nieuws

‘Voor afscheidmoet je de tijd nemen’

bouwbreed 25

‘Voor afscheidmoet je de tijd nemen’

De broers Thijs (67) en Ton de Nijs (66) stapten onlangs, na een feest in het dorp, uit de directie van familiebedrijf M.J. de Nijs. Afscheid? De volgende dag gingen ze gewoon weer aan het werk.

Een pensioenleeftijd bestaat in een familiebedrijf eigenlijk niet. De broers Thijs en Ton de Nijs, van de derde generatie, kregen in de sporthal in Warmenhuizen op een vrijdag een mooi afscheid. Op maandag gingen ze gewoon weer aan het werk. “We bennen opgegroeid als doeners”, verklaart Ton.

Ton de Nijs zit ontspannen in de oude directiekamer van het bouwbedrijf in Warmenhuizen. Broer Thijs zou ook komen, maar is nog even bezig met een project.

Voor het afscheid van de twee broers liet het bedrijf een korte film maken door Frans Bromet. Het filmpje staat op Facebook. In zangerig Wes tfries nemen collega’s afscheid van “twee hele beste mannen”, “prachtbroers”, die met zijn tweeën geregeld langs de bouwplaatsen in Amsterdam reden. Was er iets niet naar hun zin, dan kon je een telefoontje verwachten. “Waarom zitten die kozijnen er nog niet in?” Zo hielden ze iedereen scherp.

Een collega herinnert zich nog een gevleugelde uitspraak van Ton. De voormalige bouwdirecteur had de eigenschap problemen snel op te pakken, in plaats van die te laten liggen. “Je ken beter door je ellende rennen dan kruipen.”

Ton helpt nog bij de calculatie van de timmerfabriek en het bouwbureau, vertelt hij bij een kop koffie. Vroeger was hij hoofd productie. Zorgde hij ervoor dat “a) de fabriek vol blijft en b) dat er voldoende productie uit komt”. Personeelszaken had je toen nog niet. “Het cao-personeel regelde ik allemaal zelf.”

De katholieke broers De Nijs, gingen net als de Noord-Hollandse aannemerskinderen van Bot, Tuin en Kamp, naar de Bisschoppelijke Nijverheidsschool in Voorhout.

Aldo van Eyck

Niet alledaagse bouwwerken werden het handelsmerk toen De Nijs ging werken met architecten als wijlen Aldo van Eyck en Joop van Stigt. Met van Eyck, toen al dik zeventig, werd in Noordwijk het Estec-gebouw in Noordwijk gemaakt. Vlak voor oplevering bezocht de architect het gebouw in het weekend met zijn vrouw. “Kwamen we er maandagmorgen, hingen er allemaal stickers”, weet Ton de Nijs nog. Wensen van de architect. De opleverdatum kwam onder druk te staan. Kleine hobbeltjes in een verder plezierige werkrelatie met de meesterarchitect.

Thijs komt binnen. Herinneringen over de Oosterparkbuurt in Amsterdam. Het was de tijd van Jan Schaefer, verhaalt Thijs. Slooppanden werden vervangen door nieuwbouw. In de Tweede Oosterparkstraat kwam het eerste binnenstedelijke project. Daarna volgden meer Amsterdamse klussen, van transformatie van de pakhuizen op Entrepotdok tot woningen en de Silodam.

Pontsteiger en Hotel Jakarta op Java-eiland, zijn de laatste kunststukjes waar Thijs advies bij geeft. “Om het tot iets makkelijker bouwbaars te maken”, legt Ton uit.

Leuke herinneringen h ebben de mannen aan de renovatie van de Hermitage. Een prachtig gebouw dat binnen tijd en budget is opgeleverd. De Nijs was nog iets te duur voor de opdrach tgever, die op 30 miljoen euro wilde uitkomen. Ton bedacht een list. In de kamer van bouwcoördinator Pieter van Empelen hing een bordje waarop stond dat de Hermitage 5 miljoen euro van de Bankgiroloterij had gekregen. “Als jullie die vijf miljoen euro aan ons vooruit betalen, verlagen we de aanneemsom”, zei Ton de Nijs. Met het geld kon De Nijs ”rente trekken”. De mannen van De Nijs werden naar een zijkamertje gestuurd, met een fles Russische wodka. Toen ze terug mochten komen, was er een deal, op voorwaarde dat er een bankgarantie werd gegeven. De Nijs kon gaan bouwen.

Thijs wordt weer weggeroepen. Of Ton vindt dat de bouw is veranderd? “Nou, de metselaar is er nog steeds, er staat geen robot op steiger”, zegt Ton. En de bouwtijd? “Je probeert toch het aantal uur op de bouwplaats te verminderen. Of dat gelukt is? Het is niet zo dat het voor de helft teruggedrongen is.”

Maar het beton wordt niet meer op het werk gemaakt. “Ik heb nog meegemaakt dat mijn vader en zijn broers in Den Helder een ziekenhuis bouwden. Toen had je nog geen bet onfabriek. Op een dag honderd kuub beton, datmoest ter plekke gemaakt worden.”

Thijs steekt zijn hoofd nog even door de deuropening. “Ze hebben mij nog effe nodig voor een paar dingen.”

Thuisfront

Met Ton praten we nog even door. Afscheid bij De Nijs, daar moet je de tijd voor nemen. Al heeft het “thuisfront” andere verwachtingen, bekent hij. Maar hij buigt mee. Elke dag komt hij al een uurtje later op kantoor. Om acht uur in plaats van zeven. Op woensdag blijft hij thuis. Past hij op de kleinkinderen. “Maar ja…krijg je toch tien, twaalf telefoontjes op een dag. Zaken die uiteindelijk bij mij terechtkom en, die probeer je toch maar weer op te lossen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels