nieuws

Sharon Gesthuizen: ‘Tijd voor nieuw kabinet dat durft te kiezen’

bouwbreed 3295

Sharon Gesthuizen: ‘Tijd voor nieuw kabinet dat durft te kiezen’

De politiek heeft het mkb de afgelopen jaren flink in de kou laten staan. Of het nu gaat om loondoorbetaling bij ziekte, de ‘oneerlijke concurrentie door zzp’ers, payrollbedrijven en andere arbeidsbemiddelaars’ of de reparatie van de Aanbestedingswet: alle hete aardappels zijn doorgeschoven. Hoogste tijd dat een nieuw kabinet daar iets aan doet, vindt Sharon Gesthuizen, de eerste voorzitter van stichting AFNL-NOA. Interview met een doorbijter.

Een vrouw én voormalig SP-Kamerlid als voorzitter van een werkgeversclub in een typische mannenwereld: dat lijkt opzienbarend. Toch is het niet zó verrassend. Als parlementariër was Sharon Gesthuizen (41) altijd al zeer actief op het gebied van economische zaken. Mede omdat de partij in haar ogen te weinig aandacht had voor het kleinbedrijf schreef ze in 2010 Hart voor de Zaak, de SP-visie op ondernemen. Bovendien was ze, voordat ze in de politiek belandde – eerst in de gemeentepolitiek, vanaf 2006 in de Tweede Kamer –, zelf zelfstandig ondernemer in videoproducties.

Én ze heeft naar eigen zeggen affectie met de bouw. Gesthuizen maakt zelf ook graag dingen. Ze volgde een aantal jaren de kunstacademie en mag graag beeldhouwen. “Voor echte vaklieden die een ambacht beheersen en daar trots op zijn, heb ik veel respect.” Daarnaast laat ze zich niet zomaar omver blazen. In de Kamer stond ze bekend vanwege haar pitbull-mentaliteit.

Voor AFNL-NOA, de stichting die de belangen behartigt van Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL) en de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA), voldoende reden om Gesthuizen per 1 juni dit jaar te benoemen tot haar eerste voorzitter. Ook in die rol wil ze blijven bijten. “Dat moet wel,” spreekt ze uit ervaring. “Een Kamerlid wordt overspoeld met ideeën en voorstellen. Als je wilt dat ze naar je luisteren, moet je ervoor zorgen dat je je plannen tussen hun oren krijgt. Je moet gevoel voor de marathon hebben. Dat krijg je alleen door goed te trainen, door je dossiers te beheersen.”
Hoe gaat Gesthuizen de belangen van AFNL-NOA-achterban behartigen? Waar liggen de prioriteiten? En wordt het niet tijd dat AFNL en NOA de banden met grote broer Bouwend Nederland eindelijk eens aanhalen? Een pittig gesprek met een pittige dame.

Loondoorbetaling op één

Wat betreft die speerpunten: daarover is Gesthuizen helder. Met stip op één staat het twee jaar doorbetalen van werknemers bij ziekte. Als het aan de kersverse voorzitter ligt, zet het nieuwe kabinet daar zo snel mogelijk het mes in. “Dit treft in feite alle ondernemers in het mkb en dan met name de kleinere, maar de bouw wordt extra zwaar getroffen. Dat komt omdat de sector nu eenmaal relatief veel zware beroepen kent. Grote bedrijven kunnen dat nog redelijk opvangen, voor kleinere is dat niet op te brengen.”

Sharon Gesthuizen

Sharon Gesthuizen… het mes in doorbetalen bij ziekte

Volgens Gesthuizen is dit slecht voor de sector en voor de gehele economie. “Onze ondernemers zouden het liefst 80 procent mensen in vaste dienst hebben en een flexibele schil van zo’n 20 procent. Zo’n grote vaste kern staat garant voor kwaliteit en continuïteit; je wilt goed werk afleveren en dat kan alleen als je altijd over de juiste mensen kunt beschikken. Maar door de crisis ligt die verhouding bij veel bedrijven inmiddels andersom. Nu het weer wat beter gaat, willen die bedrijven maar al te graag weer meer mensen in dienst nemen. De loondoorbetaling en de hoge transitievergoedingen staan dit in de weg.

Halvering van de loondoorbetaling tot één jaar zou de pijn volgens de voorzitter al een stuk verzachten. Voor het tweede jaar zouden bedrijven zich dan naar bedrijfsgrootte collectief kunnen verzekeren. Gesthuizen weet dat grote aannemers niet op collectieve regelingen zitten te wachten; die hebben dikwijls intern vervangend werk of ergens een potje voor alternatieven – verzekeren, het inhuren van een reïntegratiebedrijf, naar de rechter. Door de collectiviteit te koppelen aan de bedrijfsomvang, denkt ze ook deze bedrijven mee te krijgen.

Oneerlijke concurrentie van zzp’ers

Minstens zo prangend vindt ze de oneerlijke concurrentie van zzp’ers, payrollbedrijven en buitenlandse arbeidsbemiddelaars. “De Wet aanpak schijnconstructies was een stap in de goede richting, maar door de wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) worden die verbeteringen weer grotendeels teniet gedaan.”

Wat ís precies de definitie van zzp’er? Is het een ondernemer of een werknemer? Die vragen zou de politiek nu eindelijk eens duidelijk moeten beantwoorden, meent Gesthuizen. AFNL en NOA hameren er al jaren op: alleen echte zzp’ers (ondernemers zonder personeel) komen in aanmerking voor ondernemersfaciliteiten. Schijnzelfstandigheid moet hard en effectief worden aangepakt en er moeten voor zzp’ers fatsoenlijke verzekeringsmogelijkheden voor pensioen en arbeidsongeschiktheid komen.

Maar de meeste zzp’ers verzekeren zich niet; ze kunnen het eenvoudig niet betalen. Daardoor zijn ze goedkoper. Dat is volgens de voorzitter niet alleen oneerlijk ten opzichte van echte ondernemers, maar kan ook rampzalig uit­pakken voor diezelfde zzp’ers. “Dan spreekt misschien mijn SP-hart, maar als zo iemand arbeidsongeschikt wordt, is dat een persoonlijk drama. Dat moeten we niet willen.”

Fatsoenlijk betalen

Blijft de vraag waar zzp’ers het geld vandaan moeten halen voor een pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekering. Volgens Gesthuizen ligt daar een belangrijke rol voor de opdrachtgevers. Die moeten goed budgetteren en fatsoenlijk betalen. Dat geldt ook voor de overheid. “Veel opdrachtgevers hanteren nog steeds het laagsteprijsbeleid. Dat is kwalijk en uiteindelijk ook niet in hun eigen belang; het leidt tot meerkosten of slecht werk. Daar is niemand bij gebaat.” De voorzitter pleit daarom voor een cultuuromslag. “We moeten af van het idee: er zit nog wel rek in de prijs, het moet voor steeds minder. Een goede vakman kost nu eenmaal geld.”

Een ander speerpunt waar Gesthuizen zich in haar nieuwe rol hard voor gaat maken is aanpassing van de Aanbestedingswet. Met name het zogeheten clusteren is AFNL en NOA al jaren een doorn in het oog. Clusteren maakt het de overheid mogelijk om opdrachten voor verschillende werkzaamheden als één opdracht aan te bieden. Dat is voor de opdrachtgever vaak goedkoper. Sinds de invoering van de wet in 2012 is onnodig clusteren officieel verboden. Maar het verbod wordt regelmatig ontdoken, waardoor mkb-bedrijven dikwijls te klein zijn om voor de opdracht in aanmerking te komen.

Doorwerken bijna onmogelijk

En dan is er nog die andere pensioenkwestie, die voor zware beroepen als schilder, stukadoor en dakdekker. Beroepen die in de bouw relatief sterk zijn vertegenwoordigd en waarvoor doorwerken tot je 67ste in de praktijk bijna onmogelijk is. Ook daarvoor moet volgens Gesthuizen snel een oplossing komen, in de vorm van vervroeging van de pensioenleeftijd. Maar de politiek wil daar vooralsnog niet aan. Gevolg: veel mensen met zware beroepen worden (ver) voor hun pensioen arbeidsongeschikt. Met als bijkomend nadeel dat er nauwelijks meer mkb-bedrijven zijn die nog ouders stukadoors en dakdekkers in dienst durven nemen.

Sharon Gesthuizen

Doorwerken is bijna onmogelijk geworden, ziet de voorzitter van AFNL-NOA

Afgezien van deze hete hangijzers wil Gesthuizen ook sturen op meer samenwerking; met opdrachtgevers, onderling, maar ook met kennisinstituten en scholen. Dat laatste is met het oog op de dreigende personeelstekorten in de bouw essentieel. De belangstelling voor vakopleidingen staat onder druk. Enerzijds omdat ouders hun kinderen liever naar het algemeen onderwijs sturen, anderzijds omdat er eenvoudig steeds minder opleidingen zijn. “Jongeren die naar een vmbo of mbo willen kunnen vaak al niet eens meer in hun eigen regio terecht. Daar moet links of rechtsom iets aan gebeuren.”

Stroeve relatie met Bouwend Nederland

Meer samenwerken: geldt dat ook voor de soms wat stroeve relatie met ‘grote broer’ Bouwend Nederland? Als het gaat over zzp’ers of de Wet kwaliteitsborging zitten beide brancheorganisaties bijvoorbeeld niet op een lijn. Wordt het naar analogie van VNO-NCW en MKB-Nederland geen tijd voor een gezamenlijk bedrijfsbureau?

Resoluut: “Ik moet nog zien of de samenwerking tussen VNO NCW en MKB Nederland echt duurzaam is. Binnen de bouw liggen de belangen van grote en kleine bouwbedrijven nu eenmaal niet altijd op een lijn. Grote aannemers zijn ook vaak onze opdrachtgevers; dan zit je anders in de wedstrijd. Maar maak je niet ongerust. De samenwerking is uitstekend. Ik heb net een afspraak gemaakt met Maxime Verhagen om na mijn vakantie samen een kop koffie te drinken.”

Mkb-toets stap in goede richting

Hopelijk voor Gesthuizen en haar achterban is er tegen die tijd ook zicht op een nieuwe regering. De vorige kabinetten schitterden in haar ogen te vaak door goedbedoelde wetgeving die verkeerd uitpakte. De eerder dit jaar door het kabinet en parlement geaccordeerde mkb-toets die nieuwe wetgeving moet toetsen op mogelijke negatieve effecten voor het mkb, vindt ze een stap in de goede richting. Maar, benadrukt ze, minstens zo belangrijk is dat ‘missers’ in bestaande wetgeving worden gecorrigeerd.

“We hebben de afgelopen jaren veel tijd besteed aan de financiële crisis, migratie en integratie. Mede door de scherpe tegenstellingen binnen de coalitie over deze kwesties is er in de polder te veel ondergesneeuwd geraakt. Wat we nodig hebben is een stabiel kabinet dat durft te kiezen.”

Tekst: Jan Smit
Foto’s: Renée Frinking
Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels