nieuws

Nog één jaar te gaan

bouwbreed

Nog één jaar te gaan

De nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen 2014 zijn sinds 17 april 2014 van kracht. Europese lidstaten hebben twee jaar de tijd om deze in hun nationale wetgeving te implementeren. In Nederland zijn we daarmee aardig op weg, maar hoe is de voortgang in de rest van Europa?

Lidstaten zijn verplicht om uiterlijk 18 april 2016 de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen te hebben omgezet. Het gaat om de Richtlijnen voor het aanbesteden van werken en diensten, het verlenen van concessies en het aanbesteden in de sectoren van water, energie en vervoer. Aan de totstandkoming is een lange periode van overleg, onderhandelen en consulteren vooraf gegaan. Het resultaat mag er zijn. Zo is de Richtlijn voor het aanbesteden van werken en diensten liefst 648 pagina’s dik. De Richtlijnen zijn ook echt nieuw. De doelstellingen zijn anders (ze zijn het instrument om de doelstellingen van de EU in 2020 te realiseren) en de inhoud verschilt ook aanzienlijk van de vorige richtlijnen.

In Nederland is door het ministerie van Economische Zaken hard gewerkt aan de verwerking van de nieuwe bepalingen in de Aanbestedingswet 2012 (die in 2013 van kracht werd). Volgens planning zal in april 2015 een concepttekst via een internetconsultatie openbaar worden gemaakt. Wij liggen dus aardig op schema.

Er is een groot verschil in snelheid van verwerking tussen de lidstaten. In het algemeen zijn de landen in het westelijk deel van de Unie sneller dan in het Oostelijk deel. De winnaar is overigens al bekend; Denemarken heeft de Europese richtlijnen al opgenomen in de Deense wetgeving.

In de oostelijke lidstaten gaat de omzetting moeizaam. Dat heeft voor een groot deel te maken met het functioneren van de bouwsector. In een aantal landen, zoals Polen, Tsjechië, Roemenië en Hongarije, drukt de communistische geschiedenis haar stempel op de verhoudingen in de bouw. Er is sprake van veel wantrouwen, een hoge mate van juridisering en veel rechtszaken. Het totale bedrag aan claims in bouwprojecten in Polen bedroeg in 2012 liefst 10 miljard. Die claims moeten behandeld worden door een gerechtshof in Warschau, waar twaalf rechters de komende jaren nog volop werk zullen hebben. Er is een groot tekort aan goed gekwalificeerd personeel bij de publieke opdrachtgevers. Bulgarije kent de laagste lonen van heel Europa en heeft vijf regeringen gehad in de laatste twee jaar. Dat zijn geen goede uitgangspunten voor dit soort opgaven.

In deze landen worden vrijwel alle projecten nog gegund op laagste prijs. De nieuwe richtlijnen stellen emvi (in het engels: most economically advantageous tender, ofwel meat) min of meer verplicht, en dat vormt een hoge drempel. Bij emvi worden immers andere, meer subjectieve criteria gehanteerd. In een juridisch georiënteerde omgeving is dit onmiddellijk voer voor discussie. En als argwaan en wantrouwen de verhouding tussen aanbesteder en inschrijvers beheersen, is de toepassing van meat dus een enorme uitdaging.

In Nederland is geen discussie meer over legaliteit of objectiviteit, maar vooral over acceptatie en transparantie. Inschrijvers vertrouwen erop dat de opdrachtgever de procedure uitvoert zoals hij vooraf beschreven heeft, met een goede terugkoppeling over de wijze van beoordelen. In de oostelijke lidstaten is hierin nog een lange weg te gaan.

Overigens hoeft de beschreven situatie niet te betekenen dat de oostelijke lidstaten ook de laatsten zullen zijn. Ons buurland België was pas eind 2013 klaar met zijn implementatie van de Europese Aanbestedingsrichtlijn uit 2004. De benodigde negen jaar was dus wat langer dan de toegestane twee jaar. Naast de twijfelachtige eer als hekkensluiter leverde hen dat ook een boete op van de Europese commissie. Laten we hopen dat dit de Oostelijke lidstaten bespaard blijft.

Drs. ing. Jaap de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels