nieuws

BENG en BREEAM, wat gaat dat kosten?

bouwbreed Premium 2423

BENG en BREEAM, wat gaat dat kosten?

Vanaf 2021 moet nieuwbouw opnieuw aan hogere eisen voldoen. Maar wat kost certificering in die gewijzigde omstandigheid? Een middelgroot BREEAM-gecertificeerd kantoorgebouw is doorgerekend om dat te achterhalen.

Vanaf 1 januari 2021 moet alle nieuwbouw in Nederland worden opgeleverd als “bijna energieneutraal gebouw”, kortweg BENG. Dit betekent dat gebouwen nog verder geïsoleerd en luchtdicht gebouwd moeten worden.

BENG is het resultaat van Europese afspraken en het Energieakkoord dat de Nederlandse overheid en zo’n veertig organisaties zijn overeengekomen. De energieprestatie-eisen worden vanaf 2021 niet meer uitgedrukt in EPC-waarden, maar in de volgende eisen:

  • Een maximaal toegestane energiebehoefte in kWh per vierkante meter gebruiksoppervlak per jaar voor verwarming en koeling samen. Bij utiliteitsgebouwen telt ook de energiebehoefte voor verlichting mee. De energiebehoefte mag worden ingevuld met hernieuwbare, maar ook met fossiele energie.
  • Een maximaal toegestane hoeveelheid primair fossiel energiegebruik in kWh per vierkante meter gebruiksoppervlak per jaar. Dit is een optelsom van het primaire energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventileren. Bij utiliteitsgebouwen telt ook het primaire energiegebruik voor verlichting en voor bevochtiging mee. Voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen mag de opgewekte energie (met PV-panelen of andere hernieuwbare energiebronnen) van het primaire energiegebruik worden afgetrokken. Bij primair fossiel energiegebruik worden de systeemverliezen (zoals leidingverliezen bij verwarming), hulpenergie (zoals pompen) en het rendement van de opwekkers (zoals de cv-ketel) meegenomen.
  • Een minimaal aandeel aan hernieuwbare energie in procenten (minstens 50%), te bepalen door de hoeveelheid hernieuwbare energie te delen door het totaal aan hernieuwbare energie en primair fossiel energiegebruik.

Concepten en voorbeeldprojecten

Per gebouw zijn drie energieprestatieconcepten beschikbaar: op basis van gas, op basis van all-electric en op basis van een warmtepomp en externe warmtelevering zonder bijdrage aan hernieuwbare energie. Zo kan op een aantal wijzen aan de BENG-eisen worden voldaan. Ook zijn voorbeeldprojecten berekend.

Een aantal technieken kunnen een relevante bijdrage leveren aan de realisatie van de BENG-eisen, zoals:

  • Ventilatiesystemen met een geavanceerde sturing. Deze leveren in woningen een verdere reductie op van de energiebehoefte en het primair fossiel energiegebruik vergeleken met systemen zonder sturing of met beperkte sturing.
  • Een boosterwarmtepomp voor tapwater. Deze heeft een aanzienlijk hoger rendement dan een traditionele warmtepomp (warm tapwaterbereiding is een grote energiepost in woningen). Er is geen energieverlies door transport van heet water over grote afstanden. Boosterwarmtepompen zijn met name goed toepasbaar in appartementengebouwen.
  • In utiliteitsgebouwen hebben lichtregelingen en vraaggestuurde klimatisering het grootste effect op de beperking van primair fossiel energiegebruik. Dit effect is vergelijkbaar met de toepassing van bijvoorbeeld led-verlichting.
  • Met name viervoudige beglazing, een warmtepomp met zeer hoog rendement en integratie van zonnepanelen leveren aan alle gebouwtypen een significante bijdrage.

Bij het opstellen van de drie genoemde energieprestatieconcepten is rekening gehouden met wat nu technisch mogelijk is.

Op rvo.nl, de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, is een nieuwe set referentiegebouwen te vinden, variërend van een tussenwoning of hoekwoning, tot een appartementengebouw, middelbare school met sporthal en een kantoorgebouw. Ook deze voorbeeldprojecten zijn gebaseerd op wat nu in de markt wordt toegepast.

Warmtepomp en zonnepanelen zijn bepalend

Het aandeel hernieuwbare energie wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdrage van zonnepanelen. Daarnaast is de warmtepomp voor verwarming en/of tapwater bepalend. Het aandeel hernieuwbare energie is sterk afhankelijk van de beschikbare ruimte op daken voor PV-panelen en van het aantal bouwlagen.

Voor een aantal categorieën gebouwen blijkt het nog lastig om aan de BENG-eisen te voldoen, bekent RVO. Dan gaat het om kantoor-, onderwijs- en woongebouwen hoger dan vijf verdiepingen, meerlaagse complexen met studio’s en ziekenhuizen.

Referentiegebouwen slechts indicatief

Referentiegebouwen zijn echter niet representatief voor de gebouwenvoorraad. Grotere en kleine gebouwen hebben andere uitkomsten, blijkt uit berekeningen door bureau DGMR in opdracht van het ministerie van BZK.

Het primaire energiegebruik van woongebouwen neemt toe naarmate het gebruiksoppervlak per woning afneemt. Dit wordt veroorzaakt doordat NEN 7120 uitgaat van een vast minimaal energiegebruik voor tapwater dat bij kleinere woningen gedeeld wordt door een kleiner gebruiksoppervlak.

Het vergroten en verkleinen van de woningen en woongebouwen met 15% leidt bij de woongebouwen voor de energiebehoefte en het primaire energiegebruik tot circa 10-15% lagere respectievelijk hogere resultaten. Bij de grondgebonden woningen is het effect kleiner met 4-8%.

Het aandeel hernieuwbare energie daalt voor een 15% groter kantoor van 30-65% naar 20-45% en voor de woongebouwen van 25-65% naar 10-40%.

Het aandeel hernieuwbare energie is sterk afhankelijk van de hoeveelheid zonnepanelen die geplaatst kan worden op het dak en van het aantal bouwlagen in het gebouw. Bij gebouwen met meerdere bouwlagen wordt de beschikbare opgewekte energie van zonnepanelen verdeeld over de bouwlagen, waardoor het aandeel hernieuwbare energie afneemt. Daarnaast is de aanwezigheid van een warmtepomp voor verwarming en/of tapwater bepalend.

Groot is eenvoudiger dan klein

Bij grotere gebouwen is een lage energiebehoefte eenvoudiger realiseerbaar dan bij kleine gebouwen. Kleine gebouwen hebben een relatief groot verliesoppervlak en daardoor een relatief hoge energiebehoefte voor verwarming. De rekenkundige verdubbeling van een zeer klein kantoor van 50 naar 100 vierkante meter gebruiksoppervlak leidt tot een substantiële verlaging van de energiebehoefte met 20-25% en een verlaging van het primaire energiegebruik van 15-20%.

De positie ten opzichte van opvang van zonlicht heeft een significant effect op zowel de energiebehoefte als het primaire energiegebruik en de productie van hernieuwbare energie. De energiebehoefte kan bij ongunstig gelegen tussenwoningen en galerijflats 20-50% hoger uitpakken en het aandeel primaire energie kan toenemen met 10 respectievelijk 5 kWh per vierkante meter gebruiksoppervlak.

Kostenberekening

Wat worden de meerkosten als het Bouwbesluit op het niveau van BENG-eisen komt te liggen? Daarnaar wordt in 2018 nader onderzoek gedaan. Maar om hier nu al achter te komen, is door een student van de opleiding Kostendeskundige Bouw een rekenmodel voor nieuwbouw ontwikkeld. Daarin is ook de impact van BREEAM-ambitieniveaus op de investerings-, bouw- en exploitatiekosten opgenomen. In dat model is BENG vertaald naar energiebehoefte, energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie (de BENG-criteria).

Het model is ontwikkeld voor utiliteitsgebouwen met gasaansluiting, gasloze utiliteitsgebouwen (all-electric), woningen met gasaansluiting en gasloze woningen.

Het rekenmodel is getest op een referentiekantoor. Zie tabel 2 en 3 voor de kenmerken van het kantoor en tabel 4 voor de meerkosten per BREEAM-categorie.

Oók toegang tot actuele bouwkosten?

Oók toegang tot actuele bouwkosten?

Twee kostenposten springen eruit

Twee kostenposten springen er sterk uit: gezondheid & comfort en energie. Deze zijn het hoogst onder de huidige Bouwbesluitnormen, lager wanneer het comfortniveau wordt gehanteerd en nog weer lager onder de BENG-eisen. Deze resultaten worden voornamelijk bereikt dankzij betere isolatie en hoogwaardiger installaties. Daardoor is sprake van minder energieverlies en minder verbruik. De kosten voor de andere categorieën wijzigen niet of nauwelijks.

Een gebouw op BREEAM-niveau brengt extra kosten met zich mee. De meerkosten van BREEAM nemen echter af naarmate de ambitieniveaus toenemen (zie tabel 5). Het niveau Outstanding behalen op Bouwbesluitniveau, vergt 354 euro per vierkante meter bvo aan meerkosten. Een Outstanding gebouw realiseren op BENG-niveau, kost 199 euro per vierkante meter bvo aan extra BREEAM-investering.

BENG leidt tot hogere investeringen

BENG-eisen brengen echter hogere investeringen met zich mee. Om met BENG op BREEAM-budgetniveau uit te komen, is 257 euro per vierkante meter bvo aan extra aanvangskosten nodig ten opzichte van het Bouwbesluit (€ 1601 – € 1.344). Om met BENG op BREEAM Outstanding uit te komen is 1.800 euro per vierkante meter bvo nodig, tegen 1.698 euro voor BREEAM conform Bouwbesluit.

De grootste meerkostenpost van het referentiegebouw conform Bouwbesluitkwaliteit over een exploitatieperiode van 30 jaar is energie (zie tabel 4). Je praat dan over ruim een miljoen euro, maar deze post loopt in het voorbeeld met ongeveer 50% terug indien het gebouw voldoet aan BENG-eisen plus BREEAM Outstanding (van € 1.014.258 naar € 518.247).

De tweede grote post is “Gezondheid en comfort”. Deze post bedraagt 530.709 euro onder Bouwbesluitniveau en daalt naar 269.949 euro als het gebouw aan BENG-eisen plus BREEAM Outstanding voldoet.

Op www.rvo.nl is meer informatie te vinden over BENG.


Tabel 1

Vastgestelde maximaal toegestane energiebehoefte en minimaal vereist hernieuwbaar energiegebruik voor vier typen gebouwen. Deze eisen worden al regelmatig gerealiseerd, maar gaan voor alle nieuwbouw gelden.

 

Energiebehoefte kWh/m2/jaar Primair energiegebruik kWh/m2/jaar Aandeel hernieuwbare energie in %
Woningen en woongebouwen ≤25 ≤25 ≥50
Utiliteitsgebouwen ≤50 ≤25 ≥50
Onderwijsgebouwen ≤50 ≤26 ≥50
Gezondheidsgebouwen ≤65 ≤120 ≥50

Bron: RvO.nl


Tabel 2

Kenmerken kantoor (M)

 

Vrijstaand
Veelal vrij transparante gevels, alleen vloerranden dicht
Wisselende overstekken langs vloerranden
1200 m2 per bouwlaag, 5 verdiepingen, rechthoekig, ca. 4400 m2 gebruiksoppervlak
18 x 55 meter, verdiepingshoogte 3,50 meter
Twee liften met liftput 1,4 meter en uitloop van 0,2 meter
Alles in één klimatiseringszone
Op begane grond glas tot op de grond en voor de rest van de verdiepingen op een hoogte van 0,9 meter. Glas heeft hoogte van 1,75 meter
Geen extra aftrek voor constructie, uitgangspunt kolommenstructuur
Water+lucht voor verwarming en koeling

Bron: RVO.nl


Tabel 3

Kwaliteitsniveaus Kantoor M

Kantoor M Bouwbesluit Comfort BENG
Kwaliteitsniveau Minimaal Basis Maximaal
Dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2 K/w 4,0/4,5/6,0 m2 K/w 6,0/6,0/7,0 m2 K/w
Open delen U-totaal 1,4 W/m2.K

HR++glas (dubbel)

geen zonwering

0,5-0,9 W/m2.K

HR+++glas (driedubbel)

Zonwerend glas (coating)

0,5-0,9 W/m2.K

HR+++glas (driedubbel)

elektrische zonwering

Infiltratie qv10; spec Minimale kierdichting + vloerrandaansluiting

Qv; 10 forfaitair

Verbeterde kierdichting + vloerrandaansluiting qv;10 tussen 0,3 en 0,6 dm3/s.m2 Zeer goede kierdichting + vloerrandaansluiting toeslag qv;10<0,15 dm3/s.m2
Verwarmingsinstallatie HR-107 ketel HR-107 ketel HR-107 ketel + warmtepomp
Afgiftesysteem HT-radiatoren HT-vloerverwarming LT-vloerverwarming + naverwarmers
Ventilatiesysteem Mechanische balansventilatie met WTW Mechanische balansventilatie met WTW incl. ruimtemeting (CO2) VAV per ruimte en CAV per drie ruimtes Mechanische balansventilatie met WTW incl. ruimtemeting (CO2 + temperatuur) VAV gecombineerd met naverwarmers
Klimaatregelingen Basis, regelinstallatie lucht, verwarming, koeling Uitgebreide regelinstallatie, deels centraal gekoppeld,

GBS ruimteregelingen

Volledige digitale regelinstallatie centraal gekoppeld en programmeerbaar,

GBS ruimteregelingen

Koeling Geen koeling Koeling centraal door luchtbehandelingskasten Koeling centraal door luchtbehandelingskasten
Warmtapwatersysteem Geen boilers Elektrische boilers Elektrische boilers
Verlichting 10 W/m2 TL-verlichting + veegschakeling 10 W/m2 PL-verlichting + veegschakeling 6 W/m2 LED-verlichting + veegschakeling + daglichtregeling
PV-systeem Geen PV-panelen PV-panelen op 50% van het dakoppervlak PV-panelen op 100% van het dakoppervlak

Bron: RVO.nl


Tabel 4

 

Meerkosten/minderkosten per BREEAM-categorie in absolute bedragen (euro’s) over een periode van 30 jaar.

  Bouwbesluit Aangevuld met comfort, zoals regelbaarheid, gebruik BENG
Management 174.498 175.590 176.562
Gezondheid en comfort 530.709 332.330 269.949
Energie 1.014.258 927.609 518.247
Transport 54.603 54.603 54.603
Water 46.846 46.846 46.846
Materialen 145.894 145.894 145.894
Afval 53.209 53.209 53.209
Landgebruik en ecologie 28.036 28.036 28.036
Vervuiling 205.378 205.378 194.391

Bron: “Financieel model voor het berekenen van de meerkosten van BREEAM.”


Tabel 5

Meerkosten BREEAM (euro’s per m2 bvo) ten opzichte van Bouwbesluit, Comfort en BENG.

 

BREEAM-ambities Meerkosten BREEAM t.o.v. Bouwbesluit Meerkostenverschil Meerkosten BREEAM t.o.v. Comfortniveau Meerkostenverschil Meerkosten BREEAM t.o.v. BENG Meerkostenverschil
Budget 1344 1492 1601
Pass 1482 138 1580 88 1674 73
Good 1564 220 1669 177 1706 105
Very good 1611 267 1710 218 1733 132
Excellent 1639 295 1739 247 1752 151
Outstanding 1698 354 1789 297 1800 199

Bron: “Financieel model voor het berekenen van de meerkosten van BREEAM.”

Reageer op dit artikel