nieuws

EIB: zet zij-instromers niet meer 1 dag in de schoolbanken

bouwbreed Premium 516

EIB: zet zij-instromers niet meer 1 dag in de schoolbanken

Bouwopleidingen moeten een stuk flexibeler worden om aan de groeiende vraag naar personeel te voldoen. En de overheid moet daar financieel aan bijdragen, stelt het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in haar nieuwste rapport over opleidingen in de gespecialiseerde aannemerij en afbouwsector.

Maar liefst 14.000 arbeidskrachten tot 2022. Dat heeft de gespecialiseerde bouw en afbouwsector de komende jaren nodig om aan de groeiende vraag te voldoen, blijkt uit cijfers van het EIB. Jaarlijks komt dat neer op zo’n 2800 nieuwe krachten. Voor de gespecialiseerde aannemerij gaat het om zo’n 7600 arbeidskrachten en voor afbouw zo’n 6500.

De instroom vanuit bouwopleidingen is echter bij lange na niet voldoende om aan deze vraag te voldoen. Zo studeerden er in 2016 slechts totaal 467 leerlingen af. Vooral bij kleine opleidingen is het aantal leerlingen op dit moment schrikbarend laag. Zo laag dat sommige zelfs op het punt van omvallen staan.

Leerlingaantallen moeten fors groeien

Om aan de steeds groter wordende vraag naar personeel te voldoen, moeten deze aantallen de komende jaren flink omhoog, stelt het EIB. Minimaal naar het niveau van voor de crisis. Toen studeerden er jaarlijks zo’n 1.000-1.300 leerlingen af.

Slechts 467 leerlingen studeerden er in 2016 af.

‘Certificatensysteem nodig’

Daarvoor is een flexibeler onderwijssysteem nodig, concludeert het EIB. “Het gebruik van certificaten kan daaraan bijdragen”, legt EIB-directeur Taco van Hoek uit. “Nu zit het systeem zo in elkaar dat leerlingen vier dagen werken, en een dag in de week naar school moeten. Maar voor zij-instromers kost die ene dag dat ze niet werken, veel geld. Die dag krijgen ze namelijk niet betaald. Om de sector aantrekkelijker te maken voor die groep, zou een volledig salaris in combinatie met leren via modules waarmee certificaten worden behaald een uitkomst kunnen bieden.”

‘Overheid moet financieel bijdragen’

Aan zo’n certificatensysteem moet de overheid dan wel financieel bijdragen, stelt het EIB. Anders komt het niet van de grond. “Er wordt nu ook wel gewerkt met certificaten, maar omdat de kosten volledig voor de bouw zijn, is de reikwijdte gering. Bovendien is er geen erkenningsregeling die er voor zorgt dat combinaties van certificaten tot een erkend diploma leiden.  Dit is wel belangrijk voor jonge mensen en dit zou de overheid dan mogelijk moeten maken”, legt Van Hoek uit.

‘Kosten moeten niet volledig voor de bouw zijn’

Hoeveel de overheid financieel zou moeten bijdragen, dat heeft het EIB niet berekend. “We moeten er in ieder geval voor waken dat het systeem niet doorgevoerd wordt, omdat de kosten volledig voor rekening van de bouwers zijn”, stelt van Hoek.

‘Bouw is nog steeds sexy’

De opgave waarvoor bouwopleidingen de komende jaren staan is groot, maar niet onmogelijk, stelt EIB-directeur Taco van Hoek. “Er wordt wel eens gezegd dat de bouw niet meer sexy is. Dat iedereen in de ICT wil werken en niet meer in de bouw. Maar dat is overtrokken , we kunnen er echt wat aan doen om meer jongeren enthousiast te maken.”

EIB heeft dit onderzoek gedaan in opdracht van van AFNL en NOA. Dinsdagmiddag worden de aanbevelingen uit het rapport aangeboden aan vier leden van de Tweede Kamer. 

 


Andere oplossingen die het EIB in het rapport aandraagt om opleidingen aantrekkelijker te maken:

– Het loonverschil tussen een BBL-leerling en een werknemer met een fulltime moeten verkleind worden.

-De arbeidsvoorwaarden moeten verbeterd worden. Een optie die het EIB oppert is om goed presterende leerlingen de mogelijkheid te bieden om aanvullende cursussen te volgen en het succesvol afronden hiervan onder de aandacht te brengen. En dit eventueel rechtstreeks financieel te belonen. Dit soort beloningen zijn vaak niet kostbaar op bedrijfsniveau, maar de signaalwerking kan wel groot zijn.

-Samenhangende activiteiten van kleine bouwopleidingen moeten worden samengevoegd. Dit is vooral nodig om ervoor te zorgen dat de aantrekkingskracht van kleine opleidingen wat groter wordt. Tijdens de crisis zijn er een aantal kleine opleidingen afgeschaft, omdat ze niet voldoende aantrekkingskracht of uitstraling of bekendheid hadden. Als modules van verschillende opleidingen worden samengevoegd en dan aangevuld worden met specialistische vakken, dan kan de leerling zich ontwikkelingen in de gewenste richting, maar ook breed worden ingezet.

-VMBO-leerlingen zouden actiever benaderd moeten worden. Veel VMBO-leerlingen hebben volgens onderzoeken nog een afwachtende houding en een actieve benadering van deze groep kan een verschil maken. Met name het aanbieden van meeloopdagen en stages zijn een goede manier om de leerlingen te benaderen, stelt het EIB.

– Het opleidingsaanbod tussen de ROC’s moet beter op elkaar afgestemd moeten worden. Dit kan een slagvaardiger opleidingsstructuur opleveren, stelt het EIB.

– Opleidingen moeten minder conjunctuurgevoelig worden. De crisis heeft laten zien dat het systeem zeer kwetsbaar is. Met het wegvallen van banen in de crisis konden er nauwelijks opleidingsplekken worden aangeboden. Maar hoe je het systeem minder conjunctuurgevoelig moet maken, zijn geen eenvoudige oplossingen voor, stelt het EIB. Dit komt omdat meer continuïteit in de afzet nodig is en dat vereist de medewerking van belangrijke opdrachtgevers van de bouw.

 

 

Reageer op dit artikel