nieuws

Voetlood en vervaltermijn: gestuntel in herstelwerk

bouwbreed Premium 608

Voetlood en vervaltermijn: gestuntel in herstelwerk
raad van arbitrage De Arbiter

Toezeggen dat je een hardnekkige lekkage zult verhelpen en je daarna pas beroepen op een inmiddels verstreken vervaltermijn: kan dat wel?

Deze zaak begint met een lekkage bij de deuren naar een plat dak op de eerste verdieping van een nieuwbouwwoning. De eigenaar/bewoner meldt het probleem netjes bij de aannemer die het huis voor hem gebouwd heeft. Over de vervaltermijn van vijf jaar die op 10 april 2016 zal verstrijken, heeft niemand het. Maar dat is niet zo raar, want zover zijn we nog lang niet.

Voetlood in opstand

Begin 2015 doet een adviesbureau in opdracht van de bewoner onderzoek naar de problemen. De resultaten liegen er niet om. Het toegepaste voetlood is te dun, de opstand bij de gevel is te laag, doorloop en bevestiging van de loodstrook in de binnenspouw deugen niet, gootafvoeren hebben geen uitloop. En zo nog het een en ander. Het metselwerk vertoont groene uitslag en alg- en mosgroei. Het plafond in de woonkamer en de plint op eenhoog zijn aangetast.

Herstel, lekkage, herstel…

De bewoner stuurt het rapport naar de aannemer. Die gaat zonder morren over tot herstel, ook van de gevolgschade. De bewoner schrijft begin november 2015 dat hij tevreden is. De vreugde is echter van korte duur: na hernieuwde lekkage moet de aannemer al snel weer aan de slag. In december laat hij schriftelijk weten dat hij hoopt dat de lekkages nu voorbij zijn. De gevolgschade zal hij herstellen zodra blijkt dat het niet meer lekt. Tegelijk zegt hij toe het probleem hoe dan ook te zullen verhelpen.

Escalatie

Begin 2016 escaleert de zaak. Eerst sommeert de bewoner de aannemer de lekkage binnen 14 dagen te herstellen. Nieuw onderzoek door een ander bureau, nu in opdracht van de aannemer, wijst wederom op problemen met het lood onder en naast het kozijn. De aannemer belooft in maart dat hij aan de slag gaat zodra het een tijdje droog is. Begin mei – let op: de vervaldatum is nu wél gepasseerd – vindt weer herstelwerk plaats. Maar helaas: een vochtmeting in juni wijst nog steeds op problemen. Bovendien blijkt dat de aannemer het metselwerk geïmpregneerd heeft. De bewoner maakt daar in juli bezwaar tegen, eist opnieuw herstel en uiteindelijk in oktober een vervangende schadevergoeding. Als dat niets oplevert, stapt hij in december naar de Raad van Arbitrage.

Verweer houdt geen steek

De bewoner vraagt een schadevergoeding van ruim 23 duizend euro. Als dat niet lukt, wil hij dat de aannemer veroordeeld wordt tot goed en deugdelijk herstel op straffe van een dwangsom en tot betaling van de kosten voor rechtsbijstand, onderzoek en het geding.

De aannemer beroept zich om te beginnen op de inmiddels verstreken vervaltermijn. Verder redeneert hij dat de eerste lekkage goed is hersteld en dat volgende lekkages een nieuwe en nog onbekende oorzaak hebben. De arbiter maakt met beide argumenten korte metten. Je kunt je niet op een vervaldatum beroepen als je daarvóór al herstel beloofd hebt. En dat er ineens sprake zou zijn van lekkages met een andere oorzaak, vindt hij ongegrond.

Goed en deugdelijk werk?

De arbiter concludeert dat de toegepaste constructie niet deugt. En de in het herstel toegepaste impregneerlaag is hooguit een tijdelijke oplossing. Op enkele andere punten, die hier te ver voeren, stelt hij de bewoner echter in het ongelijk. Daarom kent hij de bewoner wel een schadevergoeding toe, maar een lagere. De aannemer moet verder onder andere 80 procent van de proceskosten betalen.


Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 35.978

Reageer op dit artikel