nieuws

Taco van Hoek (EIB): Personeelsschaarste houdt aan, flexarbeider rukt verder op

bouwbreed Premium 3239

Taco van Hoek (EIB): Personeelsschaarste houdt aan, flexarbeider rukt verder op

De personeelsschaarste houdt nog twee jaar aan, voorspelt Taco van Hoek, directeur van het EIB. Ondertussen rukt de flexarbeider verder op. Op de bouwplaats is inmiddels bijna één op de twee arbeidskrachten zzp’er.

De rem is eraf. De groei van het aantal banen in de bouw gaat op dit moment harder dan verwacht. Of zoals Taco van Hoek, directeur van het EIB het zegt: “Het gaat wel heel snel. En dat een paar jaar na de crisis.” Bouwbedrijven namen dit jaar 13.000 werknemers in dienst. Het aantal zelfstandigen groeide met 5000, het aantal uitzendkrachten/gedetacheerden met 1000.

Deze cijfers duiden op een stevige terugkeer van de vaste werknemer. Toch is een belangrijke conclusie van het onderzoek ‘Trends op de bouwarbeidsmarkt’ van het EIB, dat sinds 2008 het aandeel zelfstandigen sterk is gegroeid. Van 21 procent in 2008 naar 30 procent dit jaar. Van het bouwplaatspersoneel is zelfs bijna de helft (47 procent) zelfstandig. Dat was in het jaar 2000 nog 22 procent. Als we de beroepen verder uitsplitsen, blijkt dat sterk gespecialiseerde beroepen hogere flexibiliseringsgraden hebben. Van de voegers is bijvoorbeeld 87 procent zzp’er, van de stukadoors 72 procent. Bij timmerlieden, die breder inzetbaar zijn, is slechts een op de drie zzp’er. Bij UTA-personeel is een kwart van het personeel inmiddels zzp’er (in 2000: 11 procent).

Tempo opmars zelfstandigen is opmerkelijk

Van Hoek vindt het tempo van de opmars van de zelfstandigen in de bouw opmerkelijk. “Een op de twee op de bouwplaats is nu zelfstandige. Dat is enorm. Er zijn evenveel zzp’ers als werknemers.” Dat de flexkrachten nog heel veel verder oprukken, verwacht hij echter niet. “We verwachten nog wel enige groei. Maar daarna loop je tegen een plafond aan. De aandelen zijn voor sommige beroepen al zo hoog, dat het niet anders kan dat er verzadiging ontstaat.”

De hoge mate van flexibilisering van de bouw is volgens Van Hoek niet per se ongezond voor de sector. “Nee. De meeste zzp’ers zijn goede vakmensen en gedragen zich als ondernemers. Het is dus niet zo dat het per definitie veel beter zou zijn als deze mensen bij kleine bedrijven zouden werken in plaats van dat het eenmansbedrijven zijn.”

Zzp is de nieuwe realiteit in de bouw

“Zzp is de nieuwe realiteit, we hebben er gewoon mee van doen”, meent Van Hoek. Volgens hem moet de ambitie niet zijn om het aandeel zelfstandigen omlaag te brengen. “Ik denk dat het belangrijkste is dat je je kwalitatieve ambities realiseert met elkaar.”

“De markt voor zzp’ers is volwassen geworden”, is de overtuiging van Van Hoek. “In het begin had je pioniers die hun eigen weg gingen. Maar gaandeweg zie je dat zzp’ers netwerken vormen. En bouwbedrijven reageren daarop door meer structurele relaties met ze aan te gaan. Ook worden ze soms uitgenodigd om mee te doen met opleidingen. Er is behoefte aan samenwerking. Nieuwe organisatievormen, mét zzp’ers, kunnen waarde toevoegen.“

Het beeld dat zelfstandigen in de bouw zelf niet kiezen voor het ondernemerschap, klopt volgens hem niet. De meesten, zo’n 80 à 90 procent, kiest bewust voor het ondernemerschap, blijkt uit verschillende onderzoeken van het EIB. Zo’n 10 procent zou mogelijk wel aangerekend kunnen worden als schijnzelfstandige.

Dat de meeste zzp’ers bewust voor ondernemerschap kiezen, is volgens Van Hoek ook af te leiden uit het feit dat het aantal vacatures hoog is en blijft en het aantal zelfstandigen ook. “Voor de mensen die terug willen keren naar een vaste baan, werken de omstandigheden goed mee.”
Die omstandigheden houden in dat de bouw in de periode 2018-2022 55.000 banen erbij krijgt. Bijna de helft (45 procent) van de arbeidsplaatsen moet ingevuld kunnen worden door nieuwe instromers. De rest moet komen van het losweken van mensen uit andere sectoren, het terughalen van werklozen en het halen van buitenlandse arbeidskrachten.

Arbeidsschaarste is het sleutelwoord de komende jaren

De komende jaren, 2018 en 2019, zal personeelsschaarste nog de boventoon blijven voeren. Met name voor burgerlijke en utiliteitsbouwers. “Arbeidsschaarste is het sleutelwoord. Het zal schuren links en rechts.” Het lukt eenvoudigweg niet om snel genoeg arbeidskrachten naar de bouw te krijgen, aldus het EIB. “Het heeft even tijd nodig. Een deel van de productie zal daarom worden doorgeschoven”, zegt Van Hoek. De orderportefeuilles stijgen door de schaarste. “Maar het betekent ook dat klanten geduld moeten hebben.”

Ook betekent het dat bouwers selectiever kunnen zijn bij het aannemen voor nieuw werk. “Ze kunnen zich concentreren op de klussen waar een goede beloning tegenover staat.” Hoeveel productie de bouw potentieel misloopt door de personeelsschaarste, vindt het EIB moeilijk in te schatten. “Dat moeten we ook weer niet overschatten. Onder druk worden zaken vloeibaar en er zijn ook mogelijkheden met zij-instromers, voormalige werklozen en buitenlandse arbeidskrachten.” De werkgelegenheid zal groeien en de bouwproductie zal ook blijven groeien.” Vanaf 2020 loopt het personeelstekort volgens het EIB terug. Dan wordt de instroom groter en stijgt de vraag ook minder.

Werkgevers geven ook na de crisis de voorkeur aan een “kernapparaat en een flinke flexibele schil”. “Ik zie geen aanleiding waarom dat zou veranderen”, zegt Van Hoek.

Minder pieken en dalen nodig in productie

Een deel van de gebrekkige huidige instroom van nieuwe arbeidskrachten, wijt Van Hoek aan het overheidsbeleid. “Wil je de productie meer op niveau houden, dan zou je als overheid meer continuïteit in de vraag moeten aanbrengen. Dit zorgt voor een minder extreme terugval in crisistijd en een minder explosieve groei als de crisis weer voorbij is.”

Van Hoek doelt onder andere op de Verhuurdersheffing, die de woningbouwproductie van de corporaties in crisistijd flink aantasten. Ook allerlei kredietrestricties voor consumenten op de woningmarkt brachten de vraag van slag. Van Hoek: “De overheid heeft de diepte van de crisis en de lange duur ervan versterkt. De schaarste aan personeel waar we nu mee te kampen hebben, hangt daar ook mee samen. De bouwproductie lag tijdens de crisis ver beneden onze macht.” De bouw valt niets te verwijten. “De bouw had het zelf niet in de hand dat de vraag zo enorm terugviel. Ik zie niet in wat de bouw anders had moeten doen.”


55.000 banen in de bouw erbij

De bouw krijgt er 55.000 banen bij de komende vijf jaar. Dat voorspelt het Economisch Instituut voor de Bouw. Het afgelopen jaar zijn er al 15.000 voltijds arbeidsplaatsen (arbeidsjaren) bijgekomen, een stijging van 4 procent. Over de periode 2017-2022 is er behoefte aan 30.000 extra werknemers, en een vervangingsvraag van nog eens 43.000 arbeidsjaren. Bijna de helft (45 procent) van de arbeidsplaatsen kan ingevuld worden door pas opgeleide instromers. De rest moet komen van het losweken van personeel uit andere sectoren, het terughalen van (bouw)werklozen en het halen van buitenlandse arbeidskrachten. In de uitvoerende bouw zijn er in de periode 2009-2016 in totaal 60.000 arbeidskrachten van werknemers en zelfstandigen verdwenen. In die jaren kwam de instroom van jonge arbeidskrachten niet verder dan 35.000.
De komende jaren, 2018 en 2019, zal personeelsschaarste de boventoon voeren. “Het lukt eenvoudigweg niet om op korte termijn genoeg arbeidskrachten naar de bouw te krijgen”, aldus het EIB. Een deel van de productie zal daarom door aannemers worden doorgeschoven, zegt Taco van Hoek, directeur van het EIB.
Reageer op dit artikel