nieuws

Oosterhof Holman: “Van de tien ideeën, wordt hooguit één een goudmijntje”

bouwbreed 63

Oosterhof Holman: “Van de tien ideeën, wordt hooguit één een goudmijntje”

Koninklijke Oosterhof Holman treedt voor het eerst toe tot de Top 50. Dat is te danken aan jarenlange gestage groei. En door de concurrentie steeds een stap voor te zijn. “Met wegenbouw alleen verdien je net een droge boterham. Wil je er een beetje goed beleg op hebben, dan moet je constant iets aparts verzinnen.”  

Harm Beerda is een tevreden man. De algemeen directeur loodste het bedrijf dit jaar voor het eerst de Top 50 van grootste bouwers binnen. Niet geheel onverwacht overigens, want Oosterhof Holman laat al jaren achter elkaar een gestage groei zien. “Gestaag, inderdaad. Dat is het enige juiste woord”, reageert de man die zich gedurende het gesprek zal ontpoppen tot een begenadigd verteller van bouwanekdotes, grote en kleine geschiedenissen, sterke en minder sterke verhalen.  

Constant zoeken naar innovaties

 

Volgens Beerda ligt de belangrijkste oorzaak voor de jarenlange gestage groei van het bedrijf in het feit dat “we meerdere ballen tegelijk in de lucht houden en constant zoeken naar innovaties, nieuwe terreinen waarop we ons kunnen onderscheiden. Wij hebben alles in huis wat de top 10 van aannemers ook in huis heeft. Het enige wat we niet doen is huisjes bouwen. Zijn we ook niet van plan.

Al zullen we de komende jaren ernstig betrokken raken bij de woningbouw in Groningen. Samen met SealteQ (het voormalige Frans Nooren; red) hebben we QuakeShield ontwikkeld: een gepatenteerde, lichtgewicht oplossing die metselwerk preventief versterkt. Ik meen te weten dat de versterkingsopgave binnenkort echt los komt. Dan gaan we honderden huizen versterken.”   

De lijnen kort en de betrokkenheid groot

Het succes is de noorderlingen geenszins komen aanwaaien, betoogt de algemeen directeur. “Wij blazen zelden hoog van de toren, maar we zijn altijd al een prachtig bedrijf geweest. Het voordeel van een familiebedrijf is dat de lijnen kort zijn en de betrokkenheid van de medewerkers hoog. In de afgelopen jaren hebben we heel veel tijd en moeite in het aardbevingsdossier gestoken.

Om dit goedgekeurd te krijgen, moet je veel fundamenteel onderzoek gedaan hebben. Daarom hebben we samenwerking gezocht met de TU’s van Delft en Eindhoven. En dat heeft er weer in geresulteerd dat de enige testfaciliteit om metselwerk te testen op aardbevingsschade niet bij TNO in Delft staat, maar hier in onze loods in Grijpskerk. Daar zijn we apetrots op.”  

Goede neus voor nieuwe ontwikkelingen  

Oosterhof Holman blijkt altijd een goede neus gehad te hebben voor nieuwe ontwikkelingen. Zo vermoedde oprichter Oebele Oosterhof in 1932, 20 jaar na de oprichting, dat de wegenbouw wel eens een grote vlucht kon gaan nemen. Na twintig jaar alleen maar huizen en schooltjes gebouwd te hebben verwierf hij het bestek voor een stuk van de huidige N355 en dat luidde de start van de wegenbouwtak van Oosterhofs Aannemings­bedrijf in. Na de Tweede Wereldoorlog trad Oebeles neef Derk Holman toe tot het bedrijf van zijn oom, net als zoon Kees Oosterhof.

Ik ben pas de vierde bestuurder in 104 jaar tijd

En ondanks het feit dat het bedrijf niet direct de ambitie had om een landelijke speler te worden, werd wel al vroeg geïnvesteerd in innovaties als een eigen asfaltfabriek en eigen zandputten. In de directie van het familiebedrijf zetelt al sinds 1978 een buitenstaander: tot 2000 Henk Mol en sindsdien Harm Beerda. “Pas de vierde bestuurder in 104 jaar tijd en met 17,5 dienstjaren nog steeds de kortstzittende. Al ben ik dan weer wel de enige zittende bestuurder van een middelgroot bouwbedrijf die nog uit de vorige eeuw stamt.”  

Spreiding van activiteiten  

Spreiding van activiteiten blijkt een toverwoord voor Oosterhof Holman. Beerda: “Met de normale wegenbouw kun je een droge boterham verdienen. Wil je er toch nog iets van beleg op hebben, dan moet je iets aparts bedenken.”  Als voorbeeld noemt Beerda bodemsaneringen. “Wij waren een van de koplopers op het gebied van in­situ­ saneringen. We zijn ook een grote speler geweest op het gebied van onder water bodemsaneringen.”  

Het werk op een boerenerf is typisch Oosterhof Holman­werk

Ander voorbeeld van een vooruitziende blik. “In 2004 zijn we begonnen met het bouwen van biogasinstallaties. Ook dat was een periode van 4 à 5 jaar een goede business. En natuurlijk werd hier intern wel de vraag gesteld waarom wij als wegenbouwer vergistingsinstallaties gingen bouwen. Maar we kwamen er ook al snel achter dat al het werk op een boerenerf typisch Oosterhof Holman­werk is: beginnen met een graafmachine, een kelder uitgraven, leidingen leggen, een betonnen bak storten, het erf asfalteren, meet­ en regeltechnieken aanleggen. Dat hadden we allemaal in huis en konden we dus vooral met eigen medewerkers doen.”    

Toen de markt voor vergistingsinstallaties instortte, bracht Gasunie redding. Oosterhof Holman was betrokken bij de aanleg van de zogenoemde gasrotonde. “En vandaag de dag werken er nog steeds een man of 60 van ons door het hele land in opdracht van Gasunie aan allerhande civiele werken.” Waarop Beerda vol trots een aantal foto’s op zijn iPad laat zien van een inspectie midden op het IJsselmeer.  

“Hebben we een damwandkuip gemaakt. Gasleiding op 7 meter onder zeespiegel blootgelegd. Geïnspecteerd. En weer netjes ingepakt.”   

Fors investeren in stroom aan innovaties

En voordat ook die inkomsten opdrogen, wordt er dus fors geïnves­teerd in een stroom aan innovaties. Zo is daar het idee van ‘groen asfalt’, waarbij de bermvegetatie van alle Rijkswegen vergist moet worden, om zodoende genoeg energie op te wekken om alle asfaltcentrales te laten draaien. Of neem Energie Campus Leeuwarden, een plan voor een vergistingsinstallatie als hart van een duurzame campus in de Friese hoofdstad.   

Ik ben pas de vierde bestuurder in 104 jaar tijd

 Of de Fleetcleaner: een robotachtige vinding waarmee de romp van contain­erschepen schoongemaakt kan worden. Oosterhof Holman investeerde mee in de innovatie en hoopt als dienstver­lener de machine in te kunnen zetten in de Nederlandse havens. Beerda: “Het scheelt die schepen zomaar 10 procent aan brandstof als de scheepshuid schoon is. Ik verwacht er dus veel van. De eerste klant hebben we ondertussen binnen.”    

Het constant nieuwe activiteiten ontplooien vraagt om een bedrijfs­cultuur die ontvankelijk moet zijn voor nieuwe ideeën. Want er mislukt ook wel eens wat. Beerda: “Zonder inzet en medewerking van ons belangrijkste kapitaal, de medewerkers, waren we nooit zover gekomen. En je moet tien ideeën hebben, waarvan er hooguit één een goudmijntje wordt.”

Bekijk hier alle artikelen over Cobouw50. 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels