nieuws

Wiegel (89) stopt na 55 jaar bij Cobouw

bouwbreed Premium 30

Wiegel (89) stopt na 55 jaar bij Cobouw

Of Gerard Wiegel nu op vakantie was of in het ziekenhuis lag, altijd zorgde hij ervoor dat hij zijn afspraken nakwam. Anders gezegd: voor de lezers van Cobouw was de illustrator een onwaarschijnlijk constante factor, meer dan 55 jaar lang. Aanvankelijk stond zijn werk dagelijks in een vast hoekje op de voorpagina. Later veranderde de krant van koers, en verhuisden de cartoons van Wiegel naar de pagina Opinie.

Mijn werk bestaat voor een groot deel uit vergeten.

Hoeveel cartoons Wiegel in al die jaren exact heeft gemaakt, is niet bekend. Het zijn er in elk geval duizenden geweest. Zijn mooiste? “Dat kan ik niet zeggen. Mijn werk bestaat voor een groot deel uit vergeten. Altijd als ik klaar was met mijn cartoon voor Cobouw, maakte ik mijn hoofd zo snel mogelijk leeg om met de volgende opdracht aan de slag te kunnen gaan. Dat is de enige manier om dit werk goed te kunnen doen. Het is vluchtig, dus je onthoudt maar weinig.”

Een andere eigenschap van deze bezielde tekenaar: positief denken. “Niet piekeren. Niet vervelend dromen. Een cartoonist heeft een goed humeur nodig. Alleen dan kun je een grappige tekening maken waar je zelf ook om kunt lachen.”

Wiegel is altijd een deadline-werker geweest. Vroeger werden de tekeningen bij hem opgehaald door een koerier op een brommer.  

Onder hoge tijdsdruk op mijn best.

Het liefst legde Wiegel de laatste hand aan zijn cartoon op het moment dat de koerier op het vaste tijdstip van 11.00 uur op de deurbel drukte. “Onder hoge tijdsdruk presteer ik het best.” Zijn vrouw Elly, zoon Arnoud en dochter Brenda kunnen daarover meepraten. Als het gezin met vakantie ging, wilde Wiegel altijd vooruit werken. Met als resultaat dat hij op de avond voor vertrek letterlijk stapels tekeningen maakte voor Cobouw en andere vaste opdrachtgevers. En als het dan nachtwerk werd, was dat ook niet erg.

Bij tekenen lag zijn hart

Van jongs af aan was Wiegel een ondernemend type. Bij tekenen lag zijn hart. Op alle mogelijke manieren probeerde hij opdrachtgevers te werven. Hij wist dat Duitse bladen veel beter betaalden dan Nederlandse. “In de jaren ’50 kreeg je in Nederland gemiddeld ongeveer tien gulden voor een cartoon, in Duitsland kon dat oplopen tot 45 mark. Dat was de moeite meer dan waard.” En dus reed Gerard Wiegel op zaterdag naar Duitsland, sloeg bij een kiosk een stapel bladen in, en schreef na thuiskomst hoofdredacties aan met de vraag of zij belangstelling hadden voor zijn werk. Daardoor publiceerde hij in gerenommeerde Duitse bladen als Neue Illustrierte en Frankfurter Illustrierte.

de Volkskrant, VN en Okki

In Nederland werkte hij naast Cobouw voor onder meer de Volkskrant en incidenteel Vrij Nederland. Voor het kinderweekblad Okki maakte hij jarenlang een paginavullend stripverhaal over twee Eskimo’s.

Wiegels werk leidde ertoe dat in Almere een straat werd vernoemd naar een van zijn creaties. “Van 1967 tot 1970 had ik een dagelijkse strip in de Volkskrant: Professor Cumulus. Het was een zelfverzonnen naam. Cumulus is een term uit de ruimtevaart. Professor Cumulus reisde naar verschillende planeten en maakte daar allerlei avonturen mee. Toen in 2004 in Almere een stripheldenbuurt werd gebouwd, kwam er ook een Professor Cumulusstraat. Hartstikke leuk natuurlijk. Al heb ik nooit geweten op wiens voorstel die straat er is gekomen.”

Toenmalig minister Ella Vogelaar

Naar aanleiding van zijn Cobouw-tekeningen nodigde toenmalig minister Ella Vogelaar hem ooit uit voor een nadere kennismaking. “Mevrouw Vogelaar was verantwoordelijk voor de bouw, en zij keerde daarom regelmatig terug in mijn cartoons. Op een gegeven moment wilde ze weleens weten wie die man was die deze tekeningen maakte. Het was een aangename ontmoeting.”

Trots op al die dagbladjaren.

Dat aan het tijdperk-Wiegel in Cobouw nu een einde komt, had de cartoonist wel verwacht. “Als ik eerlijk ben, had ik gedacht dat dit moment al veel eerder zou komen. Zeker nu Cobouw weekblad wordt, kan ik het wel begrijpen, hoe jammer ik het ook vind. Op mijn 65ste had ik al het gevoel: het zal nu wel bijna gedaan zijn. Dat is inmiddels 25 jaar geleden. In de tussentijd heb ik toch maar mooi al die dagbladjaren vol gemaakt. Daar ben ik best een beetje trots op.”

Reageer op dit artikel