nieuws

Bouwmachines: de trends van 2018

bouwbreed Premium 2659

Bouwmachines: de trends van 2018

De ontwikkelingen om bouwmachines te innoveren staan niet stil. De technologie vernieuwt zichzelf razendsnel (ook omdat de markt steeds hogere milieuprestaties eist). Ondertussen moeten bouwbedrijven contractkeuzes maken: huren, leasen of kopen? Een overzicht van de belangrijke trends.

Sensoren zijn overal. In onze auto’s, computers, thermostaten, koelkasten en… bouwmachines. Ook die bevatten steeds meer elektronica. Sensoren kunnen bijvoorbeeld trilling, temperatuur en CO₂-niveau meten.

Sensoren in bouwmachines kunnen bijvoorbeeld trilling, temperatuur en CO₂-niveau meten.

Een concrete toepassing? De software geeft begrenzingen aan, zodat de machinist in de cabine daar niet op hoeft te letten. De machine gaat bijvoorbeeld niet hoger dan een bepaalde hoogte (vanwege die hoogspanningsmast), niet dieper dan een bepaalde diepte (vanwege de leidingen in de grond) en reikt niet verder dan een x-aantal meter (vanwege de buren).

Een vertegenwoordiger van deze nieuwe technologie is Caterpillar, dat onlangs drie nieuwe graafmachines presenteerde mudvol sensoren, die bijvoorbeeld risicobeperking, snelheid of efficiency garanderen. Kijken we nog een laag dieper, dan zien we dat sensortechnologie de basis vormt voor het IoT (Internet of Things). Vooruitstrevende bedrijven ruiken nieuwe kansen. BAM beweert dankzij IoT de prestaties van bouwprojecten digitaal te kunnen sturen. Het bedrijf heeft sensoren in een stroomverdeelkast op de bouwplaats geplaatst en kan lichtstraling en geluid op de bouwplaats realtime monitoren.

Moet de boouwmachine worden ingepland voor onderhoud? Wanneer moeten de filters worden vervangen? Hoeveel brandstof gebruikte de machine in week 34?


Voorspellen is het nieuwe aftasten. Werkelijk alles kan met nieuwe technologie worden voorspeld. Moet de graafmachine worden in gepland voor onderhoud? Wanneer moeten de filters worden vervangen? Hoeveel brandstof gebruikte de machine in week 34? Laat de computer het werk doen, zodat u de handen vrij hebt voor iets anders. Per project kan de verbruikte brandstof worden uitgelezen, of worden gemonitord hoe de machinist van dienst het er vanaf bracht.

Het dashboard van de bouwmachine is genadeloos. Oei, Harry draait een te lage productie. Is hij eigenlijk wel geschikt voor dit werk?

Het dashboard is genadeloos. Oei, Harry draait een te lage productie. Is hij eigenlijk wel geschikt voor dit werk? Een mooi agendapunt voor het functioneringsgesprek. (Misschien blijkt dan dat de organisatie een puinhoop was. Had niets met Harry te maken.) Maar het gaat verder. Predictive maintenance biedt bouwbedrijven nieuwe mogelijkheden. Technologie koppelt dingen, mensen en processen aan elkaar.

Moraal van dit verhaal? Winnende bedrijven laten hun bouwmachines de toekomst voorspellen.

Tal van bedrijven ontdekken dit volgens Tom Raftery van computergigant SAP: “Harley Davidson reduceerde de tijd voor het bouwen van een motor van 21 dagen naar 6 uur. TrenItalia steekt 50 miljoen euro in voorspellende sensoren om jaarlijks tot 130 miljoen euro te besparen op onderhoudskosten. De tractors van John Deere zitten vol met sensoren en anticiperen op weersomstandigheden, irrigatie, bemesting en het juiste moment om nieuwe gewassen te poten.” Moraal van dit verhaal? Winnende bedrijven laten hun bouwmachines de toekomst voorspellen.

‘Kijk, als een 15-tons mobiele graafmachine draait op maximaal 1.500 motortoeren, kun je je voorstellen dat grondwerkers, stratemakers en omwonenden daar baat bij hebben.’


Bij ‘uitstoot’ denken we aan de emissie van CO₂ en fijnstof en realiseren we ons misschien niet dat ook geluidsoverlast een emissie is. Nou, er is goed nieuws volgens Bart Jansen van SMT. Jansen: “Wij vragen onze fabrikanten om het materieel zo geluidsarm mogelijk te maken. Geluiddempende materialen in de motorruimte en de koelfan met variabele aandrijving waren hier voorlopers van. De herrie is nu eenmaal minder als een koelfan niet onnodig meedraait.”

Jansen vervolgt: “Wij merken ook dat roetfilters en SCR-katalysatoren het geluid minder scherp maken. Kijk, als een 15-tons mobiele graafmachine draait op maximaal 1.500 motortoeren, kun je je voorstellen dat grondwerkers, stratemakers en omwonenden daar baat bij hebben. Als rupsgraafmachines, wielladers en knikdumpers worden voorzien van motoren met een hoog koppel in het lage- en midden-toerengebied, in combinatie met instellingen voor het hydraulisch systeem, en slimme schakelprogramma’s voor de transmissie, bewijzen we ook machinisten een dienst. Zij kunnen vaker hun werk doen in de lagere toerengebieden.”

Zelf kopen van bouwmachines lijkt op z’n retour. Huren en leasen zijn sterk in opkomst.


BAM, Strukton en TBI hebben een eigen materieeldienst. Zo zijn er natuurlijk wel meer bedrijven die hun eigen machinepark op de balans hebben staan. Toch lijkt ‘zelf kopen’ van bouwmachines op z’n retour. Huren en leasen zijn sterk in opkomst, zoals we kunnen constateren op internet, waar een peloton aanbieders voorbij trekt.

In 2017 wordt in Nederland voor ruim 1 miljard euro aan bouwmachines verhuurd (40 miljoen meer dan in 2016). Deze opgaande lijn zal doorzetten volgens de European Rental Association (ERA). In 2019 wordt een omzet van bijna 1,1 miljard verwacht. Brancheorganisatie Verhurend Nederland plaatst weliswaar een kanttekening bij deze cijfers, die een tikkeltje vervuild zouden kunnen zijn omdat bedrijven zich liever niet in de kaart laten kijken en dealers hun wel en wee niet graag aan de grote klok hangen.

Maar wat zal het? De toon is gezet. Huur- en leaseconstructies zijn mateloos populair. Je hoeft geen wiskundige te zijn om te concluderen dat dit ten koste gaat van kopen.

Ondanks de gestegen bezettingsgraad in 2016 is er nog steeds sprake van overcapaciteit in Nederlandse bouwmachines, waardoor de rendementen laag blijven.


De kredietcrisis trok over de verhuurmarkt als een orkaan over een Caribisch eiland. En het kwam nooit meer echt goed met de gekelderde prijzen.

“Ondanks de gestegen bezettingsgraad in 2016 is er nog steeds sprake van overcapaciteit in het Nederlandse kranenpark, waardoor de rendementen laag blijven”, meldde ING Economisch Bureau onlangs.

De verhuurprijzen zijn belabberd. Een torenkraan met machinist voor 100 euro per uur.

Plat gezegd: de verhuurprijzen zijn belabberd. Een torenkraan mèt machinist voor 100 euro per uur… het is ècht geen fantasie. Iedereen snapt dat een verhuurbedrijf daar niks aan overhoudt.

Ondertussen gaan er weinig verhuurbedrijven failliet. Ze hebben weliswaar geen cashflow, maar wel machines, die zeer waardevast zijn. Eens in de zoveel tijd verkopen ze een machine om het hoofd boven water te houden.

Creatief boekhouden, dat zeker, maar prettig is anders. Volgens sommigen moet het verhuurtarief voor kranen met 20 tot 40 procent omhoog voor een gezonde verhuurmarkt, die al jaren kwakkelt. Volgens de Vereniging Verticaal Transport (VVT) vinden de huidige smalle marges hun oorsprong in 2002.

Vrijwel alle fabrikanten profileren zich met termen als ‘hybride’, ‘elektrisch’, ‘duurzaam’ en ‘CO₂-neutraal’.

Vrijwel alle fabrikanten profileren zich met termen als ‘hybride’, ‘elektrisch’, ‘duurzaam’ en ‘CO₂-neutraal’. Solmec introduceerde onlangs een 24-tons elektrische overslagmachine. Deze EXP 5020 ZE werkt volledig zonder kabel en is meer dan acht uur operationeel op één acculading. ZE staat voor zero emissie. Spierings brengt een hybride, mobiele hijskraan op de markt.

Volvo zet stappen richting ‘emissievrij’ (zie kader). In schril contrast met de Europeanen staat de profilering van het Amerikaanse Caterpillar. CO₂-uitstoot wordt vrijwel niet genoemd en we begrijpen waarom. Caterpillar zou zich op glad ijs kunnen begeven in het land van Donald Trump. Welnu, in Europa en is duurzaamheid dus wel een issue.

Een duurzame benadering van mens, machine en milieu wordt de inzet voor de komende jaren. De inzet is medewerkers met meer plezier hun werk laten doen, veilig werken, machines goed onderhouden, zo weinig mogelijk brandstof verbruiken, geluidsarm werken en geen fijnstof of CO₂ uitstoten. Aan ambities geen gebrek.


Van hybride naar elektrisch

SMT (Services Machinery Trucks) is distributeur van Volvo Construction Equipment en Sennebogen, twee A-merken die bovenop de nieuwste ontwikkelingen zitten, ook als het gaat om de stap van hybride naar elektrisch zonder brandstof. Product manager Bart Jansen: “Fabrikanten zijn zich ervan bewust dat het anders moet en kan.”

Jansen: “Volvo is continu bezig om uit de huidige machines maximaal rendement te halen. Dat zie je terug in betere aansturing van machines, ondersteunende functies voor de machinist, telematica voor de klant, optimalisatie van aandrijflijnen en slimme functies in de hydrauliek. Denk hierbij aan regeneratie van hydrauliekolie. Door de olie van de ene zijde van de cilinder naar de andere te sturen, hoeft de pomp geen olie te leveren. En de dieselmotor hoeft minder hard te werken. De lock up-functie in de wielladers maakt dat je bij load and carry-werk geen slip hebt in de koppelomvormer. Dat komt het rendement ten goede. De eerste hybride en volledig elektrische modellen zijn al gebouwd en worden gebruikt voor onderzoek.”

En Sennebogen?

“Zij zijn bezig om niet alleen de statisch opgestelde machines van hybride of elektrische aandrijving te voorzien, maar ook mobiele machines op rupsen en banden. Een andere vorm van hybride aandrijving is de opslag van hydraulische energie in accumulatoren bij het heffen van de giek of de balanskraan, waarbij een verplaatsbaar ballastblok zorgt dat de machine altijd in balans blijft. Hierdoor kun je met lagere vermogensbehoeftes toe.”

Hoe groot is de stap van hybride naar zuiver elektrisch –en dus emissievrij?

“Bij stationair opgestelde machines is die stap niet zo groot. Drijf je deze elektrisch aan, dan heb je geen emissie op de werklocatie, behalve het geluid van een zoemende elektromotor, de hydrauliek of de koelers. Op de locatie hoef je ook geen brandstof te tanken. Zo vermijd je eventueel morsen. En je hoeft ook niet elke 500 uur olie te verversen en filters te vervangen. Bij mobiele machines ligt het verhaal gecompliceerder. Hier speelt de capaciteit van de accu’s en batterijen een beperkende rol. Ook de oplaadtijd is nog aan de krappe kant. Maar techniek evolueert snel. Over enkele jaren kan het beter zijn.”

Zijn Sennebogen en Volvo voorlopers of zijn andere fabrikanten verder?

“Veel fabrikanten zijn zich ervan bewust dat het anders moet en kan. Er zijn fabrikanten die al hybride graafmachines in hun programma hebben, of een elektrische compacte wiellader. Volvo volgt dit op de voet en stippelt op de achtergrond haar koers uit. De studiemodellen van de hybride wiellader, autonome dumper en elektrische minigraver zijn daar voortekenen van. Sennebogen werkt veel met stationaire machines. Daarin is elektrische aandrijving al langer gemeengoed.”

Met dank aan Boudewijn Warbroek, hoofdredacteur vakblad BouwMachines.

Reageer op dit artikel