nieuws

Optimisme overheerst bij ingenieursbureaus

bouwbreed 1258

Optimisme overheerst bij ingenieursbureaus

De Nederlandse ingenieursbureaus hebben de wind mee. De order- portefeuilles zijn weer goed gevuld en de vooruitzichten zijn in veel branches gunstig. Toch zijn er ook twijfels over de bestendigheid van de groei.

Het optimisme overheerst bij veel ingenieurs- bureaus. “De markt trekt aan, gemeenten hebben het afgelopen jaar meer mogelijkheden geboden en dat geldt ook voor waterschappen, ministeries en Rijkswaterstaat. We zien meer activiteiten, zowel in kwantiteit als in kwaliteit,” verklaart algemeen directeur Karin Sluis van Witteveen+Bos de positieve stemming.

Ook Tebodin ziet dat klanten weer meer durven te investeren. Maar het bedrijf besloot wel de koers te verleggen, want de olie- en gasmarkt – van oudsher een belangrijke opdrachtgever – stagneert, zegt Ron Blokzijl, director North West Europe. Tebodin focust nu op toekomstige groeimarkten en ontwikkelt nieuwe businessmodellen, bijvoorbeeld voor de voedingsmiddelenindustrie. “Daar zijn het gebruik van afvalstromen, kostenefficiënt werken en hygiënisch design belangrijk. Of de farmaceutische industrie, waar we met smart data vergaande optimalisaties kunnen uitvoeren.”

Vooral druk in infrastructuur en hoogwaterbescherming

Fugro, het op een grootste bureau van Nederland, ziet eveneens een breed herstel. Branches waar het volgens Country Director Netherlands Peter Nelemans vooral druk is, zijn de infrastructuur en de programma’s voor hoogwaterbescherming. Daarnaast noemt hij de groei van de grote steden, Amsterdam voorop, een interessante markt. In Groningen is Fugro in verband met de aardbevingsproblematiek actief voor de overheid en de NAM.

Nelemans: “Verder is iedereen bezig zijn assets goed in beeld te brengen. Beheerders willen inzicht in hoe ze hun installaties, hun rails, hun wegen het best kunnen onderhouden, zodat die nog dertig, veertig jaar mee kunnen. Dat zie je bijvoorbeeld heel sterk in de petrochemische industrie, maar ook bij ProRail en Rijkswaterstaat. Wij hebben op die trend ingespeeld: wij brengen onzekerheden in beeld, waardoor het mogelijk wordt weloverwogen beslissingen te nemen.” In deze markt vond Fugro ook nieuwe klanten: grote bouwbedrijven, die door DC&M-achtige aanbestedingsvormen meer verantwoordelijkheden dragen en risico’s lopen.

De noodzakelijk energietransitie zal ook veel werk gaan opleveren, verwacht Karin Sluis. Zij voorziet dat “de denk- en doekracht van ingenieursbureaus bij de omschakeling van gas naar duurzamer energiebronnen een belangrijke rol gaat spelen”. Voor Fugro is dat al realiteit, zegt Nelemans. Zijn bedrijf is betrokken bij alle grote windparken in de Noordzee en levert ook kennis aan de beoogde windfarms in het IJsselmeer en aan zonneparken. Blokzijl van Tebodon signaleert dat meer en meer bedrijven duurzaamheid in hun strategie opnemen en inzetten op hernieuwbare energie en circulariteit. Tebodin springt daarop in door zowel in technische zin te helpen duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren, als te adviseren over de economische, kostenbesparende kant.

Kansen op de energiemarkt

Koepelorganisatie NLIngenieurs ziet eveneens kansen op de energiemarkt, maar waarschuwt voor al te rooskleurige verwachtingen. Directeur Jacolien Eijer-de Jong wijst op CBS-cijfers, die een afnemende groei tonen in het tweede kwartaal van 2017. “Ook uit onze eigen conjunctuurenquête blijkt dat veel van onze leden niet het vertrouwen hebben dat de groei blijvend is.” Daarnaast zijn er zorgpunten, die dringend om een oplossing vragen. Zoals de achterblijvende tariefontwikkeling. Eijer-de Jong: “Er is een groot tekort aan technische mensen. Je zou zeggen: daardoor stijgen de lonen en dus de tarieven. Maar dat gebeurt niet.” Om te kunnen beschikken over meer personeel dat is opgewassen tegen de razendsnelle technologische veranderingen, is het niet voldoende dat bureaus hun medewerkers intern bijscholen. Er is ook intensief overleg nodig met hogescholen en universiteiten over aanpassingen in het curriculum. Onder andere Witteveen+Bos zet zich daar al voor in.

Karin Sluis pleit voor meer samenwerking op digitaal gebied. “De bouw is een enorme verspiller, het bouwproces is in teveel brokjes opgekipt. Laten we ernaar streven dat we allemaal dezelfde data gebruiken, dat biedt kansen verspilling tegen te gaan.” De topvrouw van Witteveen+Bos vindt bovendien dat Nederland het begrip duurzaamheid fragmentarisch benadert. “Internationaal kiest men veel meer voor integrale oplossingen. Daar koppelt men duurzaamheid aan VN development goals. Onze CO2 prestatieladder is buiten Nederland nauwelijks bekend.”
De vijftien grootste ingenieursbureaus, gerangschikt naar omzet

Positie Bedrijf Bedrijfsopbrengsten (x1000) Nettowinstmarge Solvabiliteit
1. Arcadis 2.467.972 2,7% 34,9%
2. Fugro 1.775.874 -17,4% 45,5%
3. Royal HaskoningDHV 600.629 2,0% 41,8%
4. Antea Group 395.308 0,6% 34,0%
5. Tebodin 181.500 4,5% 199,0%
6. Witteveen+Bos 137.112 11,5% 44,4%
7. Movares Group 129.275 2,2% 24,4%
8. Tauw Group 109.263 2,6% 51,2%
9. Iv-Groep 94.751 2,5% 31,2%
10. Deerns Groep 63.978 -5,3% 24,7%
11. Oosterhoff Groep 42.629 4,8% 50,3%
12. RPS 38.621 7,9% 67,5%
13. Clafis Holding 31.121 3,6% 28,2%
14. LievenseCSO Holding 29.428 0,0% 51,5%
15. Advin 23.706 -3,2% 35,4%
Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels