nieuws

Simon Wijte is nog lang niet klaar met de breedplaatvloeren (en de rest van Nederland ook niet)

bouwbreed Premium 4730

Simon Wijte is nog lang niet klaar met de breedplaatvloeren (en de rest van Nederland ook niet)

Hij is de onbetwiste spin in het web van de breedplaatvloeren. Als directeur bij Hageman, hoogleraar, voorzitter van normcommissies en adviseur van het ministerie komen alle lijnen uit bij Simon Wijte. Maar verwijt hem niet dat het allemaal te lang duurt. “We zijn nog maar net begonnen en hebben zeker een jaar nodig voor de breedplaatvloeren.”

Hij heeft er een onstuimig half jaar opzitten. En de hectiek is nog lang niet voorbij. Simon Wijte leidde het onderzoek naar de oorzaak van de instorting van de parkeergarage in Eindhoven toen hem gaandeweg duidelijk werd dat het probleem veel groter was dan dat ene bouwwerk. Hoewel hij nog geen brokstuk had kunnen onderzoeken – dat was te gevaarlijk –  sloeg hij groot alarm.

U heeft heel wat teweeg gebracht met uw onderzoeksrapport.
“Ik heb altijd geprobeerd het probleem niet te groot te maken. Maar er is op 27 mei vorig jaar iets gebeurd dat je niet kunt ontkennen en dat ons de ogen geopend heeft. De consequenties ervan reiken veel verder dan die parkeergarage bij Eindhoven Airport . De conclusie die TNO en wij trokken zijn eigenlijk nauwelijks weersproken.”

Die conclusie kwam uw opdrachtgever BAM natuurlijk heel goed uit.
“Ik weet niet of je het rapport goed gelezen hebt, maar er staat nogal wat in dat niet voor hen pleit. De stempels werden al bij een lage druksterkte van het beton tijdelijk ontlast. En de dwarskrachtcapaciteit van de vloer was daarbij op het randje, pons zorgde voor veel scheurvorming. Maar bij de proeven in het laboratorium bleek de vloer ter plaatse van de voeg tussen twee breedplaten het kritieke detail waarop de constructie bezweek. Dat was na het testen van zeven proefstukken overduideduidelijk. We hadden toen nog drie proefstukken over waarmee we maar andere dingen zijn gaan doen. Die conclusie is niet naar de opdrachtgever toegeschreven.”

Heeft u sowieso niet teveel petten op in de hele discussie?
“Volgens mij is het overal dezelfde pet: die van de ingenieur die op zoek is naar hoe dingen precies werken. Zij het in verschillende rollen. Bij Adviesbureau Hageman willen we bewust klein blijven omdat we hier allemaal als techneuten met de technische inhoud bezig willen zijn en geen zin hebben om de hele dag te vergaderen en te managen. Behalve directeur bij Hageman, ben ik hoogleraar betonconstructies bij de TU in Eindhoven. Een derde rol is die van voorzitter van NEN-commissie TGB Betonconstructies. En tot slot ben ik lid van een werkgroep die het ministerie adviseert over de breedplaatvloeren. Daar zitten alle betrokken partijen aan tafel: bouwtoezicht, aannemers, constructeurs, beton-industrie en grote opdrachtgevers zoals de overheid zelf.

Waar was u eigenlijk in de vroege avond van 27 mei?
“Ik was met mijn vrouw bij een concert van Eddie Vedder in Amsterdam. Het was een indrukwekkend concert, dus het drong pas laat tot mij door dat er in Eindhoven een parkeergarage was ingestort. Toen ik thuis kwam zag ik de eerste beelden die collega’s geappt hadden. Op zondag drong de ernst van de situatie pas goed door.”

Stond u niet meteen op scherp? Een instorting van deze omvang komt toch niet zo vaak voor in Nederland?
“Het zorgelijke vind ik juist dat dit soort calamiteiten steeds vaker plaatsvindt. Dat heb ik ook doorgegeven aan de onderzoekers van de OvV. De balkonramp in Maastricht, de toneeltoren Hoorn, Bos en Lommerplein, B-tower, het hijsongeval in Alphen, het winkelpand in Den Bosch, het dak van Grolsch Veste en vorige week een woonhuis in Venlo. De instortingen lijken elkaar steeds sneller op te volgen. Veel sneller dan 30 tot 40 jaar geleden. Ik hoop dat de OVV daar in zijn onderzoek ook op ingaat.”

U zag natuurlijk meteen wat er aan de hand was: geen enkele hechting tussen het ter plaatse gestorte beton en de breedplaat. Er stonden haarscherpe afdrukken van de bollen in de spiegelgladde toplaag van de onderschil.
“Ik heb in mijn carrière bij Hageman wel geleerd niet te snel conclusies te trekken. Het was ook helemaal niet zo eenduidig. Rechts van het ingestorte gedeelte van de parkeergarage was op de begane grond een hoekkolom weggeslagen, maar bleef de vloer keurig hangen. Dus daar was de vloer wel in staat goed te functioneren. Weet je nog waarmee alle kranten, inclusief Cobouw, openden na de balkonramp in Maastricht? Dat het lag aan de bevestiging met Isokorven. Het bleek uiteindelijk om iets heel anders te gaan. Je moet niet te snel oordelen.”

Maar de onderzoeken naar Eindhoven en de breedplaatvloeren duren allemaal wel heel lang.
“Noem mij eens een onderzoek waarbij experimenteel onderzoek is uitgevoerd en dat zo snel tot een conclusie is gekomen. Toen we als Hageman werden gevraagd voor het onderzoek was mijn eerste reactie: we gaan niet rapporteren voordat we de brokstukken in handen hebben gehad en hebben kunnen bestuderen. Om allerlei hele goede redenen hebben we ons daar niet aan kunnen houden. De conclusies van het onderzoek waren ook belangrijk voor andere constructies. Pas nu kunnen we tussen de brokstukken kijken.

Was dat experimenteel onderzoek echt nodig?
“Het beoordelen van de capaciteit van het detail op basis van de huidige rekenregels is lastig. Toen duidelijk was dat er was ontkist bij een relatief lage druksterkte, hebben we meteen besloten proefstukken te gaan maken. Die zijn we gaan beproeven in het laboratorium van de TU/e. De conclusie was na de tests op zeven proefstukken wel duidelijk. Toen was ook duidelijk dat het probleem groter was dan die ene parkeergarage. Sneller kon echt niet. Maar we zijn er inderdaad nog niet. We staan nog maar aan het begin van het oplossen van het breedplaatvloerenprobleem. Het onderzoek loopt zeker dit jaar nog door.”

Hier spreekt vooral de wetenschapper, de hoogleraar, die alles tot drie cijfers achter de komma wil weten. Voor de bouwpraktijk is dat nauwelijks relevant.
“Je moet natuurlijk altijd zo robuust ontwerpen en bouwen dat het niet op de gevoeligheid van dergelijke details aankomt. Of een gebouw overeind blijft staan mag niet afhangen van het enkele feit of een breedplaat is opgeruwd of voorbevochtigd, dat de tralieligger net een paar centimeter verder doorloopt bij de voeg of dat de betonsamenstelling die dag net iets afwijkt. Maar we moeten wel de invloed van al de factoren kennen die mogelijk een rol spelen. Dat is nodig om te weten hoe je dan wel veilig moet bouwen en om een uitspraak te kunnen doen over de constructieve veiligheid van de vervaardigde constructies. De breedplaatvloer is ooit bedacht om van wand tot wand op te leggen, daarna zijn we hem ook gaan toepassen op kolommen of puntvormige ondersteuningen en zijn we de overspanningen geleidelijk op gaan voeren. Ook zijn we gaan sleutelen aan de betonreceptuur en is de bovenzijde van de breedplaten blijkbaar glad geworden. Zo is er steeds wat veranderd. Het is echt tijd om goed achterom te kijken wat er gebeurd is en hoe we verantwoord verder kunnen bouwen.”

Beperkt het probleem zich tot de Nederlandse betonsector?
“Nee hoor. De bollenvloer is per slot van rekening een Deense vinding. Puntvormig ondersteunde breedplaatvloeren worden in meer landen toegepast. Maar in Nederland zijn we misschien wel geneigd net een stap verder te gaan en grenzen op te zoeken. Ik heb onze bevindingen in internationale commissies gedeeld en daar reageerde men geschrokken. De Duitsers lieten weten dat ze altijd al uitgingen van het ontbreken van hechting tussen zelfverdichtend beton en normaal grindbeton. Maar daar hanteren ze sowieso andere uitgangspunten. Zij gaan er bijvoorbeeld in hun modellen voor metselwerk vanuit dat mortel en bakstenen helemaal niet hechten. Dat maakt discussies en vergelijkingen lastiger. Uit andere landen heb ik nog geen diepgaandere reacties gehad. Onze rapportage is vooralsnog in het Nederlands. Dat maakt het lastiger voor buitenlanders te doorgronden wat er precies aan de hand is.”

Hoe komt het dat er vooral projecten met BubbleDeck vloeren zijn onderzocht en gesloten? Waarom gaan de concurrenten vrijuit?
“Het heeft te maken met de detaillering en het materiaalgebruik. In het stappenplan wordt de aandacht vooral gelegd op breedplaten die vervaardigd zijn van zelfverdichtend beton. Naast BubbleDeck zijn er niet veel leveranciers die deze platen gebruiken bij puntvormig ondersteunde breedplaatvloeren.”

De versterkingsmethode die nu lijkt uitverkoren, grote series ankers die dwars door de vloer, blinkt niet uit in elegantie. Eerder een paardenmiddel.
“Met de drie platen die we over hadden van het experiment zijn we ook versterkingsmethoden gaan onderzoeken. De eerste was die waarbij draadeinden door en door werden aangebracht. Daarna zijn we dit gaan verfijnen met lijmankers. Met ankers door en door bestaat inderdaad het gevaar dat je de bovenwapening en eventuele leidingen doorboort. Misschien loont het juist wel om de ankers dwars door de ballen aan te brengen in plaats van ernaast. Dan gaat het boren ook veel sneller. Maar dat moeten we nog onderzoeken. In het oplijmen van bijvoorbeeld koolstofwapening zonder verdere verankering geloof ik zelf niet zo, maar je weet het nooit. Ik laat me graag verrassen als iemand daar iets slims voor bedenkt. Met de werkgroep van het ministerie laten we dat over aan de markt. Die blijkt vaak heel creatief.”

 


 

(Foto’s : Suzanne van de Kerk)

Simon Wijte

Als zoon van een aannemer leerde Simon Wijte al op jonge leeftijd beton maken: “Een verhouding van 1:2:3 en van het goedkoopste het meest.” Tijdens zijn studie in Eindhoven leerde hij dat het meestal toch iets anders gaat. Na zijn afstuderen in 1989 als constructief ontwerper trad hij in dienst bij Adviesbureau Hageman in Rijswijk. In 2004 werd hij lid van de directie. Gaandeweg trad hij toe tot steeds meer nationale en internationale normcommissies op het gebied van beton- en steenconstructies. Sinds 2014 is hij een dag per week hoogleraar aan de TU Eindhoven.

Reageer op dit artikel