nieuws

Sturen op sociale output biedt kansen in Nederland

bouwbreed

Sturen op sociale output biedt kansen in Nederland

Social Return wordt in veel aanbestedingen gebruikt als eis of als gunningscriterium. In Nederland is Social Return doorontwikkeld tot een inputgericht instrument. In landen als Schotland, Wales en Australië vindt meer een outputgerichte systematiek plaats. Sturen op output biedt ook in Nederland kansen. Fredo Schotanus en Niels Uenk

Een bekende toepassing van een sociale eis in een aanbesteding stamt al uit 1988. De toepassing is bekend geworden door het Beentjes-arrest. In dat jaar vereiste de Rijksoverheid dat 70 procent (!) van een opdracht moest worden uitgevoerd door Nederlandse langdurig werklozen. De rechter vond dit overigens niet proportioneel.

De naam ‘Social Return’ werd eind jaren negentig geïntroduceerd door de Roberts Foundation, die met ‘Social Return on Investment (SROI)’ een methodiek ontwikkelde om de sociale terugverdienwaarde van een investering uit te rekenen. De Nederlandse inkooppraktijk heeft niet zozeer deze systematiek omarmd, maar wel de naamgeving geleend voor een al bestaande werkwijze.

5-procentsnorm

De gemeente Dordrecht introduceerde in 1998 onder het mom SROI de bekende 5-procentsnorm. Vanaf dat moment verspreidt deze inputgerichte toepassingsvorm van Social Return zich als een olievlek over Nederland. In 2011 neemt de Rijksoverheid ‘Social Return’ als verplichting op in haar inkoopbeleid, en in 2014 becijfert TNO dat minstens 79 procent van de Nederlandse gemeenten Social Return-eisen stelt.

Een voordeel van de 5-procentsmethode is dat deze relatief eenvoudig is. Er kwamen echter ook nadelen aan het licht. Daarom werden diverse verbeteringen doorgevoerd: de ‘bouwblokmethode’ biedt meer flexibiliteit en er ontstaat meer dialoog en maatwerk. De kern van de systematiek, gericht op input, blijft echter hetzelfde.

Wales

Wellicht tijd voor een grotere verandering? We kunnen onder andere inspiratie opdoen in Wales. Inkopers hanteren hier verplicht een outputgerichte ‘Community Benefits’ aanpak. Dit werkt als volgt. Meer in lijn met de oorspronkelijke gedachte van SROI is een door economen ontwikkeld instrument geïntroduceerd. Potentiële leveranciers moeten hiermee hun lokale economische waarde aantonen.

Naast ‘groene’ aspecten als CO 2-emissiereductie en afvalbesparing – omgerekend naar economische waarde – betreft dit vooral werkgelegenheid. Bijvoorbeeld de inkomens van lokaal personeel, het aantal nieuwe banen en leerplekken en de omzet bij lokale onderaannemers. Dergelijke factoren werken vervolgens meervoudig door volgens het zogeheten Local Multiplyer effect ‘LM3’ (‘de verdriedubbelaar’): iemand die een lokaal inkomen verdient (1), geeft dit deels lokaal uit (2), en ook deze lokale ‘ontvangers’ spenderen inkomsten (3) deels lokaal.

Uitkomst van de berekening is een factor X: voor elke euro contractwaarde vloeit X euro terug in de lokale economie. Hoe hoger de factor, hoe meer de lokale economie wordt gestimuleerd. En de waarde van de factor wordt bij aanbestedingen als selectiecriterium (met een minimumfactor) of gunningscriterium gebruikt.

Het is wel de vraag of deze systematiek ondernemers uit alle EU-lidstaten in voldoende mate op gelijke wijze behandelt en/of deze systematiek nog verband houdt met de opdracht. En dus hoe de systematiek zich verhoudt met Europese aanbestedingsrichtlijnen (overigens ook van toepassing in Wales).

Niet blindelings kopiëren

Wij pleiten daarom niet voor het blindelings kopiëren van de outputgerichte systematiek van Wales. Maar volgens ons biedt sturen op output in plaats van op input – bijvoorbeeld met varianten gebaseerd op de Wales-aanpak – zeker kansen voor Nederland. Met een ontwikkeling in deze richting zou de sociale inkooppraktijk er dan – na dertig jaar inputgerichte eisen – over nog eens dertig jaar heel anders kunnen uitzien.

Fredo Schotanus ,Universitair docent publieke inkoop en zorginkoop aan de Universiteit
Twente, senior consultant bij Significant en verbonden aan het PPRC 
Niels Uenk, Onderzoeker en adviseur bij het Public Procurement Research Centre (PPRC) (www.pprc.eu)

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels