nieuws

Analyse | Cowboys weren bij tenders: officieel mag het niet

bouwbreed Premium 2304

Analyse | Cowboys weren bij tenders: officieel mag het niet

Rond aanbesteden heerst veel ongenoegen: duikgedrag, cowboys, hoge tenderkosten en onredelijke eisen. De Tweede Kamer houdt vanmiddag een hoorzitting om de frustraties helder te krijgen, maar sommige onderwerpen zijn taboe.

Tegenhouden die cowboys en al die andere problemen oplossen! Zo simpel ligt het echter niet in het Wilde Westen van aanbestedingsland. Mededinging, vrije markten en nieuwe toetreders zorgen verschuivende grenzen die zich niet makkelijk laten beteugelen.

Het fenomeen van cowboys in de Nederlandse bouw is niet nieuw. Oud-topman Peter Jägers van de Rijksgebouwendienst maakte zich tien jaar geleden al druk over bouwers die vooral wilden scoren en in het wilde weg aan het schieten waren.

Toen constateerde de topambtenaar nog dat projecten nooit over de grens ‘verdwenen’. “De bouw is een vreemde cowboywereld. Het slaan van piketpalen is belangrijker dan de heipalen. En van een Europese markt is geen sprake. De inschrijvingen beperken zich tot de provincie Nederland.”

Bouwend Nederland zal pleiten voor meer kwaliteit en meer aandacht voor innovatie en de omgeving bij het tenderen

Dat speelveld is sindsdien drastisch veranderd. De grenzen van het Wilde Westen zijn opgeschoven. De cowboys zijn gebleven, maar komen nu van verder. Al enkele jaren geleden passeerden vooral Belgische en Duitse bouwers de grens om in combinatie mee te dingen naar grote Nederlandse projecten. Vorig jaar vloeide tweederde van de omzet van Rijkswaterstaat naar buitenlandse partijen. Betrekkelijk nieuw is het fenomeen dat grote buitenlandse spelers als Sacyr en Fluor helemaal alleen meedingen naar grote projecten. En het wachten is op de Chinezen, die nu al de Oost-Europese markt afstruinen.

Buitenlandse invasie

We moeten ons niet laten verrassen door dat soort nieuwkomers, waarschuwt Bouwend Nederland nu. Het is een lastig onderwerp om te agenderen in politiek ‘Den Haag’. Het is de vraag of de uitgenodigde experts vanmiddag veel ruimte krijgen om de buitenlandse invasie van de cowboys aan te snijden. Het is namelijk een ingewikkeld onderwerp, met meerdere lagen en kanten.

Vanmiddag zullen de frustraties weer op tafel komen, inclusief de ideeën om ‘lonely wolves’ op afstand te houden. Bouwend Nederland zal pleiten voor meer kwaliteit en meer aandacht voor innovatie en de omgeving bij het tenderen. Dan zullen cowboys vanzelf afhaken.” Dit pleidooi zit vol subtiliteiten en zal in de Tweede Kamer al snel stuklopen op de meer principiële standpunten rond concurrentie en vrije markt. Het traject Beter Aanbesteden zet niet voor niets in op 23 praktische punten.

MKB-markt wel afgeschermd tegen cowboys

Opvallend is dat ook bij het MKB veel frustratie heerst over aanbesteden, over clusteren, de grote bouwers die kleinere projecten wegkapen en onredelijke eisen, maar niet op dit gebied. Bij kleine bouwprojecten is het namelijk volkomen geaccepteerd dat de markt wordt afgeschermd tegen cowboys en ‘hit&run’-tactieken.

Veel aanbestedende diensten zien graag regionale partijen hun projecten uitvoeren. Voor MKB-bedrijven is het volstrekt normaal dat ze een streepje voor hebben bij uitnodigingen van gemeente, waterschappen en provincies voor onderhandse tenders. Voor opdrachten tot 5 miljoen euro heeft de meervoudig onderhandse procedure zelfs de voorkeur en bijna alle opdrachtgevers maken gebruik van de mogelijkheid om alleen goed presterende en regionale partijen te vragen voor een offerte.

Echter, op nationaal niveau gebeurt iets anders. Daar mogen opdrachtgevers geen partijen weren of voortrekken. De vrije markt, concurrentie en ‘level-playing-field’ zijn heilig. Steeds meer bedrijven maken gebruik van die Europese regels en steken de grens over. Ook Nederlandse bouwers doen daar overigens grif aan mee. Er staat geen hek om Nederland.

Premiejagers jagen op bonus

De Tweede Kamer laat zich vanmiddag informeren, maar kan alleen een bescheiden bijrol opeisen als het gaat om het oplossen van de frustraties. De cowboys gedragen zich namelijk niet als ‘outlaws’ maar kunnen prima opereren binnen de bestaande wetten en regels.

De ergernissen en zorgen ontstaan vooral bij de toepassing van de wet. Zowel opdrachtgevers als marktpartijen raken regelmatig gefrustreerd. Een aantal onderwerpen keren steeds terug: Bouwers verbijten zich over de hoge tenderkosten en het ontbreken van de mogelijkheid om zich te onderscheiden op kwaliteit.

De kwaliteitseisen zijn echter zo voorspelbaar dat inschrijvers gemiddeld een 9 scoren op de schaal van 10

Bij bouwprojecten geeft de laagste prijs de doorslag en dus komen ook premiejagers af op de bonus: de meerjarige infra-contracten. Toegegeven, sinds de nieuwe wet is het gunnen met kwaliteitscriteria een plicht, maar geld blijft een hoofdrol spelen. Grote opdrachtgevers als Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf en ProRail passen consequent emvi-criteria toe als hinder, risico’s en duurzaamheid.

De kwaliteitseisen zijn echter zo voorspelbaar dat inschrijvers gemiddeld een 9 scoren op de schaal van 10. Dat is dus een kwestie van altijd raakschieten met als consequentie dat kwaliteit nauwelijks effect heeft om het verschil te maken.

Tegelijk loopt tenderen flink in de papieren. Bij de mega-projecten kost inschrijven al snel 30 miljoen euro. Kosten die maar maximaal voor een derde worden vergoed door opdrachtgevers.

Je rol als opdrachtgever is bepalend

Niemand wordt echt blij van Wildwest-taferelen met onvoorspelbare spelers, constateerde topambtenaar Peter Jägers destijds ook al in Cobouw: “Bouwers gedragen zich veelal als cowboys in het Wilde Westen. Ze willen vooral piketpalen slaan en zijn nauwelijks bezig met heipalen. Het is ook weinig inspirerend om te opereren tussen prijsvechters, terwijl opdrachtgevers alleen letten op de laagste prijs. De bouwsector is een passieve en klassieke markt, zeer aanbodgericht en zonder marketingbeleid. En jaarlijks een verspilling van 4 tot 8 miljard euro aan faalkosten.”

De topman koos een nieuwe koers en zette in op meer kwaliteit: “Je rol als opdrachtgever is zeer bepalend.” En daar zit nu ook nog tien jaar later nog steeds de crux. Want opdrachtgevers hebben een hoofdrol bij het bepalen wie zal inschrijven op projecten. Aanbestedende diensten bepalen welke projecten op de mark komenen ook de eisen en voorwaarden om mee te dingen.

Het advies van Bouwend Nederland-directeur Fries Heinis: “De aantrekkingskracht van een project wordt vooral bepaald door de grootte van een opdracht, de risico’s en contracteisen. Het lijkt wel of aanbestedende diensten soms niet beseffen welk stempel zij zelf kunnen drukken.” Opdrachtgevers bepalen misschien niet wie er gaan schieten, maar wel wie in belangrijke mate wie raakschieten.

Reageer op dit artikel