nieuws

Windparken op land wekken meer wrevel gemeenten

bouwbreed Premium

Windparken op land wekken meer wrevel gemeenten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten roept op tot een pas op de plaats rond windparken op het land. Gemeenten moeten meer zeggenschap krijgen. Opmerkelijk is het tijdstip. Gemeenten in het noorden, in het bijzonder in Drenthe, zijn het meer dan zat dat zij niets te zeggen hebben over de windparken.

Gemeenten die een civiele procedure aanspannen tegen de Staat der Nederlanden vanwege de van hogerhand opgelegde komst van windparken in de veenkoloniën. Gemeenteraden die zich roeren en vinden dat minister Kamp zich niet moet bemoeien met de plaats van windparken. En last but not leastburgers die een klacht indienen bij de ombudsman over de toepassing van de zogenoemde rijkscoördinatieregeling.

Die regeling stelt minister Kamp en provincies in staat gemeenten te passeren bij de keuze voor locaties van windparken op het land. De regeling is bedoeld om te voorkomen dat de beoogde 6000 megawatt windenergie op land niet of vertraagd wordt gerealiseerd als gevolg van machinaties van burgers en lagere overheden.

Volgens de regeling mogen lagere overheden geen bezwaar en beroep aantekenen tegen besluiten van provincies of Rijk. De gemeente Veendam omzeilt de regeling nu door een halve ton uit te trekken en burgers financieel in staat te stellen een juridische strijd aan te gaan tegen een groot windpark langs de N33. Bewoners kunnen nog wél bezwaar maken.

Procedure

Twee gemeenten, Aa en Hunze en Borger-Odoorn hebben nu een civiele procedure aangespannen tegen het Rijk vanwege de regeling. De coördinatieregeling kan alleen worden toegepast voor windparken met een vermogen van meer dan 100 megawatt. In Drenthe en Groningen gaat het om kleinere parken. De initiatiefnemers hebben hun initiatieven echter gebundeld, waardoor het totaal wel boven 100 megawatt uitkomt en de coördinatieregeling toegepast kan worden.

De klacht bij de ombudsman gaat onder meer over de gestelde geluidsnormen. Die leiden er onder andere toe dat molens al op 400 meter van woonbebouwing mogen worden geplaatst. In Duitsland is dat 2000 meter en in Denemarken 1050 meter. De geluidsnormen zijn de laagste in Europa. Bovendien gaat het niet om grenswaarden maar om gemiddelde waarden, dus bijna niet meetbaar en controleerbaar.

Al deze signalen vanuit gemeenten zijn voor de VNG aanleiding aan de bel te trekken. Zij vindt dat gemeenten zelf moeten kunnen beslissen hoe zij hun bijdrage leveren aan duurzame, hernieuwbare energie, windmolens, zonne-energie, aardwarmte of anders.

In het noorden weten ze het in elk geval zeker. De manier waarop Kamp nu probeert gemeenten windparken op te dringen, werkt averechts. Het maatschappelijk draagvlak kalft af en onder druk van de inwoners zullen steeds meer gemeenten zich roeren.

Reageer op dit artikel