nieuws

Maaiveld | Eigentijds ontwerp met respect voor authentieke frietkot

bouwbreed 515

Maaiveld | Eigentijds ontwerp met respect voor authentieke frietkot

Misschien worden ze wel net zo iconisch voor Brussel als de rode telefooncellen ooit waren voor Londen. Architect Mo Vandenberghe tekende met Studio Moto het nieuwe ontwerp voor de Brusselse frietkoten.

Een hele eer om de frietkoten voor de hoofdstad te ontwerpen.

“Vooral een intrigerende opdracht, tussen het grootschaliger, meer industriële ontwerpwerk door. “

Het frietkot is toch Belgisch nationale trots

“Ik ken het cliché: Belgen houden van bier, chocola en de frietkotcultuur.”

Klopt dat niet dan?

“Tot op zekere hoogte. Maar je moet ook eerlijk zijn, veel van die zogenaamd wereldberoemde frietkoten waar sommigen lyrisch over doen, zijn gammele bouwwerken die het straatbeeld ontsieren.”

Ze zijn vies en ze stinken.

“Sommigen voldoen niet aan de moderne hygiënische eisen en zijn nauwelijks geschikt om  in te werken.”

Jullie moesten opboksen tegen veel weerstand van de branche?

“Niet zozeer bij de bond van frituristen de Navefri. Die had samen met de gemeente de ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Maar de uitbaters zagen niets in een standaarkot.”

Waar waren ze bang voor?

“Ze vreesden dat er van die echte architecten-bouwsels uit zouden komen. Gebouwtjes die er misschien leuk uitzien, maar waarin ze niet kunnen werken.”

Daarom hebben jullie het simpel gehouden.

“Ons recht toe recht aan ontwerp sluit aan bij het traditionele frietkot. En toch geeft het er een twist aan. Met de spiegelende panelen, de iconische lichtgevende letters bovenop, de nis in de voorkant, de luifel. Het past in de traditie en is toch net anders.”

Is dat kenmerkend voor het werk van studio moto?

“We zijn niet van de spektakel-architectuur maar proberen alledaagse ontwerpen met subtiele accenten iets spannends te geven.”

Straks worden de Brusselaren gek van al die spiegelende aluminium panelen.

“Die koten worden op heel verschillende plekken neergezet. Op deze manier zijn ze niet te dominant en passen zich aan elke omgeving aan. Uniform en toch hebben ze allemaal iets eigens, door die letters en de kleur tegeltjes binnenin die overal anders is.”

Zelf een hartstochtelijk frietliefhebber?

“Wekelijks haal ik wel een puntzak”.

Als jullie kot echt een succes wordt, worden jullie vast benoemd tot groot-officier in de orde van de gulden puntzak.

“Ze maken een mooi circus van de frietkotcultuur bij de Navefri. Hun PR is uitstekend. Maar laat òns nu eerst maar eens die tien koten in Brussel neerzetten.”

Reageer op dit artikel