nieuws

Bertus en Hennie snakken naar het einde: ‘Bouwvakkers worden geen tachtig’

bouwbreed 22472

Bertus en Hennie snakken naar het einde: ‘Bouwvakkers worden geen tachtig’

Duizenden bouwvakkers vallen voortijdig uit. De sociale partners broeden de komende twee dagen op een oplossing, zodat ouderen een dag minder in de week kunnen werken, tegen relatief gunstige voorwaarden. Cobouw zocht twee doorleefde betontimmermannen op. Bertus (60) en Hennie (61): “Bouwvakkers worden geen tachtig.”

Eenzaamheid hoort bij ouder worden. Rijksbouwmeester Floris Alkemade noemt het één van de grootste problemen van de huidige tijd. Wie bekommert zich om de oudere bouwvakkers? Allemaal moeten ze langer doorwerken, maar is dat eigenlijk wel mogelijk? Een journalist van Cobouw verliet het warme kantoor en zocht twee oudere betontimmermannen op. Hennie (61) en Bertus (60). In Diemen op het Holland Park storten zij dagelijks minimaal twee wanden. “Vooral de kou begint ons tegen te staan.”

Rafels in een groengrijze jas. Rimpels van een rauw leven. De geur van kou en karakter in een krappe kleedkamer met houten bankjes. Rond de klok van tien is de kantine van lange tafels en eenzame lunchboxjes vrijwel leeg. Buiten staan bouwvakkers in groepjes bij elkaar. Bertus van der Wal staat er ook. Je kunt hem niet missen.

“Aáaaltijd is het een báaaak ellende hier”, begint de zestigjarige man uit IJsselstein met pretoogjes in vloeiend Utrègs. Zijn grijze capuchontrui reikt tot over zijn oren. “Dat is toch zo Hennie. Het is hier toch altijd een bak ellende.” Hennie, lampje op zijn helm, knikt: “Ja. Dat is zo.”

Hennie en Bertus, betontimmermannen. Ze zien eruit als oorlogskrijgers. Vanaf de fundering trekken ze gebouwen op. Wand voor wand. Het is een gevecht tegen de kou, een strijd tegen scheuren in de nieuwe muren, een mentale worsteling tegen hun grootste vijand: de tijd. Honderden wanden achter de rug. Tientallen te gaan. “We gaan storten.”

Ducaat met een c

Omhoog. De bouwlift ratelt, de wind giert, het zijn gure omstandigheden voor een kantoormedewerker. Niet voor Bertus en Hennie. Hennie Ducaat met een c, niet met een k, zoals Bertus altijd dacht.

Vierhoog, blok 7, gele bouwkranen in beweging. Machinisten hebben hier nauwelijks pauze. “Het is aanpoten geblazen”, zegt Bertus. “Dit werk is namelijk in een slechte tijd aangenomen. Dat merk je wel. Dan moet de productie gewoon omhoog.”

Geen tijd voor medelijden. “Aanpoten” geldt hier voor iedereen en zeker voor onderaannemers. “En ook voor de metselaar. Die heeft hier drie maanden geleden zijn miljoenste steen gelegd.”

Kopschotten en kimijzers

Maatvoeren, kimijzers plaatsen, sparingen maken, ijzers slijpen, sluitwanden met ‘centerpennen’ vastzetten en kopschotten ertegenaan. “Die moet je vastspijkeren”, waarschuwt Hennie. “Doe je dat niet, dan klapt die er zo uit tijdens het storten.”

Hennie en Bertus storten dagelijks minimaal twee wanden op de bouwlocatie in Diemen.

Gisteren zagen ze het misgaan bij collega’s. “We hoorden het grind vallen. Voor je het weet ligt alles daar beneden”, kijkt Bertus over de railing in de diepte. Geen last van hoogtevrees.

Eerst de metersgrote mal, dan de wand die ze vanuit een met mortel gevulde kubel vullen. Trap op, trap af. Kubel na kubel. “De ene wand is de andere niet. Hoe meer sparingen hoe lastiger. En een fout is zo gemaakt. Dat willen we echt niet. Kost alleen maar tijd.”

Rattenvanger

Altijd op de bouwplaats. Bertus deed vroeger nog aan Grieks-Romeins worstelen, maar dat zit er niet meer in. Hennie voetbalde, maar moest daar zeven jaar geleden ook mee stoppen. Hernia. Sindsdien doet hij wekelijks oefeningen op de sportschool.

Hij heeft ook een kunstgebit. Op een dag nieste hij en viel zijn plaatje op de stoep bij een winkelcentrum. ‘Daar ligt wat’, zei de oplettende vrouw. Hennie schaamde zich kapot. 61 is hij inmiddels. Nooit overwoog hij ander werk. Bertus wel. Rattenvanger, leek hem wel wat “toen de muskusratten zo enorm oprukten vanuit Zuid-Holland.”

Je moet er net tussenrollen dan. Dat gebeurde niet. En dus keerde Bertus, na een tweejarig uitstapje als plafondmonteur, terug de betonbouw in. Funderingen in de Katwijks duinen, muren in Amsterdam. Nooit binnen. Altijd buiten.

De bek van een kubel

De eerste lading mortel nadert. De bek van de kubel gaat open, het geluid van stromend beton klinkt als een overspannen stofzuiger. Bertus steekt zijn trilnaald in het beton. “Bertus is er goed in”, zegt Hennie, hijzelf is beter in maatvoering. “Trillen moet met zorg gebeuren. Laagje voor laagje. Anders krijg je gaten in de wand. Kijk je zo tegen de wapening aan.”

De twee laten het soepel lijken. Maar de jaren beginnen te tellen. “Alles wordt strammer en mijn gewrichten doen zeer”, vertelt Hennie.

Doorwerken tot 67 jaar? “Ik ga dat niet volhouden”, zegt Hennie.

“Koud?” Hij kijkt naar het 14 meter hoge betonskelet rechts van hem. “Die toren hebben we ook gemaakt. Daar is het pas koud. Dat scheelt twee jassen.”

Elf uur. Tijd voor een bakkie met de jongens van UBA (projectontwikkeling, red). Aardige gasten, cynische grappen, gemiddelde leeftijd zeker vijftig.

“Buiten het rooster om. Daar lopen we hard genoeg voor”, excuseert Bertus zich. Of hij weleens chagrijnig is? “Zelden. We proberen de gezelligheid erin te houden ook met onze andere vaste collega Gerard (57).”

In slaap vallen op de bank

Toch zijn het lange dagen. Kwart voor vijf uit bed, twaalf uur later thuis. Vrouw en kinderen zijn er inmiddels aan gewend dat Bertus liever in het weekend naar het theater gaat. “Doordeweeks trek ik dat eigenlijk niet meer.”

Hennie ook niet: “Of ik nog iets aan mijn avond heb? Als ik wakker kan blijven wel. Je komt thuis, gaat douchen, eet gauw een hapje, en dan zit je op de bank en dan ga je…”

Hard doorstampen. Hele weken staan in het teken van werken. En dat al bijna 45 jaar lang. De druk is groot, vers bloed is er nauwelijks. “Het is mooi en aardig dat die jonge gastjes hier komen”, zegt Bertus.

Bertus: “Ik heb hier jonkies na twee dagen in huilen zien uitbarsten.”

“Maar weet je waarom? Omdat ze hier vijf of zes tientjes meer verdienen dan als vakkenvuller bij de C1000. Daar komt het eigenlijk op neer. Niet vanuit de overtuiging dat ze het werk willen gaan doen. Ze weten heel niet wat het is. Ik heb hier jonkies na twee dagen in huilen zien uitbarsten.”

Hennie ziet de meeste nieuwkomers ook snel weer vertrekken. “Weet je wat het is? Het wordt ook niet aantrekkelijk gemaakt voor jongeren. Als ze de bouw instromen op negentienjarige leeftijd worden ze direct ingeroosterd als volwaardig timmerman. Jee, moet ik dit mijn hele leven lang doen, realiseren ze zich ineens. Dan haken ze af.”

En Bertus wil niet verbitterd zijn maar signaleert: “Over ruwbouw wordt altijd minderwaardig gedaan.”

De klokt tikt verder

Zij weten wel beter. De perfecte wand. Daar gaan deze vakmannen nog steeds voor. Vraag dat binnen maar na. Bertus trekt de trilnaald rustig uit het beton. Zwaar werk, zegt Hennie.

“Maar het mentale aspect is het meest zwaar als je ouder wordt. Tijd is onze grootste vijand. Van tevoren wordt alles namelijk ingepland. ’s Ochtends belt Gerard met zijn praatijzer de tijden van het beton door naar de centrale. Daar moet je je vervolgens exact aan houden. Je kunt niet even zeggen: doe maar een half uurtje later.”

Bertus knikt: “Constant voel je die druk. Anders word je op je vingers getikt door kantoor. Al loop je je eigen de hele dag de blubber en kun je er zelf niets aan doen.

Nog negentig wanden

Werkgevers en vakbonden broeden op een regeling voor ouderen. Bertus en Hennis vragen zich af wat daarvan terechtkomt. “Altijd die mooie woorden. Intussen hebben we al zoveel ingeleverd.”

Een dag minder werken zou fijn zijn. Nog zeker zes jaar te gaan. “Ik ga dat niet volhouden”, zegt Hennie resoluut. “Als ik tot mijn 67ste door moet ben ik helemaal op. Dat voel ik gewoon.”

Langer doorwerken, belachelijk vindt hij. “Iedereen wordt ouder zegt de regering. Nou, bouwvakkers worden helemaal niet ouder. Bouwvakkers worden geen tachtig.” Na 45 jaar is het welletjes, vindt Hennie. “Dan heb je toch genoeg gedaan voor de maatschappij? Wij moeten langer doorwerken, terwijl ze aan de andere kant miljoenen weggeven aan een of ander ontwikkelingsland. Stoppen? Onmogelijk. Dan beur ik helemaal niets meer. Daar heb je dan je leven lang voor gewerkt.”

Versleten

“Hoelang ik het nog volhoud?” Bertus durft het niet te zeggen. “Dat vroeg de PAGO-arts laatst ook al. Nu gaat het nog wel, maar ik zag al zoveel collega’s en vrienden uitvallen.”

Hennie en Bertus. Betontimmermannen voor het leven. Wandenmakers. Zeker negentig nog. Dan op naar het volgende project. Op hun laatste benen. Ze bijten door. Het is als die jas van Bertus. Ondanks de scheuren, gooit hij hem niet weg. Die jas draagt hij, tot die helemaal uit elkaar valt.


Duizenden bouwvakkers zitten in dezelfde situatie als Hennie en Bertus. Ruim een op de vijf bouwvakkers (ook kantoormedewerkers) is momenteel ouder dan 55. Dat is 20 procent tegen 13 procent in 2010 en 5 procent in 1990. Dit komt volgens het EIB door het afschaffen van vervroegde uittredingsregelingen en het feit dat de pensioensleeftijd elk jaar toeneemt.

Het aantal bouwvakkers dat vroegtijdig uitvalt en in de WIA belandt, stijgt ook al jaren. In 2014 waren dat er nog ruim 6500, in 2017 stond de teller op 8130, blijkt uit cijfers van de UWV. Verder waren bouwbedrijven tussen 2009 en 2015 zeer terughoudend met het aannemen van leerlingen en jong personeel, waardoor het aandeel tot 25 jaar sterk afnam. Sinds 2016 neemt het aantal jongeren weer iets toe.


 

Bertus van der Wal: “Ik weet niet of ik de 67 haal. Ik heb zoveel vrienden voortijdig zien uitvallen.” (Foto: Eran Openheimer)

Naam: Bertus van der Wal
Beroep: betontimmerman
Goed in: trillen
Leeftijd: 60
Bijzonderheden: versleten jas
Hobby’s: meubels maken, theaterbezoek en worstelen

Hennie Ducaat: “Bouwvakkers worden geen tachtig” (Foto: Eran Oppenheimer)

Naam: Hennie Ducaat
Beroep: betontimmerman
Goed in: maatvoering
Leeftijd: 61
Bijzonderheden: had hernia en heeft kunstgebit
Hobby’s: voetbal


Meer human interest in Cobouw

Meer human interest in Cobouw

Reageer op dit artikel