nieuws

Betonakkoord dreigt weg te kwijnen in bureaulades ministeries

bouwbreed Premium 2989

Betonakkoord dreigt weg te kwijnen in bureaulades ministeries

Vier ministeries buigen zich al sinds november over de tekst van het betonakkoord. En sindsdien is het al angstvallig stil. De betonbranche heeft er weinig fiducie meer in.

“Het betonakkoord? Ik vrees dat het een stille dood sterft.” Mebin-directeur Ronel Dielissen windt er geen doekjes om, in de wandelgangen van vakbeurs Building Holland vorige week. Toegegeven, ze zit niet meer heel dicht bij het vuur, sinds ze vorig jaar boos uit de stuurgroep voor het betonakkoord stapte. Maar dat het zo angstvallig stil is, vindt ze een teken aan de wand. “We waren nota bene één van de voortrekkers vanuit de industrie. De directeur van de Heidelberg Cement group, waar Mebin onder valt, tekende nota bene destijds persoonlijk het klimaatakkoord van Parijs. Dat geeft ons commitment wel aan.”

Maar Dielissen vond dat er bij de onderhandelingen over het betonakkoord te weinig werd geluisterd naar de industrie. Die maakte uiteindelijk slechts 10% uit van alle partijen die aan tafel zaten en kwam maar mondjesmaat aan het woord. “Maar wij moesten wel de maatregelen nemen en betalen. Daarbij werd wel sterk ingezet op innovaties en technieken die zichzelf naar onze zin nog onvoldoende bewezen hadden. Zoals het gebruik van cementpoeder van breekinstallaties. En daar moesten dan afspraken over worden gemaakt met een malus-regeling. We konden hoge boetes tegemoet zien als we de prestaties niet haalden. Er werden irreëele eisen gesteld.”

Mebin wil niet in een positie terechtkomen als Volkswagen met haar dieselschandaal

Dielissen wist zeker dat ze in Heidelberg niet hoefde aan te komen met het Nederlandse voorstel zoals dat in de maak was. Ik wilde onszelf niet in een situatie manoeuvreren als Volkswagen met haar dieselschandaal door te beloven wat je niet kunt waarmaken. Daarom ben ik vorig voorjaar uit de stuurgroep gestapt.”

Inmiddels is ze de draad een beetje kwijt. Pakt Wientjes met zijn bouwagenda de verduurzaming van de betonsector op? Ligt het op de tafel van Diederik Samsom? Eerlijk gezegd heeft ze geen flauw idee. Redelijk kort na haar symbolische stap kwam er toch een concepttekst tot stand, maar daar komt maar geen antwoord op van de overheid. Dat maar liefst vier ministeries betrokken zijn stelt haar niet gerust. Dat Infrastructuur en Waterstaat ernaar kijkt begrijpt ze wel. Economische Zaken en Klimaat ook, vanuit het oogpunt van mededinging en innovatie. Maar  Binnenlandse Zaken  en Landbouw had ze niet in gedachte. “Is dat alles bij elkaar niet het ideale recept om een zwaar bevochten akkoord om zeep te helpen?  “

Teruggekeerd om de schouders eronder te zetten

Stefan van Uffelen, ook op de beurs aanwezig, kan haar wel bijpraten.  Hij begrijpt Dielissens grieven en zorgen. Die lange stilte zinde hem ook niet. Hij was eigenlijk al vertrokken bij het MVO Netwerk Beton  in de overtuiging dat het akkoord rond was. Alleen de landsadvocaat zou er nog naar kijken en dat leek een formaliteit.

Sinds begin dit jaar is Van Uffelen actief als directeur van Madaster,  de organisatie die zich sterk maakt voor de invoering van materiaalpaspoorten. Maar hij zag ook met lede ogen aan dat de laatste horde voor het betonakkoord maar niet werd genomen en besloot er opnieuw de schouders onder te zetten. “Het is toch pijnlijk als zo’n belangrijke overeenkomst vlak voor de eindstreep sneuvelt. Temeer omdat het op details dreigt te blijven hangen.”

De landsadvocaat heeft inmiddels vastgesteld dat de mededinging niet in gevaar is met de voorwaarden uit het akoord. Dat is alvast iets.  Van Uffelen zou het logisch vinden als de overheid bijdraagt. “Als je ziet hoe sterk de politiek inzet op transities mag er best wat geld om het proces te faciliteren. Het gaat om een betrekkelijk klein bedrag. Een paar ton per jaar om een keer een rapport op te stellen, accomodaties te huren en een website te onderhouden. De industrie moest iedere keer met de pet rond. Dat werd op een bepaald moment wel armoedig.”

“Door sluiting van de Enci groeve is Nederland aangewezen op import van cement uit Belgie dat een slechtere CO2 footprint heeft.”

Hij kan niet nalaten te wijzen op denkfouten die de transitie-discussie kenmerken. We sluiten de Enci-centrale in Maastricht. Dat klinkt op het eerste gezicht prachtig en draagt bij aan het verminderen van de CO2 uitstoot van Nederland en het halen van de doelstellingen van Parijs. Maar dan vergeten we wel dat die centrale één van de meest duurzame is uit de  hele wereld en dat we door de sluiting meer afhankelijk worden van Belgie. De cement-ovens daar zijn een stuk minder efficient en stoten veel meer CO2 uit.  Voor Nederland pakken de sommetjes dan wel gunstiger uit, maar in breder verband is dat voor het milieu alleen maar slechter. Dat zijn van die system lock-ins waar de hele discussie over de energietransitie vol van zit.

Sluiten van kolencentrales levert tekort aan vliegas op

Dielissen kent daar ook een voorbeeld van: “Als we de kolencentrales sluiten, komen wij met een tekort aan vliegas wat de laatste jaren een steeds belangrijker bestanddeel is geworden van cement. Geopolymeer beton is weliswaar veelbelovend, maar nog lang niet ver genoeg om echt een substantiële bijdrag te leveren zodat we betrouwbare sterke constructies kunnen blijven bouwen met een lange levensduur.”

Op de vastgoedbeurs Provada zetten VBI en twaalf partners in twaalf uur tijd het gebouw ‘De Kameleon’ neer.

Algemeen directeur Eduardvan der Meer van VBI is het grotendeels met Dielissen eens.  Hij deelt haar frustratie dat ze zes jaar met een akkoord bezig is geweest, eerst vier jaar met de green deal en toen twee jaar het beton akkoord, zonder resultaat.  Hij is na de symbolische stap van Dielissen wel in de stuurgroep blijven zitten, “We mogen als branche niet rechtstreeks contact hebben met de landsadvocaat. Dus daarom weet hij ook niet veel meer.  Ik ben volledig op de hoogte gehouden in de stuurgroep Betonakkoord. Inderdaad niet op de hoogte van de discussie met de Landsadvocaat die inmiddels akkoord is.

“Een belasting per ton beton is absurd”

Een aantal plannen dat afgelopen jaren de revue passeerde heeft hij met grote verbazing aanschouwd. Vooral het plan om belasting per ton beton te gaan heffen. Dat vond hij volstrekt absurd. Hij zou het logisch vinden als opdrachtgevers uniform form gaan uitvragen. Want nu vragen opdrachtgevers soms niet expliciet op duurzaam beton“Dan kun je innoveren wat je wilt als sector, maar dan wordt dat product dus niet afgenomen. Dan stagneert het ook snel.

Van der Meer: We vinden allemaal het Pantheon in Rome het mooiste gebouw van de wereld. Dat is van beton en staat er al zo’n 2000 jaar. Dit is dus een heel duurzaam gebouw.Daarmee wil ik niet zeggen dat je niet moet innoveren, maar dat je daarbij je ogen op de horizon moet houden. Innovaties sorteren niet meteen morgen effect maar vergen tijd. Daar werd in de discussies over het betonakkoord volstrek aan voorbij gegaan. Neem alleen al het moeras aan regels waaraan we ons moeten ontworstelen. Je verandert de samenstelling van beton niet van de ene op de andere dag. Die regels waarborgen veiligheid, levensduur, efficiency.

Duurzaam beton kost per woning 64 euro extra

Van Uffelen lijkt zich grotendeels te kunnen vinden in de grieven van de betondirecteuren. Hij zit duidelijk ook met de kwestie in zijn maag. Als je in zijn hart kijkt vindt hij dat CO2 beprijsd moet worden. Dat zou het fundament moeten zijn onder de transitie, maar dat systeem komt maar niet van de grond. “Je kan het niet voor één sector in één land doen. Dan prijst de Nederlandse betonsector zich uit de markt. De kosten voor duurzaam beton komen volgens een berekening neer op 64 euro per woning. Op de keper beschouwt valt dat best mee,  maar als er internationaal geen gelijk speelveld creeert, plaats je daarmee  de Nederlandse industrie op achterstand. Of je sluit je markt af voor buitenstaanders wat weer niet mag vanuit regels over mededinging.”

Van Uffelen kijkt om zich heen op de vakbeurs . “Alles hier is zogenaamd innovatie. Overal prijzen producenten hun nieuwste warmtepompen aan. Is dat de toekomst waar we allemaal naartoe moeten? Moeten we de CV-ketel en de complete gas-infrastructuur afserveren? Natuurlijk niet”, antwoordt hij stellig op de door hemzelf opgeworpen vraag. “We hebben het allemaal nodig. In Europa draait de helft van de verwarmingsketels nog laag rendement. En dan gaan wij onze goed presterende ketels vervangen door warmtepompen die ’s winters grotendeels draaien op stroom van kolencentrales. Dan span je het paard acher de wagen. De werkelijkheid is dat we voor de transitie voorlopig het gasnet keihard nodig hebben, maar ook warmtenetten en elektriciteit. All-electric is niet direct de oplossing.”

Op dat soort tegenstrijdigheden stuit hij voortdurend in zijn strijd voor verduurzaming van de betonsector.  “En toch zijn we heel dichtbij”, benadrukt hij. “De brancheorganisaties werken beter samen dan ooit in het Betonhuis. Het CSC certificaat voor duurzaam beton loopt hard, het zeventigste certificaat is uitgereikt. En het wordt breed erkend. Het leidt tot fiscale voordelen en levert extra punten op bij de berekening van duurzaamheidsscore van woningen. Ik gok dat we volgende week bekend kunnen maken dat we half juni het akkoord kunnen tekenen.”

We moeten ons uit een moeras van regels omhoog trekken

Dielissen moet het nog zien. Dat heeft ze net iets te vaak gehoord. Ze vinden dat de overheid nu ook eens een duit in het zakje moet doen. Van der Meer is optimistischer  maar vindt wel dat de overheid zich consequenter op moet stellen. “Ze hebben hun mond vol van dan transitie. Dan zeg ik : put your money where your mouth is. En ik blijf benadrukken dat we niet van de ene op de andere dag op een andere manier beton kunnen gaan maken. We moeten ons uit een moeras van regels omhoog trekken. Maar die regels zijn er echt niet voor niets.”

 

Reageer op dit artikel