nieuws

Gemeenten krijgen langzaam maar zeker grip op breedplaatkwestie

bouwbreed 2207

Gemeenten krijgen langzaam maar zeker grip op breedplaatkwestie

Gemeenten hoeven niet het hele stappenplan van de breedplaatvloeren te doorlopen maar mogen vanaf stap 2 de bal doorspelen naar de gebouweigenaren. Daarmee wordt de inventarisatie een stuk overzichtelijker. Al mogen de prefabbetonfabrikanten onderhand wel eens met informatie over de brug komen

Een ondergrens van 0,4 N/mm2.  Die waarde hanteert het stappenplan dat het ministerie van BZK drie weken terug rondstuurde. Als de afschuifkrachten rondom de voegen van breedplaatvloerconstructies hoger uitvallen moet er een risico-analyse plaatsvinden.

“Maar dan zijn jullie inmiddels bij de zesde en laatste stap aangekomen en zo diep hoeven jullie helemaal niet in het proces te duiken.” Die geruststellende woorden sprak voorzitter Joop van Leeuwen op het jaarcongres van het Centraal Overleg Bouwconstructies, COBc in Heerlen. Van Leeuwen maakte duidelijk dat de gemeentelijke constructeurs vanaf stap 2 de bal al mogen doorschuiven naar de gebouweigenaren. “Zodra bij het dossieronderzoek blijkt dat de voegen van breedplaatvloerconstructies überhaupt bloot staan aan een buigend moment kunnen jullie de eigenaren aanschrijven.  Die moeten dan de overige stappen doorlopen en aantonen dat het gebouw veilig is. Zo is dat overeengekomen tijdens het topoverleg breedplaatvloeren dat vorige week maandag plaatsvond bij het ministerie.“

Een hele opluchting voor de gemeentelijke constructeurs

Dat was een hele opluchting voor veel gemeentelijk constructeurs. Want die worstelden tijdens hun jaarcongres nog zichtbaar met de breedplaatvloerenproblematiek. Velen kunnen moeilijk inschatten hoeveel werk er precies op hen afkomt.

Karel van der Heijden, constructeur van de gemeente Breda woonde vorige week een informele bijeenkomst bij met collega’s van Eindhoven, Helmond en Tilburg. Alle vier de gemeenten kwamen op dat moment tot de conclusie dat ze de documenten van zo’n 2000 objecten moesten bestuderen. Van der Heijden: “Daar zitten ook nog gebouwen tussen met kanaalplaatvloeren, staalplaatbetonvloeren en andere vloertypes, maar dat weet je pas als je het dossier erop na hebt geslagen. Daar zijn wij nu volop mee bezig.”

In zijn eigen gemeente Breda zijn vanaf 2013 alle bouwdossiers gedigitaliseerd. Die zijn dus gemakkelijk te raadplegen. Maar van alle bouwwerken van voor 2013 is de digitalisering juist volop gaande, waardoor de dossiers momenteel lastiger na te slaan zijn.  “Dat zijn dan van die onverwachte bijkomende problemen waar je plots tegenaan loopt. Over een maand is de digitalisering voltooid, maar daar kunnen we niet op wachten.”

Opgejaagd door de regionale pers

De gemeente Maastricht is de afgelopen weken opgejaagd door de lokale pers”, meldde teammanager Roger Huntjens. “Dat was eigenlijk wel een goede stok achter de deur om de inventarisatie voortvarend op te pakken. Dat heeft er toe geleid dat we uiteindelijk twee  gebouw-eigenaren hebben aangeschreven. Zij moeten met extra informatie komen en hun constructie nog eens narekenen en inspecteren. Dan loop je overigens meteen tegen een volgend probleem aan want de vraag is:  Wie moet zo’n onderzoeksvraag indienen? De exploitant van de parkeergarage onder het complex? De eigenaren van de winkels daarboven? Of zijn de eigenaren van de woningen daar weer boven verantwoordelijk? En kan de aannemer nog worden aangesproken op de garantie? Dat zijn complexe vragen waarop niet één-twee-drie een antwoord te geven is.”

 

Dit weekeind vond een belastingproef plaats op Leerschool Presikhaaf in Arnhem met watergevulde tanks. (Foto: Sjef Prins – APA Foto)

Prefab-industrie blijft hopeloos achter met informatievoorziening

Een partij die volgens veel bezoekers van het COBc-congres hopeloos  achterblijft in de informatievoorziening zijn de prefab-producenten. Hoewel de leveranciers van de breedplaten ook aanzitten bij het topoverleg Breedplaatvloeren, dat eind van deze maand voor de derde keer bijeenkomt,  zijn ze nog niet scheutig met het verstrekken van informatie. Adviesbureaus bellen geregeld met de fabrikanten om te achterhalen of een serie breedplaten met zelfverdichtend  beton is uitgevoerd. Maar de gemeentelijk constructeurs bellen geregeld met dezelfde vraag. Die informatie kan beter gestroomlijnd worden constateerde VN Constructeurs vorige week tijdens een interne bijeenkomst.  De beroepsvereniging maakt de beschikbare informatie binnenkort toegankelijk voor haar leden via een digitaal portaal. Zo moet er langzaam maar zeker een beeld ontstaan welke producenten op welk moment zijn overgestapt op zelfverdichtend beton en of ze de vloeren daarbij opruwden of niet.

Zelfs als een breedplaat is opgeruwd is het de vraag of dat ook rondom de naad is gebeurd

“Dat zegt overigens lang niet altijd wat”,  waarschuwde Jan Meester van Advies Bureau Hageman.  “Want als de producent meldt dat het oppervlak van een ballenplaat van zelfverdichtend beton is opgeruwd, wie verzekert mij dan dat dat ook in de buurt van de ballen is gebeurd? En bij de naad? Die plekken zijn namelijk vaak lastig bereikbaar. Maar dat zijn wel de plekken waar het in deze kwestie juist om gaat.  Je zult dus als constructeur, ongeacht of je werkt voor een gemeente of een adviesbureau, altijd verder moeten kijken en doorvragen.”

Illustratief voor de blinde vlek die er is ontstaan rondom het werken met breedplaatvloeren is wat Meester waarnam toen er opnieuw vloersecties werden gestort van de ingestorte parkeergarage in Eindhoven voor het laboratoriumonderzoek. In de fabriek stond een medewerker klaar met een hark. Maar de man gebruikte die niet om de plaat op te ruwen, maar om de natte mortel een beetje aan te drukken. Zo ontstond er  juist een gladder oppervlak in plaats van ruwer.  Het  gebeurde achteloos, en was blijkbaar geen punt van aandacht. De onderzoekers stonden er met hun neus bovenop, hoewel zij op dat moment ook nog rekeningen hield met twee andere faalmechanismen: ponsweerstand en dwarskracht.

Opruwen met een hark of een stalen bezem heeft volgens experts bij zelfverdichtend beton vaak niet zoveel zin omdat de dunne mortel vaak meteen weer dicht vloeit. Bij normaal beton werkt het wel, maar bij de zelfverdichtende variant zijn geavanceerdere methodes nodig als het sprayen van betonvertrager op het oppervlak. Iets later moet met een hoge drukspuit het natte cementpapje worden weggespoten.  Maar ook die methode of andere varianten is bij de vloeren voor de parkeergarage in Eindhoven niet toegepast. De 3 mm hoge ribbels om de 40 mm die volgens de Eurocode voldoende ruwheid garanderen, werden bij de productie van de Bubbledeckvloeren evenmin aangebracht.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels