nieuws

Ouwehand: “We zitten als sector nu al aardig aan het plafond”

bouwbreed Premium 2462

Ouwehand: “We zitten als sector nu al aardig aan het plafond”

Voor een slimme bouwer hoeft een crisis geen ramp te zijn. Als je door eigen ontwikkeling de mogelijkheid hebt om projecten terug te schalen, blijft er ook meer tijd over om te werken aan innovaties en nieuwe concepten. Die kan je dan in betere tijden te gelde maken. Maar Peter en Martin Ouwehand, vader en zoon die bij het Katwijkse Ouwehand Bouw aan het roer staan, blijven waakzaam. “De zeven magere jaren komen ook ooit weer.”

Misschien scheelt het als je als familiebedrijf al een tijdje meeloopt. Ouwehand Bouw bestaat in 2018 75 jaar, en sinds dit jaar is de vierde generatie, Martin Ouwehand, toegetreden tot het directieteam. Het bedrijf, met een omzet van ca. 80 miljoen in 2017 en zo’n 140 werknemers, draait goed. Dat was in de crisistijd minder, maar het water stond het bedrijf nooit aan de lippen. Sterker nog, volgens directeur Peter Ouwehand liet het zien hoezeer iedere medewerker bij het bedrijf betrokken was. “We merkten dat mensen zelf met ideeën kwamen over nieuwe projecten, of innovaties.

We moedigen dat ook aan door een grotere verbeterslag door te voeren en aan onze mensen te vragen: wat kunnen we hier nou slimmer of beter doen? Dat hoefde echt niet alleen over bouwtechniek te gaan, maar juist ook over zaken als kostenbewaking of uitvoeringsbegeleiding. Zo gebruik je ook de kennis die in je organisatie zit. Als mensen elkaar allemaal kennen, is de drempel om je mening te geven ook lager, en dat is positief. Als mensen elkaar niet meer kennen, is het bedrijf te groot.”

‘We bouwen nu nog steeds op grondposities die we vanaf de jaren negentig hebben verworven’

Ouwehand is van oudsher al een ontwikkelende bouwer met grondposities om eigen projecten op te realiseren. Dat was een groot voordeel toen de conjunctuur omlaag ging. “We bouwen nu nog steeds op grondposities die we vanaf de jaren negentig hebben verworven. Als je je eigen projecten ontwikkelt is het vrij eenvoudig om snel te schakelen en projecten terug te schalen. Dat geldt andersom ook: je kan ook weer snel opschalen als de vraag weer groter wordt.”

En die vraag is inmiddels groot. Peter Ouwehand kan zich er wel eens over verbazen. “Men heeft het nu over een jaarlijkse bouwopgave van 85.000 woningen. Maar kan dat wel? We zitten als sector nu al aardig aan het plafond. Misschien moeten we de vraag stellen: wat is woningnood eigenlijk?”

Die toenemende vraag betekent ook een andere manier van denken over het ontwikkelen zelf, stelt zoon Martin Ouwehand. “Dat betekent een steeds verdere conceptualisering van de bouw, waarbij we bouwvormen gebruiken die in verschillende stedenbouwkundige plannen passen, en aanpasbaar zijn aan de wensen van de klant, maar ook geschikt zijn voor een vergaande prefabricering. We hebben die concepten al helemaal uitgewerkt, van de fundering tot het klantcontact aan toe.”

En hij denkt niet dat de gebouwde omgeving daar saai van wordt. “De binnenkant van de woningen bestaan uit vaste maten en materialen, maar juist in de gevel is heel veel keuzevrijheid. En je ziet dat die gevel bij de klant een grote rol speelt. Vroeger moesten ze het doen met wat een ontwikkelaar of architect had bedacht, maar tegenwoordig is het veel makkelijker om de gevel slim te ontwerpen.”

Helft van de woningen wordt met eigen woonconcept gerealiseerd

Inmiddels wordt ongeveer de helft van de woningen van Ouwehand met het eigen woonconcept gerealiseerd. Ook met het Balanshuis-concept, waarmee woningen verduurzaamd kunnen worden. “We zijn nu aan het kijken naar een modulair woonsysteem en de toepassing van domotica in woningen. Dit soort vernieuwingen is gewoon noodzakelijk als we kijken naar de bouwopgave.”

Peter: “En naar de vraag. We zien dat jongeren veel minder waarde hechten aan eigendom. Die zoeken meer vrijheid en zijn bereid om kleiner te wonen als ze dat meer vrijheid en minder kosten oplevert.”

Peter en Martin Ouwehand: “We zien dat jongeren veel minder waarde hechten aan eigendom.” (Foto: Suzanne van de Kerk)

Volgens vader en zoon Ouwehand is het vooral zaak om ook in deze tijd stabiel te blijven en te investeren in het eigen bedrijf. Peter: “En dan bedoelen we de mensen. We willen een aantrekkelijk en modern familiebedrijf blijven, waar mensen graag werken en willen blijven werken. Het koesteren van ervaring is belangrijk, maar ook verjonging. Daarom kunnen schoolverlaters een traineeship krijgen. In een half jaar krijgen ze een kijkje in de keuken bij de drie afdelingen: ontwikkeling, kopersbegeleiding en uitvoering om het bedrijf te leren kennen.”

‘Ik denk dat de risico’s die bouwers kunnen lopen echt ongehoord zijn’

De toekomst van het bedrijf is positief, denken Peter en Martin Ouwehand, maar als het om de sector gaat zijn er nog wel wat aandachtspunten. Peter: “Het is eigenlijk jammer dat die wet Kwaliteitsborging niet doorging. Wij waren er helemaal klaar voor, en ik denk dat verantwoordelijkheid nemen bij de bouwer hoort. Maar het moet wel eerlijk zijn: alle partijen willen de risico’s in de bouw zoveel mogelijk elimineren, maar dan moeten we wel een systeem optuigen dat de risico’s legt waar het hoort. Ik denk dat de risico’s die bouwers kunnen lopen echt ongehoord zijn.”

De vraag of een bouwer de risico’s goed in kaart heeft, kan bepalend zijn voor de toekomst. “Een nieuwe crisis ligt altijd op de loer. De voorspoed van nu kan snel over zijn als de betaalbaarheid van de woningbouw een klap krijgt door een rentestijging of wanneer de prijzen stijgen door een stagnatie van de productiecapaciteit. De zeven vette jaren zijn nu aangebroken, maar die magere jaren komen ook weer terug. Dat is altijd zo.”


Begonnen bij ontwikkeling
Katwijker en timmerman Willem Ouwehand begon in 1943 met een aannemersbedrijf. Dat had een pragmatische reden: hij zocht een manier om de verplichte tewerkstelling in Duitsland te ontlopen. Voor bouwbedrijven was het makkelijker een vrijstelling te krijgen van die Arbeitseinsatz. In de oorlog werden veel Katwijkse huizen, ook dat van Willem, gesloopt vanwege de kustverdediging van de Duitsers. Hij verricht daarom vooral timmerwerk in Wassenaarse villa’s, waar hij veelal bezittingen, zoals radio’s, “wegtimmert” om inbeslagname door de bezetter te voorkomen.
Na de oorlog is er werk zat. De gesloopte Katwijkse boulevard moest opnieuw worden opgebouwd, en de overheid verplichtte iedereen met een kavel om er opnieuw op te bouwen. Omdat niet iedere eigenaar geld genoeg had, kocht Willem Ouwehand veel lege gronden op. Het voordeel was dat hij in het vissersdorp over veel ervaren timmerlieden kon beschikken. In de visserij werd lang gebruik gemaakt van houten tonnen, maar door de naoorlogse introductie van plastic kuipen voor de vis, zochten veel kuipers ander werk. Zo groeide het bedrijf van een eenmansbedrijf naar een middelgrote onderneming en speelde Ouwehand Bouw een belangrijke rol in de dorpsgezicht van het naoorlogse Katwijk. In 1970 nam zoon Martin, de vader van Peter Ouwehand, het bedrijf over.

Reageer op dit artikel