nieuws

Op losse steentjes

bouwbreed 30

Op losse steentjes

In heipalenland Nederland is de grindpaal veroordeeld tot een bestaan in de marge. Daar zou wel eens verandering in kunnen komen nu Keller de kolommen maakt met gerecycled betongranulaat.

Bijna ‘tweehonderd cirkels tekenen zich af op het maaiveld. Ze verraden de aanwezigheid van evenzovele grindpalen in de bodem van deze bouwput aan de oostkant van Emme n. Kolommen van rond 800 millimeter, die uit niets anders bestaan dan losse steentjes. Daarmee overbrugt Keller een 3 meter dikke leemlaag. Verdicht met trilnaalden kunnen de kolommen stuk voor stuk een belasting aan van 300 kN. Door de brede palen zijn de inklemmings- en de veldmomenten kleiner dan gebruikelijk en kan de betonvloer die erop rust een stuk dunner worden uitgevoerd. Er hoeven ook geen balken onder, want de grond tussen de palen is door de intensieve verdichting ook nog eens opgespannen. Per saldo resteert volgens Richard Looij van Keller een constructie die voordeliger is dan menig onderheide vloer. “En omdat er geen druppel mortel en dus geen korrel cement is toegepast, is de CO 2-voetafdruk ook nog eens laag.”

Dat milieuvoordeel was er natuurlijk altijd al, benadrukt Looij, die leiding geeft aan de Nederlandse vestiging van Keller in Alphen. “Maar voor deze nieuwe bedrijfshal in Emmen zijn we een stap verder gegaan door gerecycled betongranulaat toe te passen. Dat is een primeur. We hebben sloopafval ingezet als bouwmateriaal waardoor het milieuprofiel nog gunstiger uitpakt.”

Hij kan nog geen levenscyclusanalyses overleggen waarmee hij dat kan kwantificeren. Maar dat het om significante voordelen gaat, voelt iedereen volgens Looij wel aan. Er zijn geen primaire grondstoffen meer nodig om een draagkrachtige fundering te maken. Looij hoopt dat deze innovatie een impuls kan geven aan de toepassing van grindkernen in Nederland. Want gek genoeg vlot dat nog altijd niet.

Succesvol

In Duitsland maakt Keller al zestig jaar g rindkernen. Het patent van de zelf ontwikkelde trilnaalden met onbalans stamt zelfs al uit 1934. Ook in België, Frankrijk en andere Europese landen maken de Duitse funderingsspecialisten grindpalen. Over de hele wereld zijn ze er succesvol mee. Maar in Nederland blijft de techniek steken op een paar projecten per jaar. “We hebben hier niet eens een eigen stelling draaien. Die laten we ad hoc overkomen vanuit het Ruhrgebied waar Keller zeker dertig stellingen voor rüttelverdichting in bedrijf heeft.”

Dat de techniek in het westen van het land niet wordt toegepast, begrijpt Looij ook wel. Met een pakket van 10 meter veen en klei boven op de eerste draagkrachtige zandlaag, zijn heipalen nou eenmaal de beste optie. Maar in grote delen van Utrecht, Brabant, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Limburg is de techniek in veel situaties effectief. En financieel ook nog eens voordelig. “Maar ja, we zijn echt een heipalenland”, meimert de vestigingsleider. “We eten heipalen en we drinken heipalen. We staan ermee op en gaan ermee naar bed. Hei-installaties zijn overal, de palen zijn goedkoop en elke constructeur en elke toezichtambtenaar kan ermee rekenen. Maar dan laten ze dus wel die mogelijk heden van de grindpaal onbenut.”

Looij steekt de hand ook in eigen boezem. “We hadden natuurlijk normcommissies moeten opzetten en actief moeten aanjagen dat er rekenregels werden opgesteld voor grindkernen. Maar dat vergt een lange adem. Je loopt aan tegen weerstanden en ingesleten gewoontes. Die levenscyclusanalyses, daar moeten we natuurlijk ook aan werken, hoewel we op weinig ondersteuning van onze moeder in Duitsland hoeven te rekenen omdat de regelgeving zo anders is. Zaken als een Bouwstoffenbesluit en een Bodembesluit kennen ze helemaal niet. Dus we moeten het allemaal optuigen vanuit onze bescheiden vestiging in Alphen.”

Het is veel te verleidelijk voor Looij en zijn mensen om al hun aandacht te richten op de acquisitie en realisatie van nieuwe werken. Met dezelfde partijen; Scholten Grondverzet en Geofix, wordt in Emmen binnenkort nog een bedrijfshal op grindpalen neergezet. Het gaat om een vergelijkbaar exemplaar als die eerste: een hal van 35 bij 60 meter met tweehonderd palen eronder. En er wordt wederom gerecycled betongranulaat toegepa st. “Ze hebben de smaak daar inmiddels goed te pakken.”

Ponton

Het is niet eens altijd nodig om grind of granulaat toe te passen. Afhankelijk van de omstandigheden kan het ook zinvol zijn om kolommen te maken van zand. Gebiedseigen of aangevoerd. Op de Maasvlakte gaat Keller dat binnenkort doen vanaf een ponton voor de kade voor SIF, die daar een nieuwe fabriek heeft geopend voor monopiles voor offshorewindparken.

Looij: “En we doen als Keller nog veel meer natuurlijk. Denk aan jetgrouten en compensation grouting. Daar kent de Nederlandse funderingswereld ons echt wel van. We hebben het Centraal Station van Amsterdam op jetgroutkolommen gezet, zodat de tunnelelementen voor de Noord-Zuidlijn daaronder afgezonken konden worden. En we hebben groutcompensatie uitgevoerd bij Panorama Mesdag en bij een volautomatische parkeergarage onder de Veenkade in Den Haag.”

Maar die charmante eenvoud van die grindkern. Dat dat er maar zo moeizaam ingaat bij Ne derlandse bouwers en geotechnologen, dat blijft hem dwars zitten.“Omdat de steentjes niet verbonden zijn met mortel kan de paal ook niet bezwijken of scheuren. Je hoeft geen koppen te snellen en er bestaat nauwelijks gevaar dat je hem beschadigt wanneer je met zwaar materieel door de bouwput rijdt. De grindpaal is namelijk ductiel, hij beweegt wat mee met de ondergrond. Dat maakt het ook tot een ideale fundering voor de Groningse aardbevingsgebieden. Het is echt hoog tijd dat Nederland de kwaliteiten van de grindpaal eens gaat onderkennen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels