nieuws

Bouw moet met tijd mee: als je afwacht, ga je Kodak achterna

bouwbreed 5375

Bouw moet met tijd mee: als je afwacht, ga je Kodak achterna

Slimme huizen en infrastructuur, 3D-printers, drones, big data, virtual reality, smart cities, solar wijken, alternatieve brandstoffen, biotechnologie, robotisering, zelfdenkend cement en geothermische verwarming. Het is nog maar een greep uit de ontwikkelingen die de bouwsector te wachten staat, volgens trendwatchers Marcel Bullinga en Richard van Hooijdonk.

TRENDWATCHER EN FUTURIST RICHARD VAN HOOIJDONK: “De bouw van de toekomst is datagestuurd. Big data worden gegenereerd door sensoren, camera’s en lasertechnologie”, voorspelt Van Hooijdonk. Denk bijvoorbeeld aan drones die bouwplaatsen inspecteren om na te gaan wanneer en waar onderhoud nodig is. “Data is the new oil.” Maar ook bij het ontwerp en de bouw zijn data leidend. Die ontwikkeling gaat Van Hooijdonk veel te langzaam. Bij het slimme woonhuis dat hij zelf laat bouwen, kunnen zijn architect en aannemer zijn tempo niet echt bijbenen. Het zijn ongetwijfeld ook nog ongebruikelijke wensen die ze krijgen. Zo wil de futurist dat de installaties in zijn huis kunnen communiceren met de twee chips die hij heeft laten implanteren in zijn lichaam.

Richard van Hooijdonck: “Bouwbedrijven moeten begrijpen dat de wereld verandert”. (Foto: Erik van der Burgt)

En de bouwrobot komt eraan. In combinatie met de 3D-printer betekent dat dat er steeds minder werk overblijft voor de bouwvakker. “Robots nemen alle herhalende taken over en dat zijn er heel veel, zoals verven, muren bouwen, asfalteren.” Die technologie is ook nodig, denkt hij, om de  grote vraag naar woonruimte door de nog steeds groeiende wereldbevolking op te kunnen vangen.

Wie denkt ‘het zal mijn tijd wel duren’, komt bedrogen uit, waarschuwt Van Hooijdonk. “De ontwikkelingen gaan zo snel dat je er als bouwer bij moet zijn. Als je afwacht, ga je Kodak achterna.” En hoe het met Kodak afliep, is geschiedenis. Het succesvolle fotoconcern bleef te lang hangen in de productie van filmrolletjes en chemicaliën en miste de slag om de digitale fotografie. Na het faillissement maakte het bedrijf een doorstart en sloeg een andere richting in.

‘Onbegrijpelijk dat de bouw daar zo weinig mee bezig is’

Maar Van Hooijdonk twijfelt sowieso of de bouwsector het zal redden. “Het gaat zo snel dat de vraag is of ze niet binnen vijf jaar wordt ingehaald door andere partijen, zoals Google of Amazon. Wie is leading, de ouderwetse bouwers of de technologiebedrijven?”Maar wie zich niet uit de markt wil laten prijzen, moet de koers wel tijdig bijstellen. Onbegrijpelijk vindt Van Hooijdonk het dat de bouw daar in zijn ogen nog zo weinig mee bezig is. “Ik adviseer dat grote  mastodonten gaan samenwerken met start ups of startups overnemen. Er moet grof worden geïnvesteerd in het ontdekken van de toekomst. Nu gebeurt dat alleen ad hoc.”

Nadenken en investeren in de toekomst zou volgens de futurist een structureel onderdeel van de bedrijfsvoering moeten zijn en geen wanhoopspoging om een faillissement af te wenden. “Ieder bouwbedrijf wordt een technologiebedrijf. Bouwbedrijven moeten begrijpen dat de wereld verandert. Dat is moeilijk, want het gaat heel hard. Maar ik verwijt raden van bestuur en directies dat ze bedrijven creëren die hun ondergang  tegemoet gaan.”

Grote bedrijven hebben dan ook nog eens als  nadeel dat ze zo log zijn, meent Van Hooijdonk. Ze willen het liefst wachten tot er een sluitende businesscase is voordat ze een nieuwe richting kiezen. Dat gaat volgens hem veel te traag. “Grote bedrijven zijn bijna niet te veranderen. Hak je bedrijf daarom in stukjes en laat ze autonoom opereren.  Je moet een kleine wendbare organisatie hebben met ruimte om te experimenteren in futurelabs en om autonoom te kunnen beslissen.”

‘Begin gewoon bij de ontwikkelingen waarvan je nu al met vrij grote zekerheid kunt zien dat ze bepalend’

Toekomstscenario’s moeten in zijn ogen de basis zijn voor die experimenten. “Benoem een chief future officer en laat die volop bezig zijn met toekomstscenario’s om een bepaalde mate van zekerheid te stellen”, adviseert Van Hooijdonk.  Begin gewoon bij de ontwikkelingen waarvan je nu al met vrij grote zekerheid kunt zien dat ze bepalend worden, zoals 3D-printen, robots, slimme huizen en slimme infrastructuur, zonne-energie en biobased materialen en probeer de lijn door te trekken. Doe dat eventueel samen met andere partijen  binnen of buiten de branche waarmee je te maken hebt. En vooral: maak meerdere scenario’s. “Eén scenario, is geen  scenario.”

Om de nieuwe generatie bouwers voor te bereiden op de snel veranderende toekomst is Van Hooijdonk samen de branche bezig met het opzetten van een nieuwe opleiding. Hij wil nog geen namen noemen van de andere betrokken partijen. In die opleiding draait het onder meer om nieuwe vakkennis op het gebied van onder meer datascience, robotica, biotechnologie en drones. Die kennis kan vervolgens in de praktijk  beproefd worden in labs. En er zal samengewerkt worden met innovatieve startups. De behoefte aan zo’n opleiding is groot, verwacht Van Hooijdonk. “De bouwer van de toekomst moet nieuwe skills leren die passen bij de wereld van morgen. We weten niet precies waar het naartoe gaat, maar we moeten er wel klaar voor zijn. Ik wens onze bouwbedrijven geen Kodak-scenario.”

FUTURIST EN TRENDWATCHER MARCEL BULLINGA: “Denk niet, het valt wel mee, want het valt niet mee.” Dat zijn gehoor moeite heeft om zich voor te stellen dat de trends die Bullinga ziet ook echt werkelijkheid worden, is voor hem niet nieuw. Toen hij zo’n acht jaar geleden een groep CEO’s uit de bouw tijdens een lezing voorhield dat de 3D-printer  eraan kwam, lachten ze hem uit. Bullinga: “Het stond ver van hun bed. Ze vonden het niet reëel voor de bouw. Dat is nu  onbestaanbaar.”

Marcel Bullinga: “De baksteen is niet slim genoeg.” (Foto: Martin Mooij)

De 3D- en aansluitend 4D- en 5D-printers worden de komende jaren gemeengoed in een sector die een steeds industriëler karakter krijgt. De printers kunnen steeds complexere materialen maken en ze kunnen grotere oppervlaktes aan. Tegelijkertijd worden de enorme apparaten kleiner. Bullinga voorziet dat zwermen vliegende robots ingezet zullen worden om gebouwen in elkaar te zetten. “Dat maakt het hele proces makkelijker, want zo’n zwerm robots kan overal komen.”  Assembleren van prefabelementen, zoals nu al volop  gebeurt, is hooguit een stap in de goede richting, maar die fase ziet Bullinga weer snel verdwijnen. “Het is een voorstap, maar assembleren daar moet je vanaf. Het is te klein, je moet in een abstractieniveau hoger denken.”

Materialen worden slimmer, duurzamer en multifunctioneler. Geluksmaterialen, noemt Bullinga ze: ze sensoren hun omgeving en ze hebben extra functies. Ze genereren energie, fungeren als beeldscherm en kunnen 3D-geprint worden. Ook (geluks)huizen worden multifunctioneler: makkelijk aan te passen, volledig zelfvoorzienend en de tiny houses worden op afstand bestuurbaar. Die ontwikkeling gaat ten koste van de baksteen, voorspelt Bullinga, want die gaat verdwijnen. “De baksteen is niet slim genoeg.” Ook het ambachtelijke handwerk zal grotendeels verdwijnen en daarmee worden beroepen als metselaar en timmerman vrijwel overbodig. “Het wordt een hightechsector of ze nu willen of niet. Ik denk dat alleen de restauratiesector nog een kleine niche blijft.”

Vraag is of het realiseren van huizen nog wel door aannemers gedaan zal worden

Gezien de veranderingen in productieproces en materialen is het volgens Bullinga beter om over maakindustrie te praten dan over bouwindustrie. Daar komt nog eens bij dat het maar de vraag is of het realiseren van huizen en gebouwen nog wel door aannemers gedaan zal worden. “De aannemer gaat eruit als de goede man alleen maar kosten oplevert en geen waarde toevoegt.”

Taken als coördinatie en inkoop van materialen kunnen in de ogen van Bullinga met de komst van steeds meer handige tools prima overgenomen worden door andere – flexibelere – spelers, zoals zzp’ers in wisselende samen stellingen. Maar de concurrentie komt ook uit een andere hoek. Het ligt voor de hand dat producenten van bouw materialen zelf ook gebouwen gaan neerzetten en de aannemer niet meer nodig hebben als schakel in de bouw keten, denkt Bullinga. Dat doen ze dan met minder mensen en meer robots. “Het aantal beroepsbeoefenaren wordt kleiner, maar het bereik wordt groter door robots.”

Is het tij nog te keren voor de klassieke aannemers? Bullinga heeft zijn twijfels. “De bouw loopt keihard achter en ik zie weinig lerend vermogen.” Niettemin heeft hij wel een aantal adviezen voor bouwbedrijven die willen anticiperen op de ontwikkelingen die hij schetst. Laat jongeren eens met een kritische blik naar je bedrijf kijken en vraag ze hoe processen beter kunnen. Of beter nog: ga samenwerken met jonge en slimme ondernemers. “Vers bloed heeft nog een frisse blik.”

‘Als zowel bedrijven als opleidingen niet futureproof zijn, dan schiet het niet op’

Wat meer op productniveau adviseert Bullinga bouwbedrijven om snel met goede en betaalbare oplossingen te  komen om huizen energieneutraal te krijgen. Off grid-boxen, noemt hij ze. “Zorg dat je een transformatiepakketje hebt van 10.000 euro. Maak gebruik van alle nieuwe technieken, zodat het kan voor 10.000 euro.” Daarnaast is het goed om als bedrijf, collectief van bedrijven of branche zelf in je opleiding te voorzien, aangezien veel onderwijsinstellingen nieuwe  ontwikkelingen niet snel oppikken. Bullinga: “Als zowel bedrijven als opleidingen niet futureproof zijn, dan schiet het niet op.”

Reageer op dit artikel