nieuws

Uneto-VNI-voorzitter Doekle Terpstra: “Techniek is de toekomst”

bouwbreed 43

Uneto-VNI-voorzitter Doekle Terpstra: “Techniek is de toekomst”

Bouwinvesteringen gaan steeds meer naar installatietechniek. De branche wacht daarom een stormachtige toekomst. De enthousiaste nieuwe voorzitter Doekle Terpstra van brancheorganisatie Uneto-VNI is soms bang dat de netten zullen scheuren: hoe vindt de sector voldoende technische vakmensen?

De overstap per 1 februari van de oud-voorzitter van vakbond CNV naar de ondernemersvereniging mag een opmerkelijke heten. Maar ook een hele logische, vindt hij zelf. Hij was tenslotte ook aanjager van het Nationaal Techniekpact 2020 en bestuursvoorzitter van Hogeschool InHolland.

Heeft u er lang over moeten nadenken?

‘‘Het was wel een verrassing dat ik werd gevraagd, gezien mijn vakbondsverleden. Maar ik vond het meteen een goede match. Ik heb in mijn arbeidzame leven veel kennis vergaard op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs, techniek en politieke lobby. Ik denk dat ik de vereniging dus echt iets te bieden heb. En de branche is enorm in beweging. De installatiequote in de gemiddelde bouwsom is in een paar jaar tijd van 25 naar bijna 40 procent gestegen. Installatietechniek is ‘key’, een tunnel bouwen begint tegenwoordig met de installaties, de buis bouw je eromheen. Prachtig om midden in die ontwikkeling te mogen staan.’’

Wat heeft u zelf eigenlijk met techniek?

“Haha. Ik ben geboren met twee linkerhanden en heb mede daarom heilig ontzag voor techniek en vakmanschap. De ondergeschoven rol van techniek stoort me buitengewoon. Ons onderwijs is geAVOmiseerd. De gedachte dat Algemeen Vormend Onderwijs (AVO) je kinderen de beste carrièrekansen geeft, begint gelukkig te kantelen. Technisch vakmanschap is de ruggengraat van Nederland. Techniek is niet meer de rokende fabriek en de blauwe overall, het is de toekomst. Zelfs het ziekenhuis van de toekomst is allereerst een technische werkplaats. Zorg vindt steeds meer plaats in technisch aangepaste levensloopbestendige woningen – ook een enorme uitdaging voor de installatiebranche. Dat moeten we tussen de oren krijgen. De instroom van leerlingen in het techniekonderwijs neemt mede door het Techniekpact massief toe. Je ziet numerus fixussen bij universiteiten en substantiële groei bij hogescholen en mbo’s. Vmbo is nog een issue. Daaraan ga ik sleuren, want er komen jaarlijks drieduizend nieuwe technische banen bij in onze sector. Het productievolume neemt de komende vijf jaar volgens conservatieve schattingen toe van 16,5 miljard euro naar ruim 20 miljard euro in 2021!’’

Wat moet er gebeuren in het onderwijs?

‘‘Het kabinet heeft me gevraagd voor de technische vmbo-opleidingen het toekomstperspectief in kaart te brengen. Door de profielendiscussie zijn opleidingen te duur geworden, beschikken sommige niet meer over eigentijdse apparatuur of moeten de deuren sluiten. Onderzoek naar de vraag of hoe we een dekkend netwerk van technisch vmbo-onderwijs kunnen houden ligt in het verlengde van mijn opdracht voor de Uneto-VNI-agenda. Ik geloof in het extramuraliseren van onderwijs. Leerlingen van de toekomst zitten niet meer in het klaslokaal, maar gaan van begin af aan de beroepspraktijk in – op alle niveaus. Dus: er moet meer begeleiding vanuit het bedrijfsleven komen en leraren moeten ook het bedrijfsleven in. Geen enkele leraar moet meer fulltime-onderwijzer zijn, ze moeten m et hun poten in de klei staan. Zo kan het onderwijs de razendsnelle brancheontwikkelingen bijbenen. De kwaliteitsdruk vanuit de maatschappij noemt toe. Mede daarom kan deze sector een speler van formaat worden. De velden zijn rijp om te oogsten. Grote vraag is of de sector ‘fit for the future’ is. Bedrijven moeten daarom investeren in kwaliteit. En Nederland in vakmanschap.’’

Gaat u vooral lobbyen bij de politiek?

‘‘Dat is er onderdeel van. Ik verwacht van het nieuwe kabinet dat het ambitie toont. ‘De Nederlandse gebouwde omgeving in 2030 energieneutraal’, zou het motto van het volgende kabinet moeten zijn. Er zit een enorme bestuurlijke trekkracht in dat idee. Want dan ga je het onderwijs, de bestuurlijke oriëntatie en de arbeidsverhoudingen er ook op inrichten.’’

U heeft weleens gezegd dat u graag minister zou worden. Zegt u ja als ze u vragen?

‘‘Ik zeg nooit ‘nooit’, maar ik zit bij Uneto-VNI goed. Hier zit ik niet gevangen binnen de krijtlijnen van een regeerakkoord.’’

Gaat u uzelf straks niet tegenspreken als oud-vakbondsman?

‘‘Nee, ik heb hele duidelijke persoonlijke opvattingen over arbeidsverhoudingen, die staan los van mijn functie. Ik denk dat mijn achtergrond kan helpen om met vakbonden te praten over de richting waarin de sector beweegt. Je moet het samen doen, ook hier. Samenwerken is het nieuwe concurreren, daar geloof ik heilig in. Dat geldt in de samenwerking met politiek en onderwijs, maar ook voor bedrijven onderling – zeker in de installatiebranche. De rol van installateur evolueert tot die van energieregisseur. Dat vraagt om veel meer competenties en samenwerking . Je kunt niet met je rug naar de toekomst gaan staan.’’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels