nieuws

‘Ik zal nog fors aan de bak moeten’

bouwbreed 12

‘Ik zal nog fors aan de bak moeten’

Van hulpverlening, IND en sociale zekerheid naar een woningcorporatie is voor Luc Severijnen een minder grote stap dan het lijkt. Sinds kort is hij 
directeur-bestuurder van Woonstichting ‘thuis in Eindhoven.

Het werk dat u nu doet werd voorheen gedaan door twee bestuurders. Is het wel haalbaar voor één persoon?

“Die twee bestuurders werkten parttime en waren afkomstig van de twee fusiepartners waaruit ‘thuis is ontstaan in 2013. Vorig jaar hebben ze zelf aangegeven te gaan stoppen. De raad van commissarissen wilde kijken of ‘thuis toe kan met één bestuurder. De organisatie is niet heel groot en het managementteam is heel ervaren. Dat maakt het wel haalbaar. Het is niet de bedoeling dat ik twee banen ga doen voor één salaris. Eén van mijn voorgangers is Vlaams en de ander Nederlands. Het grappige is dat ik zelf half Vlaams en half Nederlands ben.”

U heeft een achtergrond in de hulpverlening en het maatschappelijk werk. Is dit voor u een logische stap?

“Voor een deel niet en heb ik dus nog veel te leren. Voor een deel ook wel. Dat heeft te maken met de manier waarop ‘thuis in de samenleving wil staan, in nauwe verbinding met huurders en partners in de stad, waar ik ervaring mee heb. Dat aspect heeft de organisatie heel zwaar laten wegen. De manier waarop ik leiding geef sluit erg aan bij wat ‘thuis graag terugziet in hun nieuwe bestuurder: de klant voorop stellen en medewerkers de kans geven om te leren. Ik moet nog wel veel leren over hoe de regels werken bij corporaties en in de bouw. Dat ben ik nu aan het doen. Ik zal nog fors aan de bak moeten.”

Hoe gaat u dat aanpakken?

“Door mezelf in het werk te storten. Ik ben vaker begonnen in voor mij nieuwe organisaties. De eerste maanden kun je domme vragen stellen. Daar kan een verfrissende werking van uitgaan voor de organisatie. Dat geeft ruimte om zaken anders te doen. Van afstand kan ik wat makkelijker medewerkers ‘in de lead’ laten en niet meteen tien meningen over hen heen storten, maar goede vragen gaan stellen.”

Woningzoekenden staan bij ‘thuis gemiddeld acht jaar ingeschreven, het landelijk gemiddelde. Wat doet u om die wachttijd te bekorten?

“Eén van de dingen die mij is opgevallen de eerste weken is dat als je vraagt ‘Wat is het probleem en hoe kunnen we dat oplossen?’, dat je dan heel veel meningen en opvattingen hoort. Eerlijk gezegd heb ik na vier weken mijn mening nog niet klaar. Er is een kakafonie aan opvattingen, terwijl we beter tot een gezamenlijke opvatting kunnen komen. Ik zou wel graag naar een situatie toe willen werken waarbij mensen binnen een bepaalde tijd een woning krijgen en dat is niet pas na acht jaar.”

Waar gaat u aan werken?

“Bouwen aan vertrouwen. Dat geldt voor de relatie met onze huurders, de bouw en de overheid. Dat zal de oplossing zijn voor veel knelpunten die we nu zien. Met aannemers doen we dat al door te kiezen voor langetermijnrelaties in plaats van elke keer op korte termijn voor de laagste prijs. Daar is transparantie voor nodig. Je moet elkaar wel het juiste deel van de opbrengst gunnen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels