nieuws

‘Ik moet geen oma worden van vernieuwing

bouwbreed

‘Ik moet geen oma worden van vernieuwing

“Ik zoek nog een baan, maar zet dat maar niet in de krant”, zegt een enigszins overrompelde Jacqueline Schlangen. “Hoe weet je trouwens dat Vernieuwing Bouw opgaat in de Bouwcampus?”

Hoe vertel je iemand dat “je kindje” ophoudt te bestaan? Of in elk geval, dat je netwerkclub opgaat in een andere maakproduct van de bestuurder die vindt dat vernieuwing in de bouw nauwelijks van de grond komt. Schlangen was nog bezig om die boodschap zorgvuldig voor te bereiden. Haar afscheidsspeech is bijna klaar als Cobouw belt. “Ik vertel je niet alles, want anders blijft er maandag niets meer voor me over.”

Gedachtegoed mee

Vijf jaar na de oprichting van Vernieuwing Bouw waar Schlangen (1965) directeur van was, wordt de naam alweer ingewisseld voor een andere. Voortaan heeft de bron van innovatie in de bouw ‘De Bouwcampus’. Zoetermeer wordt Delft. Het gedachtegoed gaat mee, de bouwvrouw die op verschillende ministeries werkte, kiest een ander pad.

“Ik ga iets anders zoeken. Ik gaf het zelf aan, ik ben niet meer beschikbaar. Waarom? Ik doe dit al vijf jaar. Daarvoor zat ik ook al drie jaar bij de voorloper, de Regieraad Bouw. Ik moet geen oma worden van de vernieuwing. Ik was er al een poosje over aan het nadenken. Wat ik ga doen weet ik nog niet. Iets leuks.”

Wordt ze er verdrietig van? Of vindt ze het een fijn idee dat ze weer kan gaan en staan waar ze wil? “Allebei. Mijn hele ziel en zaligheid heb ik in Vernieuwing Bouw gelegd. Het is een beetje als je kind dat groot geworden is en nu het huis uitgaat. Dan denk je ook jee.”

Waar is de samensmelting eigenlijk goed voor? Gelooft Schlangen echt in de Bouwcampus? “Ja. Je bundelt de krachten. De bouwcampus is het nieuwe en het toegevoegde. Bovendien is het altijd goed om door te ontwikkelen. Van begin af aan hebben we ook gezegd: we doen mee met de bouwcampus, omdat het goed is dat er herkenbare plek is waar de bouwsecor, kennis en opleidingen, iedereen terecht kan als het gaat om innovatie en vernieuwing.”

Martin van Pernis, voorzitter van Vernieuwing Bouw, vindt dat de bouw onvoldoende innoveert. Het ligt niet zozeer aan de innovaties zelf, die zijn er zat, het probleem is zijn inziens dat innovaties nauwelijks terugkomen in de bouwprojecten. Schlangen herkent zich in dat verhaal. Maar, benadrukt ze: “Vernieuwing Bouw is vooral een centrum voor koplopers. Zo was dat vijf jaar geleden ook bedoeld. Het was ook hard nodig ook toen, de koplopers bij elkaar brengen en de top van bedrijven en opdrachtgevers die ruimte moesten maken voor vernieuwing.”

De hamvraag blijft: in hoeverre is de wereld veranderd door Vernieuwing Bouw? “Er is veel gebeurd in vijf jaar tijd”, begint ze. “Een concreet voorbeeld? Ik wist dat je die vraag ging stellen. Dat is het lastige van een netwerk. Hoeveel kun je op je conto schrijven? Exact daar hebben lobbyisten ook last van. Maar weet je: het is ook het beste als men niet meer weet waar een idee vandaan komt. Maar goh. Een van onze eerste masterclasses ging vijf jaar geleden over social media. Waar gaat dit over, zei men. Twitter? Als je nu ziet hoe actief de bouw op twitter is.”

Kijk je buiten, dan lijken de druiven zuur. Alle vernieuwende contracten met daarin ruimte voor innovatie ten spijt, lees je het ene na het andere bericht over prijsvechten. Is dat niet een wat droevige constatering voor iemand die vernieuwing aan de man moet brengen? “Dat weet ik niet. Als je met een transitie bezig bent, zijn er altijd partijen die daar in niet mee gaan. Maar misschien is het inderdaad wel teleurstellend. Prijsvechten draagt absoluut niet bij tot het doel om tot een betere bouwsector te komen. Het is puur overlevingsgedrag. Ik snap het ook wel. Als je er morgen niet bent ben je er overmorgen ook niet.”

Maandag om drie uur moeten de tien leden van het bestuur instemmen met het voorgenomen besluit: Vernieuwing Bouw wordt Bouwcampus. Schlangen hoopt dat anderen haar voorbeeld volgen: “In de bouw zijn nog steeds te veel clubjes. Of ik nog tips heb voor de Bouwcampus? Ik hoop dat partijen in de bouwsector niet hun gebruikelijke ‘kat-uit-de-boom-kijktechniek’ gebruiken, maar er vol instappen. De bouwcampus kan alleen een succes worden als het een samenspel is van opdrachtgevers, marktpartijen en kennisinstituten.”

Innovaties delen

Gijs Buijs, Aannemersfederatie: “We moeten innovaties delen”“Het is goed dat Vernieuwing Bouw opgaat in de Bouwcampus, al is het alleen maar omdat ik verwacht dat er een heleboel knowhow bij elkaar komt. Dat is absoluut positief. Wel vindt de Aannemersfederatie het heel belangrijk dat de structuur dusdanig wordt dat het mkb en de gespecialiseerde aannemerij ook goed in het nieuwe bestuur terechtkomen. Het moet niet een feestje worden van het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat en de grote bedrijven. Driekwart van de doelgroep werkt namelijk in het mkb. Daar moeten we nog over gaan praten.

Niet efficiënt

Het zou verder goed zijn als ook gemeenten en provincies aanhaken. Ik hoop dat de Bouwcampus een broeikas van innovaties wordt. Nu zijn er te veel clubs, verspreid in het hele land die zich met vernieuwing bezighouden. En ieder clubje vindt het wiel iedere keer opnieuw uit. Het feit dat al die losstaande clubs allemaal hun eigen ding doen is niet efficiënt. Een ander groot punt is dat bouwbedrijven te bang zijn om innovaties te delen. Het is leuk hoor, alles voor je zelf houden, dan pak je misschien een keer met je innovatie een project, maar de volgende keer doet de ander het toch wel na. De toekomst voor de sector is: informatie delen.

Wat Vernieuwing Bouw heeft bereikt? Op zich gebeurden daar nuttige dingen. Helaas bleef alle informatie, ondanks een goede site, beperkt tot een relatief kleine club, terwijl je juist een olievlekwerking wilt. Maar eerlijk is eerlijk, dat is ook heel lastig in een tijd dat de luxe bij de bedrijven weggesneden is.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels