nieuws

Havenbedrijf wars van wij-zijcultuur

bouwbreed

Havenbedrijf wars van wij-zijcultuur

Havenbedrijf Rotterdam droomde ooit van een Derde Maasvlakte. Nu voert realisme de boventoon en is de grote ambitie van directeur Infrastructuur Ronald Paul, dat de haven koploper blijft. Over vechtcontracten, mislukte tenders en de ‘groene omschakeling’.

Dubbele groeicijfers zijn voor Havenbedrijf Rotterdam al lang verleden tijd. Maar de eigenzinnige opdrachtgever heeft elk jaar voor vele tientallen miljoenen euro’s aan bouwomzet te vergeven aan een breed scala van (water)bouwers. Naast baggeraars Boskalis en Van Oord pikt ook het midden- en kleinbedrijf een flink graantje mee.

Het gaat om baggerwerk, maar ook om asfalt, spoor, kademuren, steigers, pontons, loodsen en meerpalen. Jaarlijks wordt 150 tot 180 miljoen euro geïnvesteerd in nieuwe bouwontwikkelingen. De verlegging van het spoor Theemsweg in combinatie met de renovatie van de Calandbrug – projectwaarde 300 miljoen euro – is de grootste klapper voor de komende tijd. Maar ook het invullen van de Tweede Maasvlakte vordert gestaag.

Chief Operating Officer

Ruim acht jaar was Ronald Paul projectdirecteur van de Tweede Maasvlakte en de vele rapporten die waren gemoeid met de aanleg, staan nog altijd in een kist in de hoek van zijn kamer. Op de Kop van Zuid met een weids uitzicht over de Maas, zwaait hij inmiddels alweer bijna vier jaar de scepter als Chief Operating Officer over het havenbedrijf. Een positie die hij overnam van Thessa Menssen, die naar BAM vertrok. Wie als bouwer zaken wil doen met de haven, komt al snel uit bij Paul. Type Rotterdams: niet zeuren, niet te veel achteromkijken, energiek, lang, ferme handdruk.

Zijn rol als opdrachtgever ziet hij sterk projectgedreven. “Een duidelijke opdracht is vaak nog klassiek RAW, maar als er ruimte is voor de markt pakken we design & constructcontracten, meestal aangevuld met een flink aantal jaren onderhoud.” De aanpak wordt wel steeds integraler en 40 procent emvi is geen uitzondering. “Ik vraag vooraf wel of de markt uit de voeten kan met zo’n hoog percentage kwaliteit, waarvan de scores niet altijd even voorspelbaar zijn. Het gevolg kan zijn dat de partij met de laagste prijs misgrijpt.”

Zijn ervaring is dat bouwers meestal geen open kaart spelen richting opdrachtgevers en terughoudend zijn met het delen van risico’s en tactiek. “Nog altijd domineert de voorzichtigheid naar de opdrachtgever, maar misschien is dat ook wel logisch en onvermijdelijk.” Paul ervaart de sector als traditioneel en bespeurt nog veel verkokerde processen in de uitvoering. “Die verkokering belemmert innovatie, maar ik begrijp ook wel dat de meeste bouwers afgelopen jaren vooral bezig zijn geweest met overleven. Dan is innovatie het kind van de rekening.”

Vechtcontracten

Desondanks gunt hij de bouwers stuk voor stuk “een boterham met een plak ham, maar niet een te dikke plak”. Vechtcontracten wil Paul koste wat het kost voorkomen. “Wie laat doorschemeren te speculeren op gaten in het contract, kan meteen gaan. Ik waak voor het ontstaan van een wij-zijcultuur. Op die manier wil het havenbedrijf niet samenwerken.”

Juristen, ik wil ze hier niet aan tafel hebben

Hij gaat er prat op dat hij de afgelopen vier jaar geen enkele rechtszaak heeft gevoerd. “Zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers hebben een broertje dood aan juristen. Ik wil ze hier niet aan tafel hebben. Geschillen zijn een ander verhaal. Uiteraard is er regelmatig verschil van inzicht over meerwerk, risico’s of extra kosten. Dat is onvermijdelijk.”

Bouwers ervaren het havenbedrijf als een tikje eigenzinnige en machtige opdrachtgever, die steeds vaker de rol pakt als ketenregisseur en minder als klassieke aanbestedende dienst. Directeur Fries Heinis van Bouwend Nederland ontwaart zelfs trekjes van particuliere opdrachtgevers. “Werken met UAV-gc, maar daar bovenop nog allerlei extraatjes plakken. Daar heeft de markt wel moeite mee en dat leidt wel eens tot extra geschillen”, manoeuvreert hij voorzichtig namens de bouwers.

“Wij ervaren het Havenbedrijf als een machtige, maar professionele opdrachtgever, waar zeker mee te praten is en die zich openstelt voor signalen uit de markt”, ervaart directeur Edwin Lokkerbol van de Vereniging van Waterbouwers. Beide brancheorganisaties uiten ook hun lof voor de herontwikkeling van het RDM-complex met de 3D-printer voor staal en de focus op toegepast onderwijs.

Paul herkent dat beeld wel van een tikkeltje eigenwijs en is zich bewust van de machtspositie.

Ingenieurs

Hij is dan ook niet van plan te veel kennis en kunde uit handen te laten glippen en heeft voor het specifieke werk van het Havenbedrijf nooit gel oofd in het concept ‘Markt, tenzij’. Een gevolg daarvan is de nog grote eigen ingenieursdienst van vijftig mensen, hoewel daarnaast jaarlijks nog eens 150 externe ingenieurs worden ingezet. “Daarin verschillen wij fundamenteel met een partij als Rijkswaterstaat. We zijn de grootste opdrachtgever voor kademuren in Europa. Dan wil ik zelf ook een kademuur kunnen beoordelen en weten hoe ik hem het beste kan bouwen.” Paul is ook niet van plan om de Marktvisie of de ‘leidende principes’ te tekenen. “In grote lijnen zijn we het eens met de uitgangspunten, maar als havenbedrijf zochten we altijd al samenwerking. Op vechtcontracten zit ik niet te wachten.”

Dat het weleens misgaat blijkt uit de recente aanbesteding voor het meerjarig asfalt- en groenonderhoud voor de volledige haven. “We hadden nog nooit zo’n integraal contract op de markt gezet, maar we hebben onvoldoende geluisterd naar de markt. Ondanks dat we de bandbreedtes uit de marktconsultatie hadden overgenomen, was er nauwelijks animo en de opdracht teruggetrokken.” Meteen is het gesprek aangegaan met alle gegadigden, waarbij Paul zelf een paar keer is aangeschoven. Er moetennog finale conclusies worden getrokken, maar het signaal is duidelijk en de gekozen opzet niet voor herhaling vatbaar.

Schuivende panelen

Met een omzet van 677 miljoen euro in 2015, een winst van 211 miljoen euro en een groei van de overslag van 4,9 procent, lijkt er geen vuiltje aan de lucht, maar achteroverleunen is er niet bij en de toekomst is zeker niet onbezorgd. De olieraffinaderijen en containeroverslag drukken nu een groot stempel, maar de prijzen staan onder druk en de panelen schuiven snel.

Website

De haven van Rotterdam is allang niet meer de grootste ter wereld en moet vechten om zijn marktpositie binnen Europa te behouden. De haven is sterk afhankelijk van olie terwijl de energietransitie de komende decennia flinke veranderingen in het Europese energielandschap teweeg zal brengen. Door globalisering en de opkomst van Azië heeft de containeroverslag een enorme vlucht genomen, maar de groei is momenteel beperkter dan tien jaar geleden. Europese havens concurreren onderling hard om de Europese afzetmarkt van 450 miljoen consumenten. Het havenbedrijf heeft daarom zelfs een website in het Chinees.

De komende decennia blijven fossiele brandstoffen nog heel hard nodig

Paul: “Het gaat om kleine, slimme dingen die het verschil maken om koploper te blijven. We zetten in op 3D, start-ups en een excellente infrastructuur.” Paul kent de waarschuwingen van zowel de Universiteit Wageningen als de Nederlandse Bank dat het voortbestaan van de haven aan een zijden draadje hangt, als de groene omschakeling uitblijft. “De komende decennia blijven fossiele brandstoffen nog heel hard nodig.

Tegelijkertijd willen we de transitie richting het grootste, meest moderne en meest duurzame biobased chemie- en energiecomplex van Europa vormgeven”, is zijn weerwoord. Fossiel en biobased bestaan naast elkaar en Paul prijst zich gelukkig dat Shell en Exxonmobil opnieuw zo’n anderhalf tot twee miljard euro investeren in het Rotterdamse havengebied. “Het is knokken voor een aantrekkelijk investeringsklimaat dat dit soort investeringen aantrekt.”

CV

1960: Geboren in Den Haag
1980 – 1983: Hts, civiele techniek
1985 – 2004: Diverse functies Havenbedrijf Rotterdam
2004 – 2012: Projectdirecteur Tweede Maasvlakte
2012 –: Chief Operational Officer Havenbedrijf Rotterdam

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels