parkeergarage in Eindhoven is de gereedschapskist nog akelig leeg.

Ze vinden dat de constructeurs voortvarend gehandeld hebben. Al voordat er begin oktober vorig jaar een aanschrijving kwam van het ministerie, doken veel bureaus in de archieven. Daar gingen ze op zoek naar projecten met breedplaatvloeren met voegen die, net als bij de parkeergarage in Eindhoven, aan een groot moment bloot stonden, terwijl de koppelstaven de krachten niet konden overdragen. Die voortvarende en pro-actieve houding prijzen Paul Rijpstra en Bob Gieskens, respectievelijk voorzitter en directeur van vakvereniging VNconstructeurs.

“Zo zit een constructeur in elkaar”, verklaart Rijpstra, in het dagelijks leven partner van Pieters Bouwtechniek. “Je voelt je levenslang verantwoordelijk voor de constructies die je hebt gerealiseerd. En dus wacht je niet op een aanschrijving van de minister, maar ga je zelf op onderzoek uit als er nieuwe ontwikkelingen zijn. Ongeacht of je uiteindelijk aansprakelijk bent of niet. Daar hoefden we als vereniging helemaal niet op aan te dringen. Dat deden alle bureaus vanzelf. En de kosten van de papieren inventarisatie namen we ook vaak zelf voor onze rekening. Pas als we in stap vier of vijf belandden van het stappenplan, vroegen we de gebouweigenaar de gemaakte uren te vergoeden.“

Inventarisatie min of meer afgerond

Inmiddels zijn de gebouwen met risicovolle breedplaatconstructies allemaal wel zo’n beetje in kaart gebracht, veronderstelt hij. De gebouwen in het rode vakje van het stappenplan zijn gesloten, proefbelast of versterkt. De gebouwen in het oranje vakje moeten nog even wachten op de uitkomsten van nader onderzoek dat nu plaatsvindt. De uitslagen daarvan worden na de zomer verwacht. Hopelijk kunnen de dossiers dan worden afgesloten.

(tekst loopt door onder de foto)

Paul Rijpstra, voorzitter van VNConstructeurs (links) en directeur Bob Gieskes. (Foto: Eran Oppenheimer)

Geluiden dat de norm van 0,4 N/mm2 voor de schuifspanning uit dat stappenplan misschien nog niet eens streng genoeg is, hebben Rijpstra en Gieskens ook gehoord. Maar in het geruchtencircuit circuleerden ook tegengestelde geluiden. En ze sluiten ook niet uit dat het uiteindelijk blijft bij die grenswaarde van 0,4 N/mm2, die is vastgesteld op basis van het onderzoek van de TU Eindhoven. “Maar dat moet dus dat onderzoek uitwijzen.”

Hoe dat er precies uitziet weet het duo vreemd genoeg niet. Cobiax-, U-boot- en Bubbledeck-vloeren zullen wel op de testbank worden gelegd, veronderstellen ze. Net als traditionele breedplaatvloeren, gemaakt met en zonder zelfverdichtend beton. Alles lijkt te liggen in de handen van Simon Wijte, hoogleraar in Eindhoven, die ook directeur is bij bureau Hageman en adviseur van het ministerie. Dat alle lijnen in de breedplaatvloerenkwestie samen lijken te komen bij één persoon, zien ze bij VNconstructeurs als een gegeven. Gieskens: “Wijte gaat er integer mee om en er zijn voldoende checks and balances in het proces ingebakken. Mensen met autoriteit, een onafhankelijke positie en specifieke kennis op dit gebied zijn nou eenmaal op één hand te tellen.”

Het schrijnendste voorbeeld is Gebouw X in Zwolle

Voorlopig zijn de bureaus dus vooral zoet met de panden die nu worden versterkt of in afwachting zijn van versterking. Het schrijnendste voorbeeld is natuurlijk Gebouw X in Zwolle. Daar gaan ze nu aan de slag met bolankers. Een omslachtige methode waarbij tienduizenden bollen moeten worden aangeboord met een boor met een diameter van maar liefst 100 mm.  Behalve een ankerstang en kopplaat moeten er namelijk twee slangen door het boorgat worden aangebracht. Eén voor injectie van de mortel en één voor de ontluchting.

Je voelt je levenslang verantwoordelijk voor de constructies die je hebt gerealiseerd.

Rijpstra noch Gieskens kent de details van dat project. Zo open is de informatie-uitwisseling binnen de vereniging ook weer niet. Constructeurs willen dingen eerst zeker weten voordat ze hun kennis kunnen en willen delen. Dat is de aard van het beestje en past ook bij de rol die ze richting opdrachtgevers vervullen. En dus moeten de voorzitter en de directeur van de beroepsvereniging ook nog gissen wat er nu precies gebeurd is daar bij dat onderwijsgebouw in Zwolle, dat al sinds oktober gesloten is. Constructeur ABT/Wassenaar en aannemer Trebbe zijn daar aan zet. Eind mei is er weer een voorlichtingsbijeenkomst met VNconstructeurs. Hopelijk komen ze dan ook iets meer aan de weet over dit project.

Een hele elegante oplossing lijkt het bolanker niet, dat ze nu in Gebouw X aanbrengen, erkent Rijpstra. Hij veronderstelt dat het team daar geen andere keuze heeft. Bij sommige projecten liggen de bollen in de vloeren zo dicht op elkaar, dat er bijna geen beton meer over is om ankers van boven naar onder te plaatsen. Dat is wel succesvol gebeurd bij nieuwe panden die vlak tegen de oplevering zaten, zoals het Voorzetgebouw van Hoog Catharijne in Utrecht. Maar dan moeten de betonnen ruggen tussen de bollen wel breed genoeg zijn. In de gereedschapskist met versterkingsmethoden is in elk geval nog wel plek, vinden de mannen van VNconstructeurs. De doorsteekankers, de ankers van onderaf, de stalen strips en dan nu die bolankers. Dat is het wel zo’n beetje. Het zou fijn zijn als daar nog wat praktisch uitvoerbare methoden bij zouden kunnen komen. Bijvoorbeeld met lijmwapening. Maar dat moet allemaal nog ontwikkeld en beproefd worden.

Constructeurs moeten alleen nog maar complete opdrachten aannemen

Onvermijdelijk komt het gesprek op een vertrouwd thema: de rol van de hoofdconstructeur. Dat er een wettelijk verplichte hoofdconstructeur moet komen, zal niemand Rijpstra en Gieskens snel horen zeggen. Ze zouden er best blij mee zijn, maar ze moeten als vereniging nog hun positie bepalen en zolang zijn ze voorzichtig. Net zo min als ze ferm zullen roepen dat de bouw verloedert en dat er weer veel sterker bouwtoezicht moet komen, iets wat vakgenoot en hoogleraar Rob Nijsse voortdurend doet. Gieskens: ‘‘Wij pleiten er binnen de vereniging voor dat constructeurs geen kleine opdrachten aanvaarden, maar alleen complete opdrachten. In feite opereren ze dan als hoofdconstructeur, maar dus niet vanuit een wettelijke verplichting. “

Dat zou in een geval als de parkeergarage Eindhoven overigens niet betekend hebben dat de constructeur ook het legplan voor de breedplaten  Had gemaakt. Dat die niet in overspanningsrichting waren gelegd, maar dwars daarop, is hoogstwaarschijnlijk een keuze geweest van de vloerleverancier en diens constructeur. Zo zijn de rollen verdeeld. “Maar”, besluit Rijpstra, “een hoofdconstructeur zal daar wel altijd op toetsen”. Op de vraag of de opmerkelijke keuze, ongetwijfeld gemaakt om tot een economische indeling te komen, doorslaggevend is geweest bij de instorting, daar gaat hij niet op in.


Het hamertje gaat altijd mee

Sinds de breedplaatvloerproblematiek in alle hevigheid losbarstte, heeft Paul Rijpstra altijd een hamertje bij zich als hij een project bezoekt. Om niet meteen complexe röntgenmetingen, kernboringen of andere diagnosemethoden in stelling te brengen, klopt hij regelmatig rond de voegen van verdachte breedplaatvloeren met een licht hamertje. Een hol geluid duidt vaak op onthechting van de stortlaag en de prefab ondervloer. “Dan weet je dat er nader onderzoek nodig is.”

Reageer op dit artikel