nieuws

‘Trots is een begrip dat ik zelden tegenkom bij bouwwerknemers’

bouwbreed 2120

‘Trots is een begrip dat ik zelden tegenkom bij bouwwerknemers’

Stress is een groeiend probleem in de bouw. Op alle niveau’s steken frustraties de kop op. Bij werkvoorbereiders en projectleiders, maar ook bij directieleden van grote bouwers. Het menselijk brein kan de snelle veranderingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden simpelweg niet bijbenen, constateert Menno Pronker. ‘‘Het gebeurt geregeld dat volwassen mannen bij mij in de spreekkamer in tranen uitbarsten’’, aldus de coach uit Halfweg.

Pronkers bureau Persoonlijke coaching & Breinmanagement begeleidt arbeidsprocessen bij overheden en grote ondernemingen. Hij traint personeel op efficiency en verzorgt workshops snellezen, geheugentraining en mindmappen op de universiteiten van Delft, Wageningen en Leiden. Zijn werkterrein strekt zich uit van zorg en musea tot commercie en bouw. Hij erkent: stress is overal. Maar nergens vindt hij de situatie zo alarmerend als in de bouw.

‘‘Als er één branche is die iets tastbaars aan de maatschappij levert, is het de bouw wel. Daar moeten we trots op zijn. Maar trots is een begrip dat ik zelden tegenkom bij de mensen die ik spreek. Het wordt weggedrukt door stress en frustraties. Dat is toch bloedzonde?’’ Hij vindt het de hoogste tijd om de noodklok te luiden.

Stress, zegt Pronker, is een begrip waarvan de schadelijke uitwerking vaak wordt onderschat. ‘‘Het wordt dikwijls in één adem genoemd met werkdruk, maar daar mag het niet mee worden verward. Dat zijn twee heel verschillende begrippen. Vroeger, zeg tien jaar geleden, coachte ik mensen die last hadden van werkdruk. Ik kon hen leren efficiënter te werken en om te gaan met werkdruk. Werkdruk is een bekend verschijnsel, iedereen heeft er wel eens mee te maken en iedereen kan het omschrijven. Het is niet per definitie schadelijk. Het geeft je ook adrenaline, in een goede context. Stress daarentegen is ronduit ongezond.’’

Menno Pronker: “Mensen die braakneigingen krijgen als ze aan hun werk denken. Dat noem ik niet gezond.” (Foto: United Photos/Paul Vreeker)

‘‘Stress bezorgt je slapeloze nachten. Mensen die eraan lijden, zeggen: ‘bij stress heb ik een kort lontje, op het werk en ook thuis, bij stress maak ik me zorgen, ik heb het gevoel dat ik kapot ga’. Ik hoor tegenwoordig uitdrukkingen als: ‘ik heb littekens van dit project; er zijn er een paar omgevallen; we moeten uitkijken dat er niet nog meer omvallen’. Zulke terminologie is voor mij nieuw in de sector.’’

Wie een dergelijke gespannen relatie met zijn werk heeft, loopt grote kans op een burn out. Een problematische situatie waarin een werknemer voor maanden – soms zelfs jaren – uitgeteld thuis op de bank zit. Pronker ziet steeds vaker mensen met burn out-verschijnselen. Ook jonge mensen, twintigers soms. ‘‘Mensen die braakneigingen krijgen als ze aan hun werk denken. Dat noem ik niet gezond.’’

Nieuwe vormen van aanbesteden hebben voor een grote verschuiving gezorgd

De verklaring dat dergelijke verschijnselen ‘‘bij het tijdsbeeld horen’’ lijkt hem te vrijblijvend. In de bouw zijn er specifieke oorzaken aan te wijzen, denkt Pronker. ‘‘Er is in korte tijd heel veel veranderd in de sector. Met name nieuwe vormen van aanbesteden, zoals design and construct, hebben voor een grote verschuiving gezorgd. De relatie opdrachtgever – uitvoerder is sterk veranderd. Bij de opdrachtnemer zijn nieuwe verantwoordelijkheden komen te liggen. Er is heel veel meer druk op de deadline en de winstfactor komen te liggen. Dat zorgt voor stress in de directiekantoren: halen we het allemaal wel op tijd. Die stress sijpelt van boven naar beneden de organisatie in.’’

Daarnaast deden moderne verschijnselen als audits en kwaliteitscontroles hun intrede. Pronker: ‘‘We zitten in een situatie waarin alles gecontroleerd moet worden met processen, alles moet worden geadministreerd en bijgehouden. Dat is echt ’n ding van deze maatschappij. We kennen allemaal de klacht van verplegend en onderwijzend personeel die het grootste deel van hun tijd achter de computer zitten om bij te houden wat ze doen op een dag. Aan hun eigenlijke werk komen ze nauwelijks nog toe. Je ziet dat ook in de bouw. Daar heerst ook een gevoel van: kunnen we niet gewoon lekker bouwen?’’

De werkprocessen zijn te snel en te ingrijpend veranderd, stelt Pronker. ‘‘Mensen hebben er moeite mee het allemaal bij te houden. Wat dit doet met hun psyche wordt zwaar onderschat.’’ Wat moeten bouwbedrijven doen om hier meer greep op te krijgen? Een psycholoog in dienst nemen? Dat vindt Pronker een brug te ver. ‘‘Begin met te erkennen dat de menselijke kant te weinig aandacht krijgt. Als verklaring voor een succesvol project wordt altijd als eerste gegeven: we konden goed samenwerken, we waren een goed team. Ofwel, niet de techniek of de planning, maar de zachte factor was beslissend. Wat gebeurt daar vervolgens mee? Te weinig, mijns inziens. Het zou goed zijn als het management meer inzicht kreeg in de psychologie van werknemers, iets meer begreep van de gebruiksaanwijzing van de mens.’’

Gesprekje bij koffieautomaat is te vrijblijvend

Zijn advies: besteed meer aandacht aan de zachte kanten van medewerkers. ‘‘Mijn boodschap is dat je dit hoger op de agenda moet zetten. Praat bij vergaderingen niet alleen over techniek en processen, maar maak een agendapunt van de vraag: wat doet dit project met ons als mens. Een gesprekje bij de koffieautomaat is te terloops en te vrijblijvend, je moet er serieus werk van maken. Het Bot-overleg (benen op tafel) zou moeten veranderen in Fot-overleg: frustraties op tafel. Ga eens ongedwongen met elkaar eten. Regel een ontbijtsessie om eens vertrouwelijk met elkaar te praten. Bijvoorbeeld over hoe het is om tijdens een project vier nachten in een hotel te slapen en gescheiden te zijn van het gezin.’’

Hij geeft toe: zo’n softe aanpak agenderen in de traditionele mannenwereld die de bouw is, zal niet eenvoudig zijn. ‘‘Ik weet het: de bouwcultuur is er één van aanpakken, niet van praten. En een cultuur is onveranderlijk. Tenzij je die cultuur een gewoonte noemt, want gewoontes kun je wél aanpassen. Het is absoluut mogelijk je denkgedrag te veranderen. Je moet er alleen tijd en aandacht aan schenken. Wij mensen hebben een lateraal brein waarvan de ene helft dominant is in logica en de andere in creativiteit. Laten we die tweede helft wat vaker stimuleren zodat we onder andere wat makkelijker kunnen relativeren.’’

In zijn praktijk merkt Menno Pronker hoezeer er behoefte is aan zo’n benadering. Hij herinnert eraan dat het altijd de meest betrokken werknemers zijn die zijn workshops volgen. De juwelen van de organisatie, noemt hij ze.

‘Ook managers van grote bouwers laten tranen vrije loop’

Hij wijst op de doos Kleenex, die onopvallend maar binnen handbereik naast de gesprekstafel staat. ‘‘Die wordt vaker gebruikt dan je denkt. Ook door managers van grote bouwbedrijven. Wow! denk ik dan, dat zit diep! Op het werk zullen ze niet gauw een potje janken, maar in de afzondering bij mij durven ze hun tranen de vrije loop te laten. Bedrijven zouden zuinig moeten zijn op zulke mensen en hun frustraties serieus moeten nemen.’’

Reageer op dit artikel