nieuws

Bouwen in België, net even anders

bouwbreed 2473

Bouwen in België, net even anders

‘‘Een lucratieve markt waar een goede boterham te verdienen valt”, zo kenschetst Dick Dresselhuis, voormalig directeur van de Nederlandse Kamer van Koophandel voor België en Luxemburg, de Belgische markt voor
Nederlandse aannemers. Dat neemt niet weg dat Brabantse bouwbedrijven in het grensgebied hun werk toch liever aan de Nederlandse kant van de grens zoeken. ‘‘Het is alsof je in een andere wereld komt.’’

“We werken bijna nooit in België, ook al zitten we vrijwel op de grens”, zegt directeur John Havermans van het gelijknamige bouwbedrijf in Zundert. Er zijn volgens hem te veel belemmeringen. “De regelgeving is anders, net als de manier van werken. Het is alsof je in een andere wereld komt.” De enkele keer dat Havermans zijn heil zoekt aan de andere kant van de grens, is het in opdracht van een Nederlandse opdrachtgever. De noodzaak om op zoek te gaan naar opdrachten in het buurland ontbreekt voor het Zundertse bouwbedrijf. Ik zit er niet om te springen. Havermans: “Ik heb werk genoeg in Nederland.”
Aannemer Jeroen Koks uit Alphen is wat minder resoluut, maar ook zijn werkterrein ligt overwegend in Nederland. De voornaamste reden in zijn ogen: Nederlandse aannemers verliezen al gauw de concurrentieslag met hun Belgische collega’s omdat ze duurder zijn. Zo werken Belgische aannemers doorgaans minder veilig, is de ervaring van Koks. Ze maken bijvoorbeeld minder gebruik van steigers. Koks doet geen concessies aan veiligheid. “Dat mogen en kunnen we niet. We hebben Nederlands personeel en moeten ons houden aan de Nederlandse wetgeving.”
Zijn opdrachtgevers in België zijn doorgaans Nederlanders die vlak over de grens wonen en liever een Nederlandse aannemer inschakelen voor onderhoud of verbouwingen in hun huis. Het aantal Nederbelgen in de grensstreek is aanzienlijk. “Een goede markt”, erkent Koks, “maar wij zijn niet specifiek op zoek naar die klanten. We werken veel in Breda, waar we vooral verbouwingen doen bij particulieren. Daar hebben we voldoende werk in.”

Foto’s  Erald van der Aa

Grens

Tot een paar jaar terug was het bedrijf van Koks letterlijk op de grens gevestigd in het dorp Baarle, waar de grens tussen de Nederlandse gemeente Baarle-Nassau en de Belgische gemeente Baarle-Hertog nogal willekeurig door het dorp slingert. “De grens liep dwars door ons bedrijfspand”, aldus Koks. De voordeur bevond zich op Nederlands grondgebied en daarmee gold Nederland als vestigingsplaats. Maar zelfs in het grensdorp waar de fysieke grens tussen beide landen niet altijd zichtbaar is, zag Koks toch een vrij strikte scheiding bij de uitvoering van bouwprojecten. De Belgische aannemers werken vooral aan de Belgische kant en Nederlanders aan de Nederlandse kant. Dat maakte het werkgebied in de directe omgeving beperkt, hoewel er ook wat voordelen waren. Zo kon het bedrijf voor de werkplaats, die in België lag, goedkoop stroom krijgen uit dat land. De inwoners van het dorp gaan pragmatisch om met de aanwezigheid van de grens. Zo verplaatste Koks weleens een voordeur van een woonhuis, zodat het huis op Nederlands in plaats van Belgisch grondgebied kwam te liggen. Een bewuste keuze van de Nederlandse eigenaars. “Daardoor bracht het huis bij verkoop beduidend meer op.”

Eigen wetten en regels

Bouwen is in het grensdorp Baarle niet ingewikkelder dan elders, meent wethouder Jan van Cranenbroek van de Nederlandse gemeente Baarle-Nassau. Beide landen volgen op hun eigen grondgebied hun eigen wetten en regels. Het bijzondere is dat er momenteel drie grensoverschrijdende projecten in voorbereiding en uitvoering zijn met een deel op Nederlandse en op Belgische grond. Van Cranenbroek: “Dat is redelijk uniek. Soms loopt de grens er dwars doorheen.”
Dat geldt bijvoorbeeld voor de Belgische wijk Kapelakkers, met woningen die bijna allemaal op Belgisch grondgebied komen te liggen. Soms doorsnijdt de landsgrens het bouwperceel. Dan bepaalt de ligging van de voordeur wederom de nationaliteit. “Maar omdat een deel van de tuin soms in Nederland ligt, hebben we daarvoor een Nederlands bestemmingsplan moeten maken”, aldus Van Cranenbroek. De Belgische ambtenaren laten zich leiden door hun provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan.
Op het Limfa-terrein, waar ooit een limonadefabriek stond, is het net andersom. Er komen overwegend Nederlandse huizen, maar van de nog te bouwen tweede fase liggen er ook een aantal op Belgisch grondgebied. “Fysiek is er geen verschil, alleen het huisnummerbordje met de Nederlandse of Belgische vlag verschilt.” Een appartementengebouw in aanbouw op het Limfa-terrein ligt weer geheel in België. Dat de bouwvoorschriften per land anders kunnen zijn, vergt volgens Van Cranenbroek natuurlijk wel enige afstemming. Op de punten waar ze verschillen, wordt uitgegaan van de strengste norm.
Wat complexer is de aanleg van de 5,5 kilometer lange nieuwe randweg N260 die om de dorpskernen van Baarle-Nassau en Baarle-Hertog komt te liggen en die een aantal Belgische enclaves doorsnijdt. De wegomlegging moet een einde maken aan het drukke verkeer in het centrum. Bij de keuze van het tracé is vooral gekeken of er woningen moesten wijken voor de weg. De landsgrenzen waren minder van belang. Van Cranenbroek: “De vraag is of dat achteraf verstandig was.” Want terwijl de Nederlandse procedures al geruime tijd afgerond zijn, zijn de Belgische nog in volle gang. Zo lopen er nog bezwaar- en onteigeningsprocedures. Om het project te versnellen is de keuze gemaakt om het tracé op te knippen in twee fases.

Inlezen

Boskalis is inmiddels begonnen met de aanleg van het eerste – bijna volledig Nederlandse – tracédeel. De hoop is dat als het eerste – noordelijke – deel van de weg klaar is over een jaar, er meer zicht is op wanneer de tweede – deels Belgische – fase kan starten. Behalve de uitvoering van de eerste fase neemt de aannemer ook de voorbereiding van het gehele tracé voor zijn rekening.
“De procedures zijn net wat anders in België. Daar moest ik me uitgebreid over inlezen”, zegt omgevingsmanager Hedwig Verelst van Boskalis. Waar zitten die verschillen zoal in? De tekeningen die ingediend moeten worden bij een vergunningsaanvraag zijn volgens Verelst net wat anders. Ook het vergunningenstelsel in beide landen loopt uiteen. “Maar het is iedereen eraan gelegen om het goed te doen.” Aan het uiterlijk van de weg zal niet te zien zijn welk deel Nederlands is en welk deel Belgisch. Verelst: “Een weg blijft een weg, met asfalt en fundering. Het zou een raar gezicht zijn als vijf stukjes weg ineens anders zijn.”
Oud-directeur van de Nederlandse Kamer van Koophandel voor België en Luxemburg Dick Dresselhuis kent genoeg Nederlandse bouwbedrijven die met succes actief zijn over de grens. Hij kan zich niettemin voorstellen dat kleinere bedrijven er tegenop zien. “Er geldt andere reglementering. Daar moet je je wel aan conformeren. Maar ik heb altijd geleerd: niks is moeilijk, het is alleen anders.”

Andere eisen

Nederlandse bouwers moeten rekening houden met andere eisen, bijvoorbeeld op het gebied van administratie, materiaalgebruik en arbeidsvoorwaarden.
En dan kunnen de regels ook nog eens verschillen
per gewest. De marktstructuur verschilt ook in beide landen. Dresselhuis: “In België is de markt veel meer in privéhanden. De rol van de architect is ook veel groter. Je kunt niet zonder architect bouwen. En in België wordt nog echt gebouwd. In Nederland assembleren we.”
Gaat het meer om de culturele aspecten van zakendoen, dan is volgens Dresselhuis goed om in gedachten te houden dat het opbouwen van een relatie in België wat meer tijd en energie vergt dan in Nederland. “Nederlanders zijn snel en direct. In België moet je investeren in vertrouwen, dan kom je zeker tot zaken.” Tussen 2008 en 2013 zag hij een hausse aan Nederlandse zzp’ers en kleine bouwbedrijven die naar België trokken omdat dat land minder te lijden had van de crisis. Niet altijd tot genoegen van hun Belgische branchegenoten, omdat de Nederlanders ver onder de gangbare tarieven doken, herinnert Dresselhuis zich. “Nederlanders zijn de nieuwe Polen, zo was de slogan in België. Ze komen de markt onderbieden.” Nu de verhoudingen weer genormaliseerd zijn, ziet hij zeker kansen voor Nederlandse bouwbedrijven.
Het komt wel aan op een goede voorbereiding. “Als je zaken wilt doen in België, moet je het er niet even bij denken te doen. Ga je ondernemen in China of India, dan dompel je je onder in die cultuur. Van België denken we dat het een verlengstuk is van Brabant. Dat is niet zo. Een Belg heeft geen boodschap aan ‘bij ons in Nederland is het anders’.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels