nieuws

Wie betaalt de rekening van de breedplaatvloer?

bouwbreed Premium 3424

Wie betaalt de rekening van de breedplaatvloer?

De rekening van de breedplaatvloerenkwestie neerleggen bij bouwbedrijven, is té makkelijk. Dat zeggen bouwrechtspecialisten tegen Cobouw. “De kwestie is te gecompliceerd om de verantwoordelijkheid op voorhand op één partij af te schuiven.”

Hogeschool Windesheim heeft aannemer Trebbe aansprakelijk gesteld, Hogeschool Saxion wil bouwcombinatie Haafkes en Plegt-Vos aansprakelijk stellen en Omnivera GZW heef aannemer Van Houwelingen in gebreke gesteld. De een na de andere aannemer krijgt nú al, terwijl sommige vloeren nog niet eens zijn vervangen, de schuld voor de breedplaatvloerenkwestie in de schoenen geschoven. De kans dat andere opdrachtgevers, die ook te maken hebben met een foute vloerconstructie, volgen, is groot.

Veel meer partijen

Maar de rekening, die al meer dan tientallen miljoenen euro’s bedraagt, kan niet zomaar afgeschoven worden op één partij, stellen de bouwrechtsspecialisten. Er zijn nog veel meer partijen, zoals de opdrachtgever, de constructeur, de producent en de architect, waarmee rekening gehouden moet worden. Als de fout bij een van deze partijen ligt, kan de verantwoordelijkheid en daarmee de rekening ook bij een van deze partijen liggen. Daarom is het van essentieel belang na te gaan wie de fout heeft gemaakt, leggen de kenners uit.

Toetsing niet gebruikelijk

“Ten eerste gaat het om de vraag: wie koos er voor deze vloerconstructie?”, stelt Hans Smeekens, bouwrechtadvocaat bij Rasser Advocaten. Een paar dagen lang heeft hij zich het hoofd gebroken over de ingewikkelde kwestie. “Als de opdrachtgever kiest voor een bepaalde vloerplaat, moet de constructeur daar rekening mee houden in de berekening. Maar wat ik begrijp van betonproducenten is het in constructeursland niet gebruikelijk om de vereiste aanhechting tussen de vloerplaat en het in het werk gestorte beton constructief te toetsen, alhoewel die toetsing wel onderdeel is van de relevante NEN-normering. Het kan dat daardoor de platen in de praktijk gladder zijn, dan waarvan in de constructieberekeningen is uitgegaan. Het zou dus kunnen dat het hier fout is gegaan.”

Ontwerp speelt ook een rol

“Maar”, vervolgt hij, “het ontwerp van de architect speelt ook een rol. Sommige typen vloerplaten kunnen niet of nauwelijks worden nabewerkt (opgeruwd).  De kans dat de vloerplaat loskomt, is bovendien kleiner als de overspanningen niet zeer groot zijn en er bijvoorbeeld kolommen met balken zijn gebruikt. Als de architect hier geen rekening mee heeft gehouden, kan de fout bij hem liggen”, legt de bouwrechtadvocaat uit.

“Als de architect wél heeft getekend wat technisch mogelijk is, dan is de architect niet tekort geschoten en dus ook niet aansprakelijk. Dan kan het nog zo zijn dat de plaat in de praktijk gladder is dan zou moeten. Dat kan ook een fout van de betonproducent zijn, die ten onrechte geen of een ondeugdelijke nabewerking (het opruwen) heeft uitgevoerd, maar als de aannemer dat vervolgens in het werk constateert, heef die misschien een waarschuwingsplicht. Als hij zich daar niet aan houdt, dan kan hij aansprakelijk zijn”, legt Smeekens uit. “En als de aannemer een fout maakt in de uitvoering, ligt de fout natuurlijk ook bij hem”, vult hij aan.

Arentheem is een van de gebouwen in Nederland met een foute vloerconstructie. 
Foto: Sjef Prins – APA Foto

Was er kennis?

Was er kennis over het risico van de breedplaatvloeren en was die kennis aanwezig of had die aanwezig moeten zijn? Ook dat is van belang, voegt hoogleraar Bouwrecht Monika Chao-Duivis aan het verhaal toe. “Dit geldt voor alle betrokkenen; voor de opdrachtgever, constructeur, architect, de aannemer, maar ook voor de leverancier. Als een van de betrokkenen die kennis had, of als die bij een van de betrokkenen aanwezig had moeten zijn, kan het zijn dat de waarschuwingsplicht is geschonden. De schending van de waarschuwingsplicht kan leiden tot een al dan niet gehele verschuiving van de aansprakelijkheid van de gevolgen van wat oorspronkelijk een ontwerpfout was”, vertelt ze.

Dan kan het ook nog om een samenloop van omstandigheden gaan. Smeekens: “Dat de constructeur de vereiste aanhechting niet heeft getoetst, dat bij de productie geen of onvoldoende nabewerking heeft plaatsgevonden en dat de aannemer de te gladde platen niet heeft geconstateerd. Dan kan het zijn dat er meerdere partijen samen de fout in zijn gegaan. En dat ze samen de aansprakelijkheid hebben te delen.”

Uitpluizen wie de keuzes heeft gemaakt

Het is dus van essentieel belang om per geval uit te pluizen wie de keuzes heeft gemaakt, stellen Smeekens en Chao-Duivis. Is dat de architect geweest, de constructeur, de aannemer? Was het bekend dat de platen gladder waren? Heeft de constructeur daar rekening mee gehouden? Is er op de bouwplaats gekomen wat er besteld was? Heeft de aannemer gewaarschuwd?

Contract ook nog van belang

Vervolgens moet ook nog gekeken worden hoe de aansprakelijkheid is geregeld in het bouwcontract. “Is er sprake van een traditioneel contract of een design en construct-contract? Als het gaat om een traditioneel contract, stelt de opdrachtgever een architect en een constructeur aan. Als de fout ligt bij een van deze partijen, ligt de aansprakelijkheid in de relatie opdrachtgever- aannemer aan de kant van de opdrachtgever”, legt Smeekens uit. “Het ligt dan aan de afspraken over aansprakelijkheid in het contract op wie de schade is te verhalen. Meestal is het zo dat als de architect of de constructeur een fout maakt, de aansprakelijkheid in relatie tot de aannemer bij de opdrachtgever ligt. Maar er zijn ook opdrachtgevers in Nederland (vooral de grote) die dergelijke verantwoordelijkheid contractueel verleggen naar de aannemer.”

“Stel dat het een design en construct-contract is”, vervolgt hij, “dan realiseert de aannemer het gebouw en maakt hij ook zelf het ontwerp. In dat geval zit de aannemer in een lastigere positie, want dan vallen alle ontwerpende en uitvoerende partijen onder zijn paraplu. Maar ook in die situatie kun je niet direct zeggen: de aannemer is aansprakelijk, want dan moet er nog gekeken worden hoe de aansprakelijkheid is geregeld in het contract- tussen hem en de ontwerper.”

Aansprakelijkheid kan per situatie verschillen

Door al deze zaken, kan de rekening dus per situatie verschillen. De ene keer ligt de schuld bij de aannemer, en de andere keer bij de opdrachtgever. Dat maakt dat de breedplaatvloerproblematiek nog lang niet opgelost is. “Dat is eigenlijk het enige wat ik met zekerheid over deze kwestie kan zeggen”, stelt Smeekens.

Maar als dat zo is, waarom zijn er dan toch al zo snel twee aannemers aansprakelijk gesteld? “Omdat opdrachtgevers gedacht zullen hebben ergens te moeten beginnen en waarschijnlijk menen ook een redelijke grond zullen te hebben om de aannemer aansprakelijk te kunnen houden”, legt Chao-Duivis uit. “Opdrachtgevers moeten namelijk binnen een redelijke termijn nadat er protest is aangetekend en een ingebrekestelling is uitgegaan, de zaak formeel aanhangig maken. De zaak hoef dan nog niet gelijk behandeld te worden, maar de termijnen moeten wel in acht genomen worden”, besluit Chao-Duivis.

Reageer op dit artikel