nieuws

‘Bouwers zijn te bang om kennis te delen’

bouwbreed 11

‘Bouwers zijn te bang om kennis te delen’

Op papier is het prachtig. Zestig bouwbedrijven, corporaties en leveranciers die samenwerken om uiteindelijk honderdduizenden woningen zo te verbouwen dat ze net zoveel energie opwekken als ze verbruiken. De praktijk is weerbarstig, ervaart Leen van Dijke, voorzitter van de zogeheten Stroomversnelling. “Bouwers zijn nog te bang om kennis te delen.”

De Parijsdoelstellingen raken steeds verder uit zicht. Wil de Nederlandse gebouwde omgeving in 2050 energieneutraal zijn dan moeten er per jaar 110.000 woningen worden aangepakt. Je moet ergens beginnen. En dat kan het beste bij corporatiewoningen, dachten de initiatiefnemers van Stroomversnelling een paar jaar geleden. Het resulteerde in 2013 in een deal tussen vier bouwbedrijven en zes corporaties. In 2014 zouden er 1000 woningen nul op de meter worden gemaakt. Daarna zou het opschalen beginnen. Tienduizend voor 2017. Nog eens honderdduizend voor 2020. Zelfs minister Blok was ervoor te porren. Hij beloofde wetgeving aan te passen. Een vaste energieprestatievergoeding (EPV) in ruil voor de energierekening. Of liever: in ruil voor ‘energieverspilling’.

Ambitieus

Net zoals bij elk nieuw initiatief voor verduurzaming zijn er sinds dag één voor- en tegenstanders van Stroomversnelling. Je hebt ongelijk, tot het tegendeel is bewezen, geldt ook bij deze in elk geval ambitieuze opgave. Want de kosten zijn nog altijd hoog, het wachten is nog altijd op oplossingen die rechtstreeks uit de fabriek komen. Elfduizend energieneutrale woningen voor het begin van 2017 was de bedoeling. De teller staat op ongeveer 700.
Wim van den Bogerd, CEO van Klimaatgarant en Itho Daalderop, spreekt over een mislukking. Leen van Dijke, voorzitter van de Stroomversnelling trekt zich de kritiek aan, maar denkt er anders over. “Als je de doelstelling niet haalt, wil dat niet zeggen dat de dingen mislukt zijn. Onomstotelijk hebben we bewezen dat we bewoners binnen twee dagen blij kunnen maken met een Nul op de Meter woning. Dat hebben we nu zo’n 700 keer gedaan. Het punt van niet meer terug naar label b of zo, is kortweg bereikt. Wil je de klimaatdoelstellingen halen, dan is dit de route.”

Industrialisering

Te duur? Ja, de kosten moeten verder omlaag, vindt ook Van Dijke. “Maar we wisten dat de eerste prototypes gepaard zouden gaan met zware investeringen van bouwers. Nu zijn we zo ver dat ze op hoogbouw na (tien lagen of meer) niets meer hoeven bij te leggen en is het zaak de industrialisering van het product een duw te geven. Ik kan je zeggen: de eerste bouwers hebben hun robots al besteld. Bijvoorbeeld om steenstrips te leggen. Dat is nu nog een zeer zware kostenpost.”
Ook de installaties zijn nog te duur, zegt Van Dijke. “Daarom werken we nu met internationale spelers zoals Mitsubishi en LG en Nederlandse partijen samen om die kosten omlaag te krijgen. Samen met bouwbedrijven storten zij zich op een complete installatiemodule, ook met Itho Daalderop. Dat is nog nooit vertoond. Kortom. De margemaker zal binnen afzienbare tijd ontstaan.”

Wiel

Samenwerking? Vooral voor de bühne, zegt Wim van den Bogerd van Itho Dalderop. Iedereen denkt vooral aan zijn eigen clubje en verzint zijn eigen wiel, is zijn waarneming. “Dat hebben we ook juist zwaar gestimuleerd”, verdedigt Van Dijke. “Ontwikkel je eigen innovatiespoor, juist om niet tot één stroomversnellingsoplossing te komen. Nu is het zaak om die innovaties te vergelijken. Wim heeft gelijk als hij zegt dat dit nog te weinig gebeurt.”Kennis delen blijft kennelijk lastig in de bouwsector. “Precies. Bouwers durven nog onvoldoende te delen. Het is de bouwer niet eigen om zo maar zelf bedachte slimmigheden te delen. Daar moeten we een duw op geven en hebben we niet op een achternamiddag gefikst. Maar er speelt nog iets. Wij merken ook dat onze partners vrezen voor de Autoriteit Consument en Markt, terwijl het delen van winstmarges en zo totaal niet aan de orde is. Dat komt omdat de ACM aanvankelijk flink meekeek met ons. Hoewel de ACM het liet rusten, worden alle processen nu juridisch begeleid. Maar dan begrijp je wel dat het delen van kennis niet ontspannen gaat.”

Mainstream

Het blijft een feit. De eerste doelen zijn niet gehaald. Van Dijke liet al eerder weten dat het vooral komt doordat het wetgevingsproces veel langer duurde. Nu de Eerste Kamer met de EPV-wetgeving heeft ingestemd, lijkt niets het succes van Stroomversnelling nog in de weg te staan, denkt hij. “Na de zomer willen we graag aan Stef Blok laten zien dat de grote aantallen echt wel gaan komen. We zijn ook met verschillende corporaties in gesprek over steeds hogere aantallen. In Heerhugowaard, in Groningen, maar ook in Amsterdam. Maar of het er in 2020 nou 100.000 worden of minder is niet zo spannend. Het gaat er om dat het mainstream wordt.”

Mislukking

Kritiek is er vanaf dag één en zal er ook wel blijven. Maar Itho Daalderop is lid van de Stroomversnelling. Is het dan niet extra vervelend dat hun CEO Stroomversnelling als een mislukking beschouwt? “Nee. Hij mag dat gewoon zeggen. Begin oktober hebben we ook een bijeenkomst met alle directies van de leden en partners. Dan zullen we een heldere analyse geven van waar we nu staan en over onze toekomstige agenda. Ik kan me ook best voorstellen dat een lid dat zich dagelijks het snot voor de ogen werkt, onvoldoende zicht heeft op het geheel. Dat komt ook omdat we onvoldoende onze vier-momenten hebben. De aanname van de energieprestatievergoeding door de Eerste Kamer was eigenlijk een amazing moment. Maar zelfs daar hebben we het glas niet op geheven. Uiteindelijk zijn we gewoon blauwe mannen die aan het werk zijn. Wij applaudisseren met onze handen in de zak.”

Tussenbalans

Vier oktober wordt een belangrijke dag voor de Stroomversnelling. Dan maken alle partners de tussenbalans op. “Of ik bang ben dat er partijen zullen weglopen? Dat is wel het laatste wat ik verwacht.”

Aan belangstelling in elk geval geen gebrek, besluit Van Dijke. “Er is nu ook een Stroomversnelling in Frankrijk, eentje in het Verenigd Koninkrijk en ook in Duitsland en Italië zijn ze er mee bezig. En in Amerika is er net een lovend rapport over het werk dat hier verricht wordt uitgekomen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels