nieuws

‘Restauratiebedrijven moeten meer samenwerken en scholing beter organiseren’

bouwbreed 666

‘Restauratiebedrijven moeten meer samenwerken en scholing beter organiseren’

Meer samenwerken zou de positie van gespecialiseerde restauratiebedrijven sterk kunnen verbeteren. Bedrijven uit de restauratiebranche zoals leidekkers, metselaars, rietdekkers en steenhouwers, werken nu nog weinig met elkaar samen. Ze zijn bovendien terughoudend om nieuwe opdrachtgevers rechtstreeks te benaderen. Door gezamenlijk op te trekken en samen offertes uit te brengen, zouden deze bedrijven een betere positie ten opzichte van opdrachtgever en hoofdaannemer kunnen realiseren.

Dit is een van de aanbevelingen die het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) doet in het rapport  Gespecialiseerde restauratiebedrijven in beeld. Het rapport werd donderdagmiddag gepresenteerd in museum Lambert van Meerten in Delft, een 19e eeuws neo-renaissance woonhuis dat wordt gerestaureerd onder regie van Hendrick de Keyser, de vereniging die zich inzet voor het behoud van monumentaal erfgoed. Het rapport verscheen ter gelegenheid van het eenjarig bestaan van het Platform voor Gespecialiseerde Aannemers in de restauratie.

Bij het platform zijn elf brancheverenigingen aangesloten: erfgoedhoveniers, glazeniers, smeden, leidekkers, metselaars, molenmakers, rietdekkers, schilders, steenhouwers, timmerbedrijven en voegers. Deze 483 bedrijven met 2700 man aan eigen personeel en 1400 flexibele medewerkers maken samen een jaaromzet van 325 miljoen euro, waarvan circa 180 miljoen in de restauratie van monumenten. In financieel opzicht is hun bijdrage aan de bouwsector weliswaar beperkt, maar hun vakmanschap daarentegen is voor de bouw van grote betekenis. Het zijn deze bedrijven die het cultureel en monumentaal erfgoed in stand houden, aldus onderzoeker Martin Koning.

Voortbestaan staat of valt met het doorgeven van het vakmanschap

Het voortbestaan van een gezonde restauratiesector staat of valt met het doorgeven, uitbreiden en up to date houden van dit vakmanschap. Over het algemeen ontbreekt het aan voldoende opleidingen. Sommige van de branches hebben geen gerichte vakopleiding, ontdekte Koning tot zijn verbazing. Voor bijvoorbeeld smeden, molenmakers, erfgoedhoveniers en rietdekkers bestaan geen opleidingen: kennis wordt er als vanouds doorgegeven van door ouderen op jongeren. Deze ‘’vader op zoon’’ overdracht zal in de toekomst onvoldoende blijken, waarschuwt het rapport.

Koning: “Ook de aannemers in de restauratie krijgen te maken met eisen over duurzaamheid, materiaalgebruik en energiegebruik, met de digitale ontwikkelingen en met robotisering.  Mijn advies is: zorg snel voor adequate opleidingen zodat gespecialiseerde restauratiebedrijven op tijd over de juiste kennis en vaardigheden beschikken om aan de nieuwe eisen te voldoen.”

Het geringe aantal leerlingen is een probleem voor de vakopleidingen

Een probleem bij het organiseren van vakopleidingen in veel branches is het geringe aantal leerlingen. “Dat maakt het moeilijk een vakopleiding te organiseren bij een ROC”, aldus Koning. Als oplossing ziet hij het inrichten van een basisopleiding restauratiewerk, waarin vervolgens modules voor aparte branches worden aangeboden.

De beperkte opleidingsmogelijkheden en het geringe aantal leerlingen zijn niet de enige bedreiging voor de restauratiesector. Naar verwachting zal de bouw de komende jaren flink groeien. Dat zal de vraag naar geschoold personeel verder opstuwen. Niet ondenkbaar is volgens Koning dat vakkrachten uit de restauratiesector de overstap zullen maken naar de reguliere bouw. Daardoor dreigt kennis uit de restauratiesector verloren te gaan.

Behalve meer samenwerking en betere scholing, geeft het EIB nog enkele andere aanbevelingen die de kwaliteit van de Nederlandse restauratiebedrijven kunnen waarborgen. Een ervan is het stellen van kwaliteitseisen bij de toekenning van opdrachten en subsidiegelden. Certificering wordt nu nog niet  toegepast in alle branches. Maar als alleen gecertificeerde bedrijven in aanmerking komen voor een opdracht of een subsidie, zal dat niet- gecertificeerde bedrijven prikkelen zich alsnog te certificeren en te investeren in kennis en opleiding van hun personeel. “De overheden hebben er zelf ook direct belang bij dat de voor de instandhouding van hun monumenten noodzakelijke kennis en kunde ook in de toekomst bij de gespecialiseerde restauratiebedrijven aanwezig is.”

Lees ook: Hollandse restauratiemarkt uitgehold: ‘We schieten door met Europees aanbesteden’

Reageer op dit artikel